terug  begin  verderprepost

Waar Reynaert en Tijl elkander vonden

De Lepelstraat gedwee meevolgen tot die ten einde loopt. Rechts de Nieuwe Scheldewerven. Links staat een reuzegroot Reynaertbeeld met de Wase raap. We zijn in Rupelmonde beland. Hier moet toch even de auto geparkeerd worden in de schaduw van een prachtige platanendreef (beschermd). Links van de dreef strekt zich het zogenaamde Koningsbos uit. Dit is echter een naam die in recentere tijden gegeven werd. Maar nu die Reynaert! Zes meter hoog, als het ware uit metaal gesneden. Als pelgrim gekleed in bruine pij, stapt de sluwerd met fikse tred een of ander boeteoord tegemoet. Geloof dit laatste echter niet, want in de kap van zijn pij zit een gans bang te kijken. Rood-ros zijn kop, staart en poten. Over zijn schouder de pelgrimsstaf zoals een boer zijn riek draagt en op die staf zit een witgroene raap gespietst. Bert Peleman is de ontwerper van dit leuke beeld, dat op de nabije scheepswerf uit plaatijzer werd gebrand. Ernaast een wereldbolgeraamte met binnenin een boompje. Want Rupelmonde is ook Mercatorstad. De beroemde cartograaf werd er geboren. Naar de Schelde toe wandelend komen wij links bij het vroegere Scaldiana, alleen het restaurant-café rest nog, maar dan met een riant terras van waarop men een bijzonder mooie kijk heeft over Schelde en Scheldeland. De aanlegsteiger een eind verder noodt tot een boottocht en dat kan iedere zondag tussen Rupel en Durme, maar dan alleen in de maanden juli en augustus (twee uur varen voor 120 fr., vertrek 14 uur). VVV-Rupelmonde beschikt over een folder waarin ook nog andere, langere boottochten voorgesteld worden.

Terug in de auto en langsheen de platanen rijdend, moeten wij rechts kijken naar het mooie silhouet van Rupelmonde. De Gelaagstraat ten einde moeten we scherp rechtsaf de Kloosterstraat in en zo belanden wij nabij de kerk op het marktplein van de stad, die wel aan de Rupelmonding zijn naam ontleent, maar in feite niet meer aan die monding ligt (daarvoor moet verder opgeschoven worden naar Kruibeke, tegenover de Rupelmondse kreek). Vooreerst kun-

[p. 137]



illustratie
Reinaert met de raap, Bert Peleman

nen wij even de barokke O.-L.-Vrouwekerk in, een beschermd monument uit de 18de eeuw. Binnen bekoren het fijne houtsnijwerk (koorgestoelte, preekstoel, orgel, één biechtstoel, Christusbeeld), de fraaie doopvont en de moderne glasramen. Telkenjare op Witte Donderdag wordt te Rupelmonde op een stemmige wijze het Laatste Avondmaal herdacht. Na de voetwassing en de broodwijding in de parochiekerk, worden vanaf het voormalige gemeentehuis de apostelbrokken uitgegooid. Nadien wordt dan in de Schipperskapel (in de kerk) het Apostelmaal gehouden.

Vóór de kerk het gigantische bronzen standbeeld van de wereldberoemde Gerardus Mercator (ofwel De Cremer), die hier geboren werd in 1512 (gestorven Duisburg 1594). Eenzelfde beeld troffen we ook aan in het stadhuis van Sint-Niklaas; beide beelden werden gemaakt door Van Havermaet in 1871. In Sint-Niklaas konden wij trouwens het Mercatormuseum bezoeken, dat opgericht werd op initia-

[p. 138]

tief van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas en dat een unieke reeks merkwaardige atlassen en wereldbollen van Mercator rijk is.

Wij lopen rond de kerk om de stemmige sfeer van dit plein te ondergaan en zien het leuke wegwijzertje dat de toerist veilig naar alle merkwaardigheden loodst die Rupelmonde te bieden heeft. Bovenop troont weer Mercator, gezeten op een vis, met een wereldbol in de hand. Wij kiezen voor het Mercatoreiland waar ook Reynaert in menige gedaante op de loer ligt. Voorbij de witte Wegomkapel, die toegewijd is aan O.-L.-Vrouw Troost in Nood, naar het bruggetje met vossekop. Hier krijgen wij een mooi uitzicht op wat het Mercatoreiland kwistig toont: vóór ons het monumentale beeld ‘Reinaert; pelgrim en torenwachter’ van Anton Damen, rechts de eeuwenoude getijmolen, waarin een rijk Reynaertmuseum is ondergebracht, links de Reynaertmuur met gekleurde halfverheven beeldhouwwerken van Wilfried van den Broeck. En boven dit alles uittorenend: de Graventoren met boeiend Scheldemuseum en vanaf de torentinne een schitterend uitzicht. Voeg daarbij nog links de oude Kasteelhoeve (18de eeuw) en rechts het Lodewijk Scheltjensplein met scheepsankerverzameling en kunstenaarsbanken.

Het museum is open van Pasen tot Allerheiligen van 10 tot 18 uur. In het kleine houten gebouwtje links van de kapel krijg je voor 20 fr. een ticket waarmee je toren, onderaardse gang en Reynaertmuseum kunt bezoeken; de andere merkwaardigheden van het Mercatoreiland kunnen vrij worden verkend. In dit gebouwtje kunnen ook folders, wandelkaarten en boeken in verband met de Schelde en het Scheldeland aangeschaft worden. De kinderen kunnen achter de hut op het gras plaatsnemen om er op de ‘Reynaertweide’ naar het Reynaertverhaal op band te luisteren. Eerst de Reynaertmuur: acht taferelen die onder andere ook aan Reynaerts historie werden ontleend, maar men zal gemakkelijk de acteurs herkennen: Nobel, de vos met zijn kroost, Coppe, Belijn, Isegrim en andere Canteclaers. Uitgebeeld werden onder meer de vos die zijn biecht spreekt, Bruun in de eik, de klokkenluidende Isegrim, Canteclaer die zijn dierbaar kind Coppe op een baar aanvoert en de fabel van de kraan en de vos. Vooraleer de toren te beklimmen lopen we het Lodewijk Scheltjensplein op. Lode Scheltjens (1861-1946) was destijds een zeer populair toneelschrijver, die zijn inspiratie zocht en vond bij de eenvoudige mensen (steenbakkers, vissers, krankzinnigen) uit zijn onmiddellijke omgeving. Hij schreef meer dan vijftig stukken, honderd procent volkstoneel. Internationale bekendheid verwierf hij ook als dierenvriend en pionier op

[p. 139]



illustratie
Reynaertmuur Rupelmonde

het gebied van de dierenbescherming. Tenslotte schreef deze wakkere onderwijzer ook heel wat reisgidsen, die in de eerste plaats het Scheldetoerisme moesten bevorderen. Een vredige ruimte is dat plein met een verzameling ankers, een twaalftal rustbanken gewijd aan de nagedachtenis van overleden Scheldekunstenaars: Lode Baekelmans, Jef van Hoof, Tony van Os, Filip de Pillecyn, Jan Hammenecker en uiteraard ook van Lode Scheltjens zelf. Aan de overkant sieren zeven witgeschilderde betonnen ‘Reynaertbanken’ het plantsoen. Verder een zes meter hoog Tijlgedenkteken ‘Uilenspiegel groet de Schelde’ van Sofia Smit (geschonken door VAB-VTB), de Scheldedijk met wandelpad Henri van Steen en op die dijk een uil met spiegel, ook door Bert Peleman ontworpen en uit metaal gebrand. Er is ook een borstbeeld van de achtenzeventigjarige dichter, de grote promotor van het Scheldetoerisme en het Mercatoreiland. Zijn woonboot, een kunstenaarsark, zien we links als we op de dijk gaan staan.

 
Omringd door lis en riet,
 
van elk verdriet bevrijd,
 
glijdt in mijn geest
 
een anker neer.
 
En weer word ik de knaap
 
die in zijn slaap
 
bij diepste donderslagen
 
een witte woonark op zag dagen,
 
een vreemde schuit
 
die meerde bij een kreek
 
waarop een reiger nederstreek...
 
Dat ooit dit schip mijn woonst zou wezen,
 
ik er aan toverkruiden zou genezen,
 
de loopbrug vinden naar een nieuw bestaan
[p. 140]
 
en stil de stilte in zou gaan,
 
heb ik geloofd en is geschied
 
volmaakt beschut door lis en riet... (B. Peleman)

Terug bij het informatiekantoortje vinden we tegen de wanden ervan een figuratieve kaart van Groot-Kruibeke en een wegenkaart van het Reynaertland, zoals broeder Aloïs en Bert Peleman ze ontwierpen. ‘Reynaertjaar’ 1963 was de start van de Reynaertcultus in Rupelmonde. Boven Rupelmonde strooiden sportvliegtuigen duizenden Coppeveren uit, radio en televisie werden ingeschakeld, autozoektocht, tekenwedstrijd, tentoonstellingen georganiseerd, De Monts Reynaert opgevoerd, ‘Reinaert met de raap’ onthuld en aan de Schelde geplaatst, de Vosseorde in het leven geroepen enzovoort. De VVV-Rupelmonde en de vzw Mercatoria publiceerden een wegenkaart van het Reynaertland en een verklarende tekst die erbij hoort.

prepostterug  begin  verder