terug  begin  verderprepost

Zwarte of grauwe nonnen?

Bij de kerk van Daknam vertrekken we richting Lokeren. Weldra tussen ruisende populieren met rechts van ons de Durme en de Durmedijk en links het groen van weiden en bomen. Wij passeren het voetbalplein van Lokeren en dokkeren even over deugdelijke kasseien tot we uitmonden op de rijksweg Antwerpen-Gent. Wij kiezen rechts richting Gent. Bij de eerste verkeerslichten links voor een eventueel kort bezoek aan Lokeren.

Aanradertjes: de overwegend barokke Sint-Laurentiuskerk met prachtig houtsnijwerk, het rococo Ryngautmonument, het stadhuis eveneens met rococogevel, het stedelijke streekmuseum en voor wie tijd zat heeft en fervente natuurminnaar is, het onvolprezen natuurreservaat Molsbroek, waar een rondwandeling van 5 km volop laat genie-

[p. 146]



illustratie

ten van fauna en flora. Alle mogelijke informatie over dit nijvere stadje met zijn peperbustoren is te vinden in de Geogids Landschapsroute Lokeren-Moervaart.

Wie Lokeren niet wenst te bezoeken, volgt de rijksweg tot aan de verkeerslichten met groene wegwijzer ‘E 17’. Links in, heel even maar, want onmiddellijk daarna draaien we de Pastorijstraat rechts in, meteen de drukte verlatend voor een rustige wijk vol villa's en groen. Einde Pastorijstraat links de Papestraat (het zal wel niet de bedoeling geweest

[p. 147]

zijn, maar het woord ‘pape’ prikkelt onze Reynaertfantasie; laten we evenwel wachten tot in de Damslootvallei om het boekje van de pastoor open te doen). Papestraat uitrijden en rechts de Hoogstraat nemen. Een scherpe bocht naar links en bij de herberg 't Bijlken rechtdoor de Hoogstraat volgen. Links de Zamanstraat inrijden. Het gebied wordt landelijker en landelijker, wat nog geaccentueerd wordt door de hobbelige rondkoppen van de kasseien. Bij het einde van de Zamanstraat lopen wij uit op een rij huizen.

[p. 148]

Hier rechts houden en de Moleneindstraat nemen. Meedraaien tot links de Nieuwpoortstraat wordt bereikt. Zouden we op dit punt rechtdoor rijden (niet doen!) dan belanden we in de Doorgangsstraat; broeder Aloïs situeerde de galg die Bruun, Isegrim en Tibeert voor de veroordeelde Reynaert klaarmaakten, nabij de Doorgang, weg Antwerpen-Gent. In de Nieuwpoortstraat noodt links een rustieke taveerne met attractief terrasje (Nieuwe Nieuwpoorthoeve). De eerste kleurrijke begoniavelden (althans in de zomer) uit deze typische bloemenstreek duiken op.

Ter hoogte van nr. 85 (rechts) nemen wij de Populierendreef links. Opnieuw kasseien en velden alom. De Singeldreef in. Ongeveer 150 m verder tegenover het huis nr. 32 rechts (vóór ons, een rij witte huizen en een zeshoekige wegwijzer) een met populieren afgeboorde boerendreef, de Nonnenbosweg, links inrijden, in de richting van de spoorweg waarvan we allicht de bovenleiding zien. Weldra bereiken we die spoorweg en volgen hem rechts mee tot we bij een witgeschilderd kapelletje komen met azuurblauwe deur. Eromheen staat een zevental bomen en ernaast een robuuste rustbank. Op deze plek stond oorspronkelijk een Reynaertbank, herinnerend aan een passage uit Reynaerts biecht aan de derde koningsbode, Grimbeert. Ze zijn op weg naar het koninklijk hof waar de vos een grimmige menigte wacht die zijn berechting wil. Pas de absolutie verworven voor zijn met smaak gebiechte wandaden, haalt de vos alweer uit naar een vette haan die zich thuisvoelt in het neerhof van de ‘swarte nonnen.’ Met voorbedachten rade had Reynaert de nietsvermoedende Grimbeert een omweggetje laten maken om dit blijkbaar bekende oord van gastronomisch genot te passeren. Zo het verhaal ons leert: over een bruggetje wat er dus op wijst dat hier een beekje of riviertje liep. We vinden een bruggetje; de beek ook, maar het water stinkt. Bovendien zorgen de vrij drukke spoorweg en een groot textielbedrijf ervoor dat het arcadische landschap van toen allang naar de vaantjes is. Intussen hebben we rechts wel het nogal vreemde kerkje en de karakteristieke huizen van Oudenbos gezien en wij rijden nu rechts naar dit kerkje toe. Oudenbos, zo leert ons een bord, hoort bij Lokeren en noemt zich een Europese wijk die verbroederde met de Nederlandse gemeente Oudenbosch. Maar wat de Reynaertminnaar uitermate verheugt, is dat hij in de buurt van de kerk een mooie Reynaertbank aantreft, bruin-zwart geschilderd, stevig van zitplaats en rugleuning waarop een keurig gemaald tafereeltje en aangepaste tekst vertellen waarom precies deze bank hier staat:

[p. 149]


illustratie

 
Nu was buter rechter vaert (vs 1694)
 
Een prioreit van swarten nonnen (vs 1696).

Een fragment uit Streuvels' prozabewerking kan Reynaerts dubieuze biecht weer levend maken:

Nu stond er, een weinig bezijds van den rechten weg dien zij volgden, een klooster van zwarte nonnen, waar menige gans en menig hoen en eenden en kapoenen plachten te weiden buiten de muren. Dat wist die fijne schelm, de ongetrouwe Reinaert wel en hij zegde tot den das:
- Voorbij gindsche kloosterhof, loopt onze kortste weg. En met zulke schalke bedriegerij leidde hij Grimbert tot langs de schuur waar de hoenders harentare buiten 't omhein aan 't weiden waren. Zoogauw Reinaert de hoenders gewaar werd, begonnen zijne oogen te draaien en te blinken. Daar was een haan die schoone vet en jong eruit zag en die wat afgezonderd liep uit den toom, en naar dien haan gaf Reinaert eenen sprong zoodat de pluimen rond zijne ooren stoven. Maar Grimbert riep in gramschap: - Oom, gij schijnt mij zinneloos te zijn! Rampzalige kerel wat gaat gij doen? Wilt ge nu weeral om eenen haan in al die groote zonden hervallen die ge zooeven gebiecht hebt? Ge moet u wel zeer berouwen daarover.
Reinaert antwoordde bedeesd:
- Waarlijk, neve, ik was 't vergeten, ge moogt het oprecht gelooven; bid God dat hij 't mij vergeve - 't en zal mij nimmermeer gebeuren.
Toen keerden zij al over eene smalle brugge weer op den rechten weg. Maar hoe dikwijls keek Reinaert nog omme waar de hoenders liepen! Hij kost zich niet bedwingen en moest aan zijne oude gewoonte toegeven: al had men hem het hoofd afgeslegen, ja waarachtig, het ware naar de hoenders toewaard gevlogen zooverre het maar kon.
[p. 150]

Broeder Aloïs situeert de ‘prioreit van swarten nonnen’ te Oudenbos. Rond 1200, tijd waarin volgens hem het epos geschreven werd, zou er maar één nonnenklooster in het Waasland geweest zijn: te Lokeren bij de Oude Lede, een riviertje dat in Lokeren in de Durme uitmondt. Vandaag wordt deze lokaliteit betwist (net als Aloïs' datering) omdat het klooster van Oudenbos pas in 1215 werd gesticht en bewoond werd door cisterciënzerinnen met grauw habijt. Wat er ook van zij, de Reynaerdofiel zal aan deze bank nabij bruggetje en beek genoegen beleven, ook al zijn de vette hanen en de gepijde nonnen, zwart of grauw, er vandaag spoorloos.

prepostterug  begin  verder