terug  begin  verderprepost

Dr. Jozef Goossenaerts

Wij komen voorbij het bedevaartoord de Kwadenplasstraat uit en rijden de Volderrede in: wij blijken nog steeds nu en dan stukken ‘Bloemenroute’ te berijden. Bij Ter Lede (wegwijzer Oostakker) links houden: de Stationsstraat. Wie gek is op Reynaertstraten zoekt rechts de Vossenberglaan en een hele Reynaertwijk (met onder andere Malpertuussingel, Hersindehof en Kantekleerhof). De spoorweg oversteken en onmiddellijk rechts de Veldekensstraat in langsheen de spoorweg. Veldekensstraat wordt Lichtelarestraat, grondgebied Lochristi tot we tenslotte de rijksweg N 70 bereiken die we in Lokeren verlieten. Wij rijden rechts tot aan de kerk van Lochristi. Vóór die kerk weer een prachtig vossebeeld van Firmin de Vos. Een slanke Reynaert met spitse muil, met een alziend oog boven de koppen van de samenzweerders: vader vos, Bruun met kroon, Isegrim, Tibeert en Grimbeert. Daarnaast een herdenkingszuil met een in brons gegoten kop van Dr. Jozef Goossenaerts (1882-1963), de ‘geleerde Reynaertvriend’, die in feite ook de vader is van de Reynaertroute-idee (zie p. 31).

Terug richting Gent tot we een kleine kilometer verder de wegwijzer naar Hijfte (‘3 km’) bespeuren. Daar rechts: de Hijftestraat. Een ogenblik zou je denken naar Doel en Schelde toe te rijden, maar de koeltoren die wij vóór ons in het vizier krijgen hoort bij de thermische centrale Rodenhuize in de te ozonrijke kanaalzone Gent-Terneuzen. Even voor we Hijfte bereiken, rechts van 't Wethuis en het restaurant Hijftegoed, zien we vier treurwilgen op een drie-

[p. 155]

hoekig pleintje. Hier staat sedert 6 september 1986 een Reynaertbank, die gemaakt werd zoals de voorgaande. Op de rugleuning kunnen we lezen:

 
Ende quamen teenen dorpe hiet Hijfte.
 
Tussen Hijfte ende Ghend hilden si haer paerlement.

Waarover gaat het? In zijn beroemd leugenverhaal over de vermeende schat van koning Ermenrik maakt Reynaert gewag van een snode samenzwering die Bruun, Grimbeert, Tibeert en zijn eigen vader (toevallig bezitter van die schat) zouden gesmeed hebben tegen koning Nobel om Bruun,

illustratie
De samenzwering F. de Vos. Op de voorgrond het J. Goossenaertsmonument

[p. 156]

speciaal overgekomen uit de Ardennen, op de troon te brengen. Daartoe kwamen zij samen in een woest gebied tussen Hijfte en Gent (tot in de 18de eeuw inderdaad een woestenij van ettelijke hectaren). In de hertaling van Bert Decorte luidt het verhaal aldus:

 
Reinaard sprak: ‘te dier tijde en stonde
 
had mijn heer vader gevonden
 
van koning Ermerik de schat,
 
die geheim verborgen zat.
 
Toen mijn vader had gevonden
 
de schat, werd hij in korte stonden
 
zo overmoedig en zo fier
 
dat hij neerzag op elk dier,
 
dat zijn makker was voorheen.
 
Tibert de kater zond hij heen
 
naar de Ardennen, wild en woest,
 
waar hij beer Bruin ontmoeten moest.
 
Bruin verzocht om met Gods zegen
 
zijn komst naar Vlaanderen te overwegen,
 
waar als Koning hij zou heersen.
 
Bruin verheugde dit ten zeerste;
 
hij dacht daar vaak begerig aan.
 
En zo is hij naar Vlaanderen gegaan
 
in 't zoete land van Waas en daar
 
troffen mijn vader en hij elkaar.
 
Mijn vader ontbood Grimbert de wijze,
 
alsook Izegrim, de grijze;
 
Tibert de kater was de vijfde.
 
Zij kwamen in 't dorp geheten Hijfte.
 
Daar, tussen Hijfte en Gent,
 
hielden zij hun parlement
 
in een zwaarbetrokken nacht.
 
Daar kwamen ze, onder 's duivels macht
 
en onder 's duivels geweld,
 
en zwoeren daar in 't woeste veld
 
alle vijf des Konings dood.

Naast de bank zien we ook nog een Reynaertmonument dat werd opgericht naar aanleiding van de Dag der reuzen. Deze giganten werden in Hijfte boven de doopvont gehouden: Reynaert en Hermeline in 1965, Koning Nobel (Lochrisri) in 1986. Reynaert bevindt zich hier op een uitstekende plaats om boete te doen voor zijn snode leugens: onder dezelfde treurwilgen verheft zich een prachtig Christusbeeld.

prepostterug  begin  verder