Wij vertrekken aan het Reynaertmonument en wandelen Hulst in. We kunnen de stadswandeling zoals beschreven op p. 43-46 volgen tot aan de Bagijnepoort. Ons langeafstandspad wijkt hiervan af. We slaan links de Oranjebolwerkstraat in om voorbij de huizen rechts de vestingen te beklimmen. Voorbij Nassau- en Brederodebolwerk tot de Dobbele Poort. Na een bezoek aan dit merkwaardige bouwwerk voorbij het Molenbolwerk en de stadsmolen. Links het ravelijn en verder Galgebolwerk tot bij de Bagijnepoort (we gingen de vestingcirkel dus bijna rond). Vestingen nu verlaten en door de Bagijnepoort de Zoutestraat inwandelen tot waar een vijftal straten samenkomen: rechts de Koolstraat nemen, tot de boomrijke Liniedijk aan de linkerkant. Tussen de bomen de Liniedijk afwandelen.
De Liniedijk roept militaire herinneringen op. Het stuk dat we nu bewandelen maakt deel uit van een fortenrij tussen Sas van Gent en de Schelde ten noordoosten van Hulst. In feite gaat het hier om ‘de vesting Hulst’ en meteen zitten

we in de Tachtigjarige Oorlog. Rechts herken je na enige tijd
duidelijk de Moerschans. Voor we de Kijkuitstraat bereiken, ligt aan onze
linkerzijde het voormalig fort de Rape, aangelegd door prins Maurits na de
inname van Hulst met de bedoeling de stad beter te verdedigen tegen
de Spanjaarden. Op het einde van dit stukje Liniedijk, rechts de Kijkuitstraat inslaan. Ook het fort Kijkuit behoorde tot de verdedigingslinie van Hulst maar is van latere datum; de befaamde vestingbouwer Menno van Coehoorn was er verantwoordelijk voor. Hij verdedigde trouwens
met succes deze vesting tegen de fameuze Vauban.
Misschien nog deze leuke anekdote terwijl we midden de forten zitten. Prins Maurits liet de Moerschans verbinden met de Rape en het verder gelegen fort Zandberg om Hulst in oostelijke richting beter te kunnen verdedigen tegen de Spanjaarden. Vergeefs echter want toen in 1596 de Spanjaarden met 30.000 soldaten aankwamen, vonden zij de linie tussen Moerschans en Rape onbemand. Reden: hier lagen heel wat kerse- en appelboomgaarden en de boeren hadden prins Maurits dringend verzocht hier geen soldaten te legeren, want die konden de bomen wel eens leegplunderen. Meteen hadden de Spanjaarden vrij spel en konden zij Hulst gemakkelijk benaderen met alle gevolgen vandien.
Het gebied dat wij nu doorkruisen is rijk aan kreken. Na ongeveer een kilometer
slaan we links de Hoogestraat in (richting Emmahaven), tussen de Vlaamsche Kreek
en de Zestigvoetkreek (uniek in een harde winter en dan bereikbaar over de
hardgevroren akkers). Nu doorkruisen we de vlakke en horizonverre
Nieuw-Kieldrechtpolder. De lange Hoogestraat eindigt als het ware voor een dijk.
Hier links langs de dijk (Beerstraat) om die even verder over te steken. We
lopen rechts de Louisastraat in richting Nieuw-Namen. Aan het eerste kruispunt
rechts de Arenbergstraat, die Schelpstraat wordt (nadat we opnieuw een dijk
oversteken) en die uitmondt op de Kauterstraat te Nieuw-Namen. We maken een
kleine wandeling door het dorp: we gaan links in de Kauterstraat tot aan de
Willemstraat en we zoeken via de Reijnaertstraat en de Hombachstraat onze weg
naar de Hulsterloostraat, waar de kerk staat. We zien onder andere de Vosstraat,
het Grimbeertplein en de Tybaertstraat en als we enkele omwegen maken vinden we
bijna alle personages van het Reynaertverhaal in een straat vereeuwigd. We
verlaten dit dorp met de Reynaerdelijke

straten door de Hulsterloostraat rechts richting Hulst en ontmoeten de eerste Reynaertbank rechts van de weg (p. 57).
Hulst (Bagijnepoort)-Hulsterlo is ongeveer 12,5 kilometer.
Vanuit Nieuw-Namen kunnen we naar Emmahaven (via de Veerstraat) aan het Verdronken Land van Saeftinghe of Graauw-Paal aan datzelfde land gelegen. Bijzonder mooi, maar vooral geschikt voor fietsers!