terug  begin  verderprepost

Hulst-Hulsterlo (Nieuw-Namen)

 
Int oest tiende van Vlaendren staet
 
Een bosch, ende heet Hulster loe. (A 2574-75)

Wij vertrekken aan het Reynaertmonument en wandelen Hulst in. We kunnen de stadswandeling zoals beschreven op p. 43-46 volgen tot aan de Bagijnepoort. Ons langeafstandspad wijkt hiervan af. We slaan links de Oranjebolwerkstraat in om voorbij de huizen rechts de vestingen te beklimmen. Voorbij Nassau- en Brederodebolwerk tot de Dobbele Poort. Na een bezoek aan dit merkwaardige bouwwerk voorbij het Molenbolwerk en de stadsmolen. Links het ravelijn en verder Galgebolwerk tot bij de Bagijnepoort (we gingen de vestingcirkel dus bijna rond). Vestingen nu verlaten en door de Bagijnepoort de Zoutestraat inwandelen tot waar een vijftal straten samenkomen: rechts de Koolstraat nemen, tot de boomrijke Liniedijk aan de linkerkant. Tussen de bomen de Liniedijk afwandelen.

De Liniedijk roept militaire herinneringen op. Het stuk dat we nu bewandelen maakt deel uit van een fortenrij tussen Sas van Gent en de Schelde ten noordoosten van Hulst. In feite gaat het hier om ‘de vesting Hulst’ en meteen zitten

[p. 164]



illustratie

we in de Tachtigjarige Oorlog. Rechts herken je na enige tijd duidelijk de Moerschans. Voor we de Kijkuitstraat bereiken, ligt aan onze linkerzijde het voormalig fort de Rape, aangelegd door prins Maurits na de inname van Hulst met de bedoeling de stad beter te verdedigen tegen

[p. 165]

de Spanjaarden. Op het einde van dit stukje Liniedijk, rechts de Kijkuitstraat inslaan. Ook het fort Kijkuit behoorde tot de verdedigingslinie van Hulst maar is van latere datum; de befaamde vestingbouwer Menno van Coehoorn was er verantwoordelijk voor. Hij verdedigde trouwens

[p. 166]

met succes deze vesting tegen de fameuze Vauban.

Misschien nog deze leuke anekdote terwijl we midden de forten zitten. Prins Maurits liet de Moerschans verbinden met de Rape en het verder gelegen fort Zandberg om Hulst in oostelijke richting beter te kunnen verdedigen tegen de Spanjaarden. Vergeefs echter want toen in 1596 de Spanjaarden met 30.000 soldaten aankwamen, vonden zij de linie tussen Moerschans en Rape onbemand. Reden: hier lagen heel wat kerse- en appelboomgaarden en de boeren hadden prins Maurits dringend verzocht hier geen soldaten te legeren, want die konden de bomen wel eens leegplunderen. Meteen hadden de Spanjaarden vrij spel en konden zij Hulst gemakkelijk benaderen met alle gevolgen vandien.

Het gebied dat wij nu doorkruisen is rijk aan kreken. Na ongeveer een kilometer slaan we links de Hoogestraat in (richting Emmahaven), tussen de Vlaamsche Kreek en de Zestigvoetkreek (uniek in een harde winter en dan bereikbaar over de hardgevroren akkers). Nu doorkruisen we de vlakke en horizonverre Nieuw-Kieldrechtpolder. De lange Hoogestraat eindigt als het ware voor een dijk. Hier links langs de dijk (Beerstraat) om die even verder over te steken. We lopen rechts de Louisastraat in richting Nieuw-Namen. Aan het eerste kruispunt rechts de Arenbergstraat, die Schelpstraat wordt (nadat we opnieuw een dijk oversteken) en die uitmondt op de Kauterstraat te Nieuw-Namen. We maken een kleine wandeling door het dorp: we gaan links in de Kauterstraat tot aan de Willemstraat en we zoeken via de Reijnaertstraat en de Hombachstraat onze weg naar de Hulsterloostraat, waar de kerk staat. We zien onder andere de Vosstraat, het Grimbeertplein en de Tybaertstraat en als we enkele omwegen maken vinden we bijna alle personages van het Reynaertverhaal in een straat vereeuwigd. We verlaten dit dorp met de Reynaerdelijke

illustratie

[p. 167]

straten door de Hulsterloostraat rechts richting Hulst en ontmoeten de eerste Reynaertbank rechts van de weg (p. 57).

Hulst (Bagijnepoort)-Hulsterlo is ongeveer 12,5 kilometer.

Vanuit Nieuw-Namen kunnen we naar Emmahaven (via de Veerstraat) aan het Verdronken Land van Saeftinghe of Graauw-Paal aan datzelfde land gelegen. Bijzonder mooi, maar vooral geschikt voor fietsers!

prepostterug  begin  verder