terug  begin  verderprepost

Hulsterlo-Kriekeputte (de Klinge-Meerdonk)

 
Coninc, ghi moghet wesen vroe,
 
Mochti onthouden dit:
 
Een borne, heet Krieke pit,
 
Gaet zuut west niet verre danen. (A 2576-79)

Voor de wandelaar betekent dat ‘zuutwest’ weg van het centrum de Woestijnestraat ingaan tot aan de (niet-aangeduide) Kieldrechtse Molenstraat, die we links indraaien. We gaan als het ware door de Koningsdijk en een grenspaal meldt ons dat we in België zijn. De straat verandert dan ook van naam: Hoekstraat. Tot de Molenhoekstraat en deze heel even rechts volgen. Het landschap doet hier niet altijd zo polderachtig aan. De eerste Wase, meer zandige sporen duiken rechts op. Links de Sint-Kornelisstraat (‘Polderlandroute’) in. Over de hier reeds flink versmalde Grote Geule tot de wel erg lange Lange Nieuwstraat. We slaan rechtsaf en we bevinden ons in de Konings Kieldrechtpolder (met de prachtig Lieve-Vrouwe van de Polder van pastoor Gielliet). We volgen de kasseien tot aan de Polderstraat. Hier links tot de kerk van Meerdonk.

Voorbij de kerk wandelen we rechts Meerdonk-Dorp in, tot de Dijkstraat met een boomsculptuur van Omer Gielliet. We zijn nu nabij vroegere turf- en zoutwingebieden (zie p. 66) maar nemen een andere weg dan de autorijders. Wij volgen nu lange tijd de bijzonder mooie Dijkstraat, negeren de Groenendijkstraat (wel mooi uitzicht voor wie naar de stenen duiker toegaat of voor wie hier een aanzienlijk stuk, nl. 5,5 km, wil inkorten) en blijven rechtdoor stevenen, over de Krekeldijk naast de Grote Geule, een visrijk water zoals de vele vissershutten suggereren. Het gaat om een doorbraakkreek en het is hier dat heel wat vossejagers de echte Kriekeput zoeken. Wij houden de schilderachtige Krekeldijk aan, tot we bijna rond een weel draaien en rechts de brede Zalegemdijk nemen tot de Rietlandstraat (rietkragen te over in dit gebied...). De straatnaam ont-

[p. 168]

breekt. We volgen deze weg (parallel aan de expresweg, waarvan we het geraas voortdurend horen) tot het eind, waar we scherp rechts op de dijk klimmen en constateren dat we ons aan de andere kant van de Grote Geule bevinden. We trekken voorbij de plaats waar vroeger de herberg Groenendijk stond, terwijl even verder een straatje links de Reynaertspeurder treft: Hazendijk (Cuwaert de haas was voor Reynaert de kroongetuige dat Kriekeputte geen verzonnen naam was). Juist voorbij die Hazendijk zien we links de Eeckbergstraat, linksvoor de Rode Moerpolder (betekenisvolle toponiemen voor de Reynaerdist) en verder aan de ‘boomgrens’ links het gehucht Het Kalf, maar wij vervolgen de Groenendijkstraat en stellen vast dat we een grote lus maakten. Voorbij de Geule moeten we opletten bij de wegsplitsing. We gaan niet naar beneden in de Rode Moerstraat, maar we moeten de dijk op en deze volgen we tot de ons reeds bekende Lange Nieuwstraat.

Aan de splitsing staan we voor de keuze. Ons Reynaertpad loopt scherp links de Sluisstraat in.

Wie echter alle mogelijke ‘kriekeputten’ wil verkennen en ook de zogenaamde ‘Hollandse criecpit’ niet wil missen, moet op een viertal kilometer extra rekenen. De moedigen nemen daarop de middelste straat op de dijk (loodrecht op de Lange Nieuwstraat), het Spaans Kwartier (p. 56), maar een naambordje is er niet bij. Nabij een kapel de drukkere hoofdweg Kieldrecht-De Klinge oversteken, de Fort Bedmarstraat in. Steeds rechtdoor, eerst asfalt, dan kassei en verder een krom pad tussen ‘bosch ende haghe’ (de Kriekeputdreef vanaf de grens, de Koningsdijk). Trek links het bos in (paadjes genoeg) tot een paar plassen worden bereikt. In Clinge en Hulst beweerden ze dat dit de ‘echte’ Kriekeputte was. Broeder Aloïs ontkrachtte deze stelling door erop te wijzen dat het hier om welen gaat. In elk geval een Reynaertfantasieprikkelend gebied. Op een eilandje van een der plassen hokte destijds Johnny de kluizenaar, wat nog maar eens aan de valse heremijt doet denken. Die man was trouwens niet zo gek en had een persoonlijke visie op het Reynaertgebeuren. Na een verpozing keren we langs dezelfde weg terug naar het vertrekpunt van dit ommetje (Sluisstraat-Lange Nieuwstraat).

We nemen de Sluisstraat, een toponiem dat waterrijke gebieden laat vermoeden. Bij de T-vertakking links de Verbindingsstraat in en 300 m verder rechts de Lage Sluisstraat tot op de hoger gelegen Klingedijkstraat. Rechts nu naar de tweede Reynaertbank op een verzorgd driehoekig pleintje met een beeld van de Klingse klompenmaker.

[p. 169]

De afstand tussen Hulsterlo en Kriekeputte moet gerekend worden op 17,2 kilometer, tenzij je verkortte (via Groenendijk, 11,6 km) of uitbreidde (Spaans Kwartier 21,5 km).

prepostterug  begin  verder