terug  begin  verderprepost
[p. 122]

Omdat ik van Mokum hou

 
Dikwijls ben ik in heerlijke nachten
 
Stil aan den Amstel blijven staan.
 
Wandelde langs de rustige grachten,
 
Slenterde door de Kalfjeslaan,
 
'k Staar naar de botters in de rivier,
 
Naar de tramconducteurs van drie,
 
Als 'k op het plein, in 't plantsoentje zit,
 
Dat 's voor mij de mooiste poëzie.
 
 
 
In Amsterdam wil 'k leven
 
Tot aan mijn laatsten stond,
 
Aan 't oude Y
 
Voel ik mij blij,
 
Ben ik tevree en gezond.
 
Wat er ook zal gebeuren
 
Amsterdam blijf ik trouw.
 
Daar ligt mijn hart,
 
Daar ken 'k geen smart,
 
Omdat ik van Mokum hou.
 
 
 
Ik loop door het straatje, waar 'k ben geboren
 
En blijf staan kijken voor de deur;
 
'k Wil dan den klank der bel nog eens hooren
 
En als 'k die hoor, krijg ik een kleur,
 
'k Loer op den vodden- en beenenman,
 
Dien ik vroeger als kind heb gekend.
 
Als ik de water- en vuurvrouw zie
 
Voel ik mij weer in mijn Element.
[p. 123]
 
In Amsterdam wil 'k leven
 
Tot aan mijn laatsten stond,
 
Aan 't oude Y
 
Voel ik mij blij,
 
Ben ik tevree en gezond.
 
Wat er ook zal gebeuren
 
Amsterdam blijf ik trouw.
 
Daar ligt mijn hart,
 
Daar ken 'k geen smart,
 
Omdat ik van Mokum hou.
 
 
 
In Amsterdam daar ben ik geboren,
 
Daar heb ik als jongen al gestoeid;
 
Onder bescherming van d'ouwe toren
 
Ben ik getogen en gegroeid.
 
En als het zware minuutje komt,
 
Dat 'k gehaald word door mageren Hein,
 
Plant me dan gauw - maar vergeet het nooit,
 
't Moet in Amsterdamsche aarde zijn.
 
 
 
In Amsterdam wil 'k leven
 
Tot aan mijn laatsten stond,
 
Aan 't oude Y
 
Voel ik mij blij,
 
Ben ik tevree en gezond.
 
Wat er ook zal gebeuren
 
Amsterdam blijf ik trouw.
 
Daar ligt mijn hart,
 
Daar ken 'k geen smart,
 
Omdat ik van Mokum hou.
prepostterug  begin  verder