Verzameld werk 1. Over Antilliaanse cultuur (ed. Jules de Palm)


auteur: Cola Debrot


editeur: Jules de Palm


bron: Cola Debrot, Verzameld werk 1. Over Antilliaanse cultuur (ed. Jules de Palm). Meulenhoff, Amsterdam 1985   


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 241]

Verantwoording

[p. 243]

Wie zich tot taak stelt te bundelen wat Cola Debrot in de loop der jaren over de Antilliaanse cultuur heeft geschreven én gezegd-hij was een veel gevraagd spreker - stuit onvermijdelijk op een paar elementen die inherent zijn aan de persoonlijkheid van de dichter/schrijver. Verschillende facetten van de Antilliaanse cultuur zijn door hem belicht terwijl hij door zijn drang naar perfectionisme onvermoeibaar blijft worstelen om het juiste woord te vinden. Beducht als hij was voor een disharmonisch taalgebruik heeft hij zich er altijd voor beijverd de nuance in een bepaalde uitdrukking, de gevoelswaarde van een woord zo zuiver mogelijk weer te geven. Deze literaire gedrevenheid heeft wel tot gevolg dat hij een manuscript node uit handen geeft. De opstellen die op een gegeven moment zijn fiat hadden en in een bepaald tijdschrift zijn gepubliceerd, konden zonder enige gewetenswroeging worden herdrukt ook al zou Debrot, indien hij nog in leven was, er stellig op gestaan hebben enkele wijzigingen aan te brengen.

De typoscripten die thans voor de eerste maal worden gepubliceerd zijn dan ook voorzien van tal van alteraties in zijn handschrift. Voor zover deze relevant en leesbaar waren, is met de wens van de auteur rekening gehouden. Lezingen die kant en klaar getikt zijn, kunnen veranderingen ondergaan ten gevolge van de aanwezigheid van bepaalde personen onder zijn gehoor. Voor zover mogelijk zijn ook hier essentiële wijzigingen die de spreker heeft aangebracht, overgenomen.

Op zijn literaire vondsten kan hij zo trots zijn dat hij deze herhaalt, en als een sterk citaat feilloos zijn ideeën weergeeft, deinst hij er niet voor terug dit in verschillende opstellen aan te halen. Deze voor de lezer wellicht storende herhalingen zijn-node-intact gelaten omdat zij inherent zijn aan het Antilliaanse cultuurpatroon waarin de repetitio een essentiële rol speelt. Als Debrotesk zijn ook gehandhaafd het veelvuldig gebruik van het koppelteken. Hoewel in het algemeen de spelling is gemoderniseerd, is hier en daar gezwicht voor een schrijfwijze waarvoor de auteur een bepaalde voorliefde blijkt te hebben, zelfs in gevallen waar hij niet altijd even consequent is. Aperte onjuistheden die duidelijk als

[p. 244]

een ‘slip of the pen’ kunnen worden gekwalificeerd, zijn verbeterd terwijl ook drukfouten zijn geëlimineerd.

Over Antilliaanse cultuur valt in drie sub-afdelingen uiteen t.w. Algemene sociaal-culturele beschouwingen, Antilliaanse literatuur en Antilliaanse schilderkunst.

Jules de Palm

Algemene sociaal-culturele beschouwingen

a‘Bevolkingsgroepen op Curaçao’, uit: Cultureel Indië 1945.
b‘Cultureel wantrouwen op Curaçao’, uit: Eldorado, jrg. 1, nr. 1 januari 1949.
c‘Politieke aspecten in het Caraïbische gebied’, een samenvatting van een inleiding gehouden op de conferentie ‘Zuid- en Midden-Amerika’ in Oud Poelgeest te Oegstgeest op 14 en 15 maart 1953, uit: West-Indische Gids, jrg. 34, nr. 2-3, 1953.
dNaschrift op Dr. David Capriles in het perspectief der koloniale geschiedenis, uit: Dr. G.E. van Zanen, David Ricardo Capriles. (Van Gorcum & Comp., Assen, 1969) (Anjerpublikaties nr. 10).
e‘Het polylinguale karakter van de Antilliaanse samenleving’, voordracht gehouden voor de Antilliaanse Academie en het Comité tot Bevordering van de Wetenschap op 20 maart 1967, uit: Pedagogisch Didactisch Bulletin, nr. 1, juli 1967.
f‘Realiteit en fictie in de Nederlandse Antillen’, uit: Trouw, 26 augustus 1977. In dit dagbladartikel zijn de koppen die zeer waarschijnlijk niet van de auteur zijn, weggelaten.
g‘Het Venezolaans-Antilliaans antagonisme in de zestiende eeuw’, uit: Tirade, jrg. 20, februari 1976.

Antilliaanse literatuur

aVan de lezing op 11 februari 1974 gehouden voor de Stichting Caribiton onder de titel ‘Literatuur op de Nederlandse Antillen en andere Antillen’ is van de laatste door de spreker geannoteerde en verbeterde versie die hij de titel ‘De literatuur in het Caribisch gebied’ meegaf, gebruik gemaakt. Het is te betreuren dat het eind niet te achterhalen is. Het typoscript toont duidelijk de sporen van een aanvulling die na de lezing voor Caribiton heeft plaatsgevonden.
b‘Literatuur in de Nederlandse Antillen’, uit: Antilliaanse Cahiers, jrg. 1, nr. 1, 1955.
Van de vele typoscripten onder titels als ‘De letterkunde in de Nederlandse Antillen’, ‘Literair Leven’ en ‘De Antilliaanse literatuur’ die elkaar op sommige passages overlappen, is gekozen voor bovenge-
[p. 245]
noemd artikel waaraan de auteur kennelijk zijn fiat heeft gegeven. Of de varianten ervoor of erna het licht hebben gezien, is moeilijk vast te stellen.
c‘Voorwoord bij John de Pool, Del Curaçao que se va, uit: Antilliaanse Cahiers, jrg. 4, nr. 1-4, december 1960.
d‘Inleiding bij Yanacuna, gedichten van Bernardo Ashetu’, uit: Antilliaanse Cahiers, jrg. 5, nr. 2/3, 1962.
e‘Verworvenheden en leemten van de Antilliaanse literatuur’, uit: Cultureel Mozaïek van de Nederlandse Antillen (red. René A. Römer), De Walburg Pers, Zutphen, 1977.
Dit essay dat de schrijver op latere leeftijd aan de Antilliaanse literatuur heeft gewijd, is het volledigst: het bevat behalve passages die in andere al of niet gepubliceerde typoscripten zijn verwerkt, ook voor het eerst beschouwingen over de literatuur van vóór de Nederlandse bemachtiging van de Antillen in 1634.

Antilliaanse schilderkunst

a‘Een voorgoed begonnen begin ofwel een Curaçaose tentoonstelling in Nederland’, uit: Sticusa jaarboek, 1954.
b‘De kringloop van het paard’, inleiding gehouden bij de opening van de tentoonstelling ‘A propos ponnie en paard’ van Chris Engels in het Curaçaos Museum op 8 maart 1963.
Lezers die in het bezit zijn van de catalogus van de tentoonstelling waarin bovengenoemde inleiding is opgenomen, kunnen constateren dat de tekst die hier gebruikt is, op een aantal plaatsen afwijkt: aan de hand van de door Debrot aangebrachte wijzigingen, eveneens opgenomen in Luc Tournier 70 (Meulenhoff, Amsterdam 1977), is de nieuwe tekst afgedrukt.

 

Redevoeringen en inleidingen waarin Debrot namens zijn regering het woord heeft gevoerd zijn achterwege gelaten omdat deze niet thuis horen in het verzameld werk van de dichter/schrijver Cola Debrot.

Hoewel te verdedigen zou zijn geweest ‘Camind’i cruz, un dialog na Corsow, gepubliceerd in De Stoep (juli 1949) onder ‘Over Antilliaanse cultuur’ te laten ressorteren, is deze dialoog (geschreven onder het pseudoniem Chandi Lagun) ondergebracht in deel 3 van het Verzameld werk Verhalen en toneel, aangevuld met een vertaling van de hand van Jules de Palm.