|
|
|
| |
| | | |
Dialoog bij de ruines
Wij bevinden ons op de plek waar een van de oudste Curaçaose gevels zich spiegelt in het Rifwater, voor een gedeelte althans, daar men zich de laatste tijd beijverd heeft aan beide zijden een brede strook te dempen. Naast deze ene oude gevel ziet men een paar andere gevels, even oud maar nog meer vervallen en een paar erven waar het gesteente meer leven aan den dag legt dan de vegetatie. Het landschap trilt in het zonlicht van de vroege namiddag. Een auto, die te oud is om aan de eisen van enig merk te voldoen en alleen nog maar de naam van auto verdient, komt aanschieten. Willem K., een grote blonde man, die Duits zou aandoen als het niet was om een zekere soepele onverschilligheid van de Curaçaoënaar, stapt uit; hij kijkt even voor zich uit, gaat weer naar de auto terug, tovert iets uit het kastje van het dashboard en staat daarna met een lang vel papier in zijn hand als tevoren voor zich uit te kijken. Dan komt een bruine Mercury aangegleden en stopt geruisloos. Arthur B., die behalve door zijn tropische nonchalance in niets overeenstemming vertoont met de ander, stapt uit; hij is tenger en vrij bruin.
Zij staan een poos zwijgzaam naar het oude stadsbeeld te staren.
Weet je waarom ik weleens hier kom? Wel te verstaan helemaal alleen. Ik heb de indruk dat het werkelijke leven zich hier afspeelt. De huizen verkruimelen. Iedereen kan het zien. Men wijt dit aan hun ouderdom. Niets is minder waar, zij hebben dat altijd gedaan.
Zij hebben dus altijd gekruimeld...
Weet je nog de tijd dat wij hier als kinderen speel-
| | | |
den? Het is toen niet tot ons doorgedrongen dat wij leefden in een wereld die verkruimelde.
Neen beste man. Zulke rarigheden dringen gelukkig niet tot kinderhersens door. Trouwens, dat kruimelen is pas van de laatste tijd. Dat doen ze pas sinds de macamba's hier mooi weer spelen.
Kijk eens die twee jongens daar onder die karawara.
...Die zich onder die indzjoe vermaken.
Dat hebben wij vroeger ook gedaan.
Ook tot hen dringt de meest wezenlijke eigenaardigheid van het leven niet door.
Het is net als vroeger, klauteren in de bomen met de kans je nek te breken.
En waar komt dat bootje onder die boom vandaan?
Die boot is natuurlijk lek als een spons.
Die hebben natuurlijk twee ijverige mieren op het erf getrokken met de bedoeling er te zijner tijd de nodige reparaties aan te verrichten.
(in een onverwachte lach uitbarstend) Twee ijverige mieren. Die is goed. Ha ha.
Maar het mooiste is dat de twee mieren hun bootje helemaal hebben vergeten.
Hoor eens hier, waarvoor zijn wij hierheen gekomen? Toch niet om over kruimels en mieren te praten?
Ik geef toe, zulke kleine voorwerpen en dieren naderen gevaarlijk dicht het delirium. Maar eerlijk gezegd, ik weet niet precies waar het op het ogenblik over gaat.
Lees je dan de kranten niet?
Ik lees alleen de koppen, de kolommen sla ik over.
Misschien heb je je persoonlijke redenen om je achter voorgewende achterlijkheid te verschuilen. Je weet best dat het om de petitie gaat.
Dank je voor het compliment dat mijn achterlijkheid aanmerkelijk van die van de anderen verschilt en
| | | |
slechts voorgewend is. Maar ik hoop dat ik je misnoegen niet zal opwekken als ik vraag van wie die petitie uitgaat en tot wie zij gericht is.
De petitie is gericht tot Zijn Excellentie de Gouverneur die onder ons gezegd wel een beetje te veel pogingen aanwendt om buiten schot te blijven. Beslissingen nemen is niks voor deze Sjon Grandi.
Ik zou willen voorstellen de hoogste magistraat erbuiten te laten.
Ik ga voor niemand uit de weg.
De hoge magistraat heeft een beetje scheve ogen en ik heb een zwak voor mensen met scheve ogen. Ik heb misschien wel Chinees bloed.
Hou op met je onzin. Het gaat trouwens niet om de hoge magistraat. Het gaat om de petitie.
Dat alle mensen die medewerking hebben verleend aan de dempingen op staande voet zullen worden ontslagen, zonder eervolle vermelding, en vervolgens gearresteerd.
Je gaat wel ver, je lijkt wel de nieuwe procureur-generaal.
Je vindt dat ik ongelijk heb?
Je gaat te ver. Je gaat nog verder dan het rekest van Macschot, die alleen maar de eis tot staking der dempingen stelde.
Ik voel meer voor een raak schot dan voor een mak schot.
Je gaat te ver. Mensen arresteren, dat is toch een diep ingrijpende maatregel.
Bij bedlegerigen met een doktersattest mag men in ernstige gevallen met huisarrest volstaan.
Nou ja zeg, neem mij niet kwalijk. Arresteren! Daar hoor ik van op!
Vind je dan dat ik ongelijk heb?
Als iedereen die gelijk meent te hebben, de anderen arresteert, dan komen we gevangenissen te kort.
| | | |
Je hebt er je met je eigen ogen van kunnen overtuigen hoe zij ons stadsschoon hebben bedorven.
Pardon, ik kan het niet in alle opzichten met je eens zijn, er schijnt een misverstand tussen ons te bestaan.
Ondergetekende is benieuwd naar U edeles standpunt. Verklaar u nader.
Sta mij toe dat ik eerst mijn blaas ledig.
(in zijn zenuwachtige schaterlach uitbarstend) Zijn blaas ledigen. Ha ha. Maar gelijk heb je. In een kroeg bestelt men een nieuwe borrel, in de buitenlucht gaat men ertoe over zijn blaas te ledigen.
Of men kauwt op een grassprietje.
(nogmaals in een onnozele schaterlach): Waarop tevoren een ander zijn blaas heeft geledigd.
(De twee mannen nemen de bekende houding aan. Er heerst even stilte, slechts onderbroken door het bekende geruis. Spoedig hebben zij weer toilet gemaakt en hervatten het gesprek.)
Het wordt mij steeds duidelijker. Wij nemen een verschillend standpunt in. Jij zegt dat de heren van Openbare Werken niet anders hebben gedaan dan ons stadsschoon bederven. Ik ontken dat ten stelligste. Zij hebben in bepaalde gevallen verkeerde beslissingen genomen, zeker, maar in andere gevallen hebben zij even zeker de juiste maatregelen getroffen.
De verkeerde beslissingen in ieder geval dank zij de hoofdschuldige, ir. Groote.
De man met het bekende paardegebit...
Deze heer heeft gemeend de dans te kunnen ontspringen door bijtijds ontslag te nemen. Maar wij laten hem in Holland...
In de boeien slaan, daar kun je donder op zeggen.
Wij zullen de schuldvraag buiten beschouwing laten. Het gaat hier om de zaken, niet om de mensen.
Alsof die ooit te scheiden zijn.
Men kan het vraagstuk van de demping niet als zo-
| | | |
danig beschouwen. Wij hebben hier met drie vraagstukken te doen.
Ik verzoek je vooral de zaak niet ingewikkeld te maken.
Ik bepaal mij tot de feiten. Het zou natuurlijk dwaasheid zijn zich tegen iedere vorm van demping te verzetten.
Ik zou niet weten waarom, maar ga verder.
Het gaat hier om drie geheel uiteenlopende gevallen van demping. Ten eerste hebben we de demping in het Waaigat. Dan hebben we de demping aan de ingang van de haven. En tenslotte de demping van het Rifwater.
Alwaar wij thans staan te wauwelen. Gaat u verder, professor.
Wordt het een beetje moeilijk om te volgen?
(Willem geeft de ander een por in de ribbenkast, zij lachen beiden.)
De demping van het Waaigat beschouw ik als een prachtige oplossing, als zij maar in haar geheel wordt uitgevoerd.
De oplossingen worden hier op Curaçao maar zelden integraal uitgevoerd. De begroting wordt niet vastgesteld voor de uitvoering van het gehele werk, zoals bijvoorbeeld in Holland met de drooglegging van de Zuiderzee het geval is geweest, maar in termijnen. Er wordt jaarlijks een bepaald bedrag gevoteerd voor het werk, dat reeds in uitvoering is.
Zeg, hoor eens, ik heb een licht vermoeden dat je pro-macamba neigingen hebt.
Ik ben pro niks en anti niks. Ik hou mij aan de feiten.
(naar een voorbijdrijvend wolkje turend) Het gaat er maar om of hij ze goed ziet. Het gaat er maar om of hij ze goed ziet.
Inderdaad heb ik mij alle moeite gegeven om mij niet door vooroordelen te laten beïnvloeden. De demping in het Waaigat is uit verschillend oogpunt uitnemend. Ten
| | | |
eerste uit het oogpunt van stadsuitbreiding. De binnenstad wordt ontlast en de kaderuimte van de De Ruyterkade wordt aanzienlijk uitgebreid. Ook uit het oogpunt van stadsschoon moeten wij dit plan luide toejuichen, vooral als de brug oostwaarts is verschoven, wat in het oorspronkelijk plan lag en als het postkantoor tot stand komt zoals het ontworpen is, zonder architecturale beknibbelingen
Ik heb geen zin je tegen te spreken, hoewel ik moordende tegenargumenten bezit. En hoe denkt mijnheer over de demping van de Vaargeul?
Die juich ik evenzeer toe. Het stuk dat gedempt zal worden, is toch onbevaarbaar. Bovendien zou men het Brionplein van zijn verkeerscongestie kunnen verlossen. Je schijnt niet te weten hoe dringend nodig de uitbreiding van parkeerruimte is.
Maak je maar geen zorgen over mij, ik ben meer dan voldoende op de hoogte.
Ja, ik geloof werkelijk dat je er menige nacht niet van slapen kunt. Zou je niet eens een slaapmiddel nemen?
En de demping van het Rifwater, mag dat ook rekenen op mijnheer zijn fiat?
Hier nader ik jouw standpunt. Ik meen inderdaad dat Openbare Werken hier het oude stadsschoon heeft aangetast zonder de noodzaak daartoe te kunnen aangeven. Ten eerste werd het prachtige met mangrovebos omrankte binnenwater terwille van een hotel, dat overal elders had kunnen staan, gehalveerd in twee onnozele karakterloze vierkante vijvers. En vervolgens was het evenzeer zonder noodzaak dat de rifgracht versmald werd, zodat...
De gevels er nauwelijks meer in kunnen spiegelen.
Je ziet dat ik je standpunt niet volledig deel.
Je opmerking over het Rifwater heeft mijn hart dermate verheugd, dat ik je met een accolade moet bedanken.
(De twee mannen kloppen elkaar op de schouder.)
Het gaat er niet om of ik in alles gelijk heb of niet. Het gaat er alleen om of zij in een bepaald geval het stadsschoon hebben bedorven.
| | | |
In het geval van het Rif is dat zeker gebeurd.
(het hoofd geheimzinnig naar de ander strekkend): Dat doen ze met opzet.
Nou hoor 'ns, je gaat weer te ver.
Die macamba's doen dat met opzet.
Zeg hoor 'ns, je bent geen Arubaan, je mag je het privilege van waanvorming niet toeëigenen.
Zij moeten worden gearresteerd.
(Er valt een stilte in. Willem herhaalt haast onhoorbaar ‘zij moeten worden gearresteerd’. Arthur kijkt vaag voor zich uit. Dan nadert hij de ander en klopt die veelbetekenend met de wijsvinger op de borst.)
(terwijl hij de ander nog steeds op de borst klopt, ter plaatse van het hart) Jouw argumenten zijn geen redelijke argumenten, het zijn gevoelsargumenten.
Jij wilt dat het verleden terugkeert.
En waarom mag ik dat niet willen?
Omdat het juist de eigenaardigheid is van het verleden om niet terug te keren.
Dat heb je van de Hollanders of misschien wel van de communisten geleerd.
Denk je dat het verleden zou terugkeren wanneer je deze gebouwen het restaureren? Zij zouden museumstukken worden, maar nooit ofte nimmer de huizen waarin wij hebben gespeeld.
Ik ben hier niet gekomen om filosofische vraagstukken op te lossen.
Ik doe niets zo graag als filosoferen.
Het is jammer dat je het zo slecht doet.
Het gaat in dit ene geval gelukkig niet om de kwaliteit maar om de kwantiteit.
Teken je de petitie of niet?
Om de reeds vermelde redenen moet ik met een weigering antwoorden.
(zich reeds omwendend): Adieu werktuig van de Hollandse dempingswoede.
| | | |
Adieu werktuig van Curaçaose waterzucht.
(zich omwendend) Ik-zou oppassen, waarde heer. Tenslotte hoeven wij niet alles te nemen.
Sinds mijn achttiende jaar draag ik altijd een revolver bij mij.
(in zijn onnozele schaterlach uitbarstend): Curaçaose waterzucht... Curaçaose waterzucht...
(Willem is in zijn wagen gestapt en weggereden. Arthur staat nog even naar de huizen te kijken en zegt dan): ‘Wij zullen hier nooit meer spelen.’
|
|
|