|
|
|
| |
| | | |
Zevende bedrijf
Als het doek opgaat, bevindt men zich in een manzenillenbos. Maanlicht schemert door het vrij dichte gebladerte. André Darault, Casanova en don Juan liggen ieder tegen een brede manzenillenstam aan te slapen.
(overeind komend) Daar zitten die Casanova en don Juan weer vlak naast mij. Ik dacht dat ik ze eindelijk kwijt was. Kleverige kerels ... kleverige kerels ...
(terwijl hij en don Juan eveneens overeind komen) Neen, Darault, zo makkelijk kom je niet van ons af. Je bent ook een fanatieke vrouwenjager geweest.
Wat is dat nou weer voor moois, een vrouwenjager?
Nou, de kerel schijnt toch al enigszins te vergeestelijken.
Zijn woordenschat verarmt naar de zijde van het nachtleven.
Men wordt hier vreselijk slaperig.
Dat is de eerste aanloop voor de gedaantewisseling.
Praat toch niet altijd over gedaantewisseling. Ik geloof dat ik altijd dezelfde zal blijven.
Daar ben je ook een Spanjaard voor. Jullie zijn niet onder een gelukkig gesternte geboren.
Waarom moet men nog tot diep in de dood in nationaliteiten verdeeld blijven? Het lijkt wel of wij bij de neus genomen zijn. Ik zie niets van hemelrijk, noch van hel of vagevuur. Het is allemaal eender gebleven, alleen maar een beetje meer uiteengeslagen.
(lachend) Waarom je dan niet gewend tot de schepper van hemel en aarde?
| | | |
Bluf niet zo, doe niet zo hemeltergend.
(hoffelijk) Ik bied jullie mijn excuses aan.
Nu is het mij opeens weer duidelijk waarom ik mij naar het manzenillenbos heb begeven.
Licht ons in. Wie weet stel je ons van onszelf op de hoogte.
Daar ging mij een gedachte door het hoofd. Ik sprak tot mijzelf.
Dat moet je niet meer doen, dat maakt me zenuwachtig.
Ik bied je mijn verontschuldiging aan.
Ik ben hier gekomen omdat ik mijn dochter zocht.
Wist je dan dat ze hier zou zijn?
Mogelijk ook is het al twee eeuwen geleden dat zij hier is geweest.
Dat is het beroerde van ons, doden, dat wij geen behoorlijke afspraak kunnen maken. Wij zijn de kluts kwijt. Wij zijn tenminste het gevoel voor de tijd kwijt.
Ja, laten wij maar gaan. Wie weet wacht zij sedert twee eeuwen in het dodenrijk, dat ik terugkeer.
Twee eeuwen of tien eeuwen, wat doet het ertoe? Bij de een eist de gedaantewisseling niet meer dan een seconde, bij de ander is het een kwestie van aeonen.
En ik ben in dit giftig bos gekomen omdat ik hier de aanwezigheid van onvergetelijke bloemen verwachtte.
Jullie, Spanjaarden, zijn hartstochtelijk, maar weinig gevoelig.
Laat mij je dan, Casanova, Italiaanse klepzeiker die je bent, het Vers van de Bloemen voordragen. (Don Juan treedt dramatisch naar voren en ‘zegt’ het navolgende gedicht)
waar het gif uit de bomen druipt
| | | |
waar de slang bij gebrek aan teen
op zijn buik langs de grassprieten kruipt.
Dies dansen wij zonder spijt
waar de waan door de struiken sluipt
waar, schoon ik dit geenszins meen,
de maan door de wolken gluipt.
Dies dansen wij zonder spijt
Als alle gedichten bevat het louter onwaarheid.
Laten wij terugkeren naar de nevelen van het dodenrijk.
(De schimmen hebben zich tussen de bomen teruggetrokken. Er verschijnen thans een twaalftal bosgeesten, die een reidans uitvoeren, terwijl zij het door don Juan voorgedragen vers zingend herhalen. Wanneer ook de bosgeesten zich tussen de bomen hebben teruggetrokken treden naar voren Zebedeus Silié en Adela Darault)
Vind je niet, Zebedeus, dat er hier een beetje griezelige sfeer heerst?
Dat komt van de schemerige maan.
Ik heb soms het gevoel dat er hier bosgeesten rondwaren.
Wanneer de maan door de bomen schemert ...
Soms is het mij ook of wij de schimmen van dierbare overledenen zullen tegenkomen.
Wij zijn misschien ongelukkige mensen.
Maar hoe ben je er in godsnaam toe gekomen je naar het manzenillenbos te begeven?
Er zij n dingen die men maar liever moet verzwijgen.
Ben je dan zo ontgoocheld?
Misschien ben ik dat ook wel.
| | | |
Je had je nooit met de kunst moeten inlaten. Men krijgt er vreemde gedachten van.
Wie zich aan de kunst waagt, zal ook het gevoel van machteloosheid leren kennen. Maar hij zal het nimmer betreuren dat hij er zich mee opgehouden heeft.
Wetenschap doet niet anders dan de mens van zijn natuur vervreemden.
De ignorantia docta heeft mij niet veel kwaad gedaan.
Politiek is leugen en verraad.
Ik heb nooit anders verwacht dan daar leugenaars en verraders te zullen aantreffen.
Maar waarom ben je dan ontgoocheld?
Het zijn degenen die de vraag stellen, die het antwoord weten.
Wat bedoel je toch, Zebedeus, mijn Zebedeus?
Adela, Adela, je weet evengoed als ik dat ik aan de aardse liefde ziek ga.
Wordt je liefde dan niet beantwoord?
Misschien meer dan voor mij of voor haar goed zou zijn.
Waarom ben je dan ongelukkig?
Omdat zij een blanke is en ik een bastaard.
En wat betekent dat, als zij zich daar niet om bekommert?
Maar haar moeder bekommert er zich wel om. Het zou haar moeder doden.
Wat gaat je haar moeder aan?
Ik ben nog niet zo vooruitstrevend om mij daar in het geheel niets van aan te trekken.
En als haar moeder, door een schone droom gewaarschuwd, niets anders koestert dan de vurige wens dat de liefde tussen dit wit maagdekijn en deze vurige bastaard tot werkelijkheid wordt?
Kan dit de waarheid zijn?
Het is de waarheid. Ik zweer.
Dan heb ik mijn geluk in het manzenillenbos gevonden!
| | | |
(De hoofden buigen naar elkaar toe voor een kus zonder weerga. Op ditzelfde ogenblik treden een twaalftal bloemen op de voorgrond, reseda's, karawara's, anglo's en magdalena's en voeren een reidans uit. Ze zingen daarbij het volgende vers, dat als een zinvolle variatie moet worden beschouwd op het gedicht van don Juan)
waar geluk uit de bomen druipt
waar Venus op zoel-zachte teen
met gemak langs de grassprieten sluipt.
Dies dansen wij zonder spijt
waar geluk tegen wanhoop kuipt
waar, schoon ik dit alleszins meen,
de maan door de wolken gluipt.
Dies dansen wij zonder spijt
(Op dit ogenblik treedt mevrouw Darault naar voren, gevolgd door Morel en Clementina en vervolgens door Cijntje en Miep)
Eindelijk hebben we ze gevonden.
Zijn ze nog niet overleden?
Naar hun wijze van handelen moet men het tegendeel aannemen.
Hoe gelukkig dat geen schaduw op ons jong geluk zal vallen, Arthur.
Je bent een schat, Clementina, maar doe niet zo misselijk.
Ik zal de champagne, die bestemd was als medicijn om hen uit de dood te wekken ...
Thans laten knallen ter viering van het schone leven!
| | | |
Ja, laten wij alle misselijkheid laten varen en het er even flink van nemen.
(bezorgd) Maar hebben wij ook voldoende champagne voor de bloemen, die het dansen niet kunnen laten?
Dit is een van de vele vraagstukken op Curaçao, die om een onmiddellijke oplossing vragen.
(Op dit ogenblik treden de bosgeesten naar voren. Zij blijken op de hoogte te zijn van de gebeurtenissen van de laatste minuten, zij hebben glazen en champagne meegebracht, die aan de bloemige danseressen worden aangeboden)
(terwijl zij het glas aan de lippen brengen) Geluk voor eeuwig! Bokaal aan de lippen!
|
|
|