terug  begin  verderprepost
[p. 71]

Zijne begaafde teekenpen
Anth. de Vries en De Schoolmeester

De Gedichten van den Schoolmeester zijn niet meer goed voor te stellen zonder de prentjes van Anth. de Vlies. Uit de drukgeschiedenis blijkt dat ze telkens weer gebruikt werden, zelfs toen de oorspronkelijke houtgravures verloren waren gegaan, zelfs toen door overname van overname alle fijnheid eraan ging ontbreken. Er verschenen natuurlijk wel edities zonder illustraties - en die zagen er dus uit zoals De Schoolmeester er vijf drukken lang had uitgezien - maar de zesde, de eerste geïllustreerde druk van 1872, bleef toch de basis voor elke échte Schoolmeester-editie.

Waar die speciale bekoring van De Vries' prentjes op berust, moet ieder voor zichzelf uitmaken, maar er is één gegeven dat stellig bijdraagt aan het plezier dat ze verschaffen: de plaats waarop ze voorkomen in de tekst.

Anthonij de Vries nam het illustreren serieus, hij rekende precies uit - de lay-out van de zesde druk in aanmerking nemend - op welke plek hij met zijn tekeningetjes de tekst kon onderbreken. Hij wilde klaarblijkelijk niet naast, maar in de tekst werken. Zo verbond hij zijn prentjes onlosmakelijk met de gedichten, of beter: met juist die passage, die regel of dat woord waarna hij ze liet volgen.

Iets dergelijks is bij negentiende-eeuwse humoristische poëzie niet ongebruikelijk. Soms zorgt de auteur zelf voor het beeldende element van zijn tekst, bij voorbeeld Wilhelm Busch, en grijpen tekst en beeld zozeer ineen dat er iets kapotgaat als die twee uit elkaar worden gehaald. Ik wil niet zeggen dat De Vries steeds een zo volledige samenhang heeft nagestreefd, maar wie erop let moet wel vinden dat de plaats waarop hij zijn prentjes invoegde voor een niet gering deel hun humoristisch effect bepaalt.

Een mooi voorbeeld levert ‘De Morgenstond’ waar we op blz. 161 - ik gebruik steeds de zesde druk - worden uitgenodigd mee naar de moestuin te gaan. De Vries dringt dan met zijn illustratie zelfs een versregel binnen:

[p. 72]
 
Moest onder zijn hart maar liever straatsteen schrijven:
 
Doch wilt gy van hier nog elders heen? Welaan!
 
Laat ons dan terstond naar den moestuin gaan:
 
Hier treft u het tuingereedschap wellicht


illustratie

 
en ziet gy, over de heining, de vaart,
 
Voorheen met een volksschuit in zich, getrokken door een heer te paard;

Hij neemt hier, zoals men ziet, De Schoolmeester letterlijk, en geeft daarmee een beeldend equivalent van een gebruikelijk literair humorprocédé, dat ook De Schoolmeester vaak hanteert.

In De Gedichten komen meer van zulke interrupties voor. Het beeld mengt zich dan geestig in de tekst en zo iets bewijst hoe secuur De Vries de gedichten gelezen heeft. Een ander voorbeeld op blz. 104, uit ‘Het Paard’:

 
Waar vindt men nu schier
 
Onder de vernuftigen op alle vier
 
Zoo'n nuttig en aangenaam dier,
 
Dat zijn plicht doet met zooveel pleizier?


illustratie

De Vries maakte zijn prentjes tot onderdeel van de tekst. Ze moeten om zo te zeggen meegelezen worden, ongeveer zoals Vroman van ons verwacht in Manke vliegen. Meestal treden ze op binnen het gedicht, binnen de strofe, zelfs - zoals we zagen - binnen de vers-

[p. 73]

regel, maar het komt ook voor dat ze het gedicht beginnen en afsluiten.

Latere geïllustreerde drukken van De Schoolmeester hebben De Vries' perfectie in dit opzicht niet kunnen respecteren. De prentjes kwamen terecht op andere plaatsen, de nieuwe vormgeving noodzaakte daartoe. Nergens in de Schoolmeester-literatuur heb ik daarover een klacht vernomen en dat verbaast me. Met hun plaatsing is immers de functie van de prentjes in het geding en, naar mijn overtuiging, hun aardigheid. Wat is nog leuk aan een zetting als deze uit ‘De Kat’:

 
Soms weer doet hy de ronde, en let of alles behoorlijk toegaat in huis,
 
En kuiert al de vertrekken rond, zolder en proviziekamer inkluis,
 
En vergewist zich op zijn tournée of al te met de keukenmeid,
 
Als wel eens gebeurt door nonchalance of onachtzaamheid,


illustratie

 
Terwijl zy met den brievebestelder, of slagersmof staat te praten,
 
Een bord met room of gebakken vischjens, of een saucijsjen
 
à l'abandon heeft gelaten:

Het zag er in de zesde druk als volgt uit (blz. 117):

 
Somtijds zit hy ook uren lang te loeren naar 't een of ander takkie,


illustratie

 
Waar een nachtegaal zit te kwinkeleeren of groene sijs,
 
En dan peinst hy: ‘had ik je hier maar, je waart spoedig prijs.’
 
Want een dergelijk vogeltjen, zelfs ongebraden, is een kat zijn delikaatste spijs.
[p. 74]

De eerste presentatie is afkomstig uit de Prisma-editie van De Gedichten (1977) en doet geen recht aan De Vries' oorspronkelijke bedoeling. In de zesde druk is zijn beeldende interpretatie conform de intentie van de dichter, die de ‘Natuurlijke historie voor de jeugd’ als een spiegel aan zijn tijdgenoten voorhield: een oude voyeur - de kat - ziet werkelijk een zingende vrouw - de nachtegaal of groene sijs - die de was buiten hangt. Dit pikante samenspel tussen tekst en beeld is in de Prisma-zetting uit het oog verloren.

Die editie heeft ruim een derde van de prentjes verkeerd geplaatst. Dat kon ook moeilijk anders, want het verschil in zetsel liet geen keuze. Wie wil constateren wat voor effect dat heeft, hoeft de pocketeditie maar door te lezen. Dikwijls slaan de prentjes nergens op, ze komen of als mosterd na de maaltijd of te vroeg waardoor niemand iets van ze begrijpt. Het paard dat ‘zijn plicht doet met zooveel pleizier’ schopt pas 7 versregels later, en bovendien op een nieuwe bladzijde (98), zijn berijder in de rug. De grap is weg, de illustratie is onbegrijpelijk. Een onwillekeurig geestige verplaatsing treffen we aan in het toneelstuk ‘De Koffij-veiling’ (Prisma-59):

 
knecht,
 
stil tegen Mevrouw.
 
Mevrouw! zeg vooral niet dat ik u dien brief gaf.


illustratie

Deze knecht gedraagt zich tamelijk vrijpostig en is, bij nader inzien, ook niet zo heel erg als knecht gekleed, maar meer als de heer Dadelpracht zelf. En inderdaad, oorspronkelijk zag het er zo uit (60):

[p. 75]
 
Dadelpracht.
 
O Pronk- en puikjuweel der vereenigde Nederlanden,
 
Met uw correspondeerende armen en handen,
 
Hoe zijt gy nog zoo laat en negligé?
 


illustratie

 
Deel mij het geheimzinnige van dit raadsel mee?
 
mevrouw.
 
Helaas!

Soms maakt de lay-out het voor de Prisma-editie noodzakelijk om een prentje niet binnen, maar buiten een strofe te plaatsen, waardoor een regel wit wordt gewonnen. Wat een verschil dat maakt, laat blz. 244 goed zien in vergelijking met Prisma-221, waar Barend de Schutter tot de vijandige ‘garde champetter’ spreekt:

 
‘Van kindsbeen af leerde ik reeds: sta pal!
 
Zoo U daarom thands wilt wachten,
 
Wie 't eerst van ons twee uit den weg zal gaan,
 
Dan moeten wy hier maar vernachten.’


illustratie

[p. 76]
 
‘Van kindsbeen af leerde ik reeds: sta pal!


illustratie

 
‘Zoo U daarom thands wilt wachten,
 
Wie 't eerst van ons twee uit den weg zal gaan,
 
Dan moeten wy hier maar vernachten.’

Een laatste voorbeeld van vervorming van De Vries' bedoelingen signaleer ik op blz. Prisma-92 in ‘De Olifant’, waar het prentje deze context krijgt:

 
Hy is bovendien begaafd met een uitmuntend verstand,
 
En voor zoo'n zwaar zoogdier, zoo buitengemeen by de hand,
 
Meer dan de slankste minister, diplomaat-aspirant,


illustratie

 
Of politiek prestidigateur calminant,
 
Onder zijn lichter natuurgenooten in de staats-courant.
[p. 77]

Is de minister plotseling winkelier geworden en de klant diplomaat-aspirant? Wat heeft deze afbeelding bovendien met ‘De Olifant’ te maken? De zesde druk geeft op deze vragen wel antwoord. Daar gaan aan de illustratie de volgende versregels vooraf:

 
En toch betaalt hy jaarlijks zeker
 
Voor zijn winterhielen zooveel niet als gy, aan den stads-apteker.

Ik stop het vergelijken. Het is nu wel aangetoond dat de enige echte geïllustreerde Schoolmeester die van de zesde druk is. In alle andere drukken - de Prisma-editie gebruikte ik daarvoor alleen als exempel - heeft de plaatsing van de prentjes aan functionaliteit ingeboet, in de Prisma zelfs voor 33%. Dat De Vries zoveel lof heeft gekregen, waarschijnlijk vaak op grond van een corrupt-geïllustreerde editie, pleit voor zijn tekeningen. Hij wilde meer zijn dan illustrator, en zich - binnen de tekst - onmisbaar maken, en vooral onverplaatsbaar. Wie de zesde druk naast een andere in handen neemt, kan opmerken hoe hij daarin oorspronkelijk is geslaagd.

 

1979

prepostterug  begin  verder