Het moet op het eerste gezicht wonderlijk aandoen, dat revolutionnaire proletariërs een geschrift de wereld inzenden, dat zich richt tégen het Bruinboek.
Immers het Bruinboek is een aanklacht tegen het nationaal- socialisme, een documentair boek, waarin de misdaden van het Hitlerianisme vastgelegd zijn. Hadden de samenstellers van het Bruinboek evenwel zich daartoe bepaald, voor ons zouden er geen redenen tot ingrijpen geweest zijn. Want het kan zijn nut hebben, als ‘Internationale Schriftsteller von höhem Range’ en andere steunpilaren van onze vriendelijke, burgerlijke samenleving, waaronder een Lordschap, bewijzen en vastleggen, uit welk een bende doorgefourneerde schurken hun eigen klasse bestaat. In elk geval is er voor ons geen reden een geschrift samen te stellen, wanneer de bezittende klasse onderling om haar dievenbelangen aan het bakkelaaien is en wij een der strijdenden op een keurige collectie leugens attrapeeren. Dat zou bovendien onbegonnen werk zijn, want dat zijn dagelijks voorkomende gebeurtenissen, waartegen wij onze gewone propaganda voor de arbeidersdemocratie van het Communisme stellen.
Maar de samenstellers, de initiatiefnemers, de uitgevers en alle andere, zich achter het Internationaal Comité tot Steun aan de Slachtoffers van het Hitler-Fascisme schuil houdende krachten, bepaalden zich daartoe niet.
Zij konden zich daartoe niet bepalen, omdat zij zelf een bloedschuld te verbergen hadden.
Zij, de tegenover de Duitsche bourgeoisie staande bourgeoisieën van andere naties, zijn geen haar beter. Zij, de
beulen van de Parijsche Communards, de slagers van de Chartisten, verbergen met hun huichelachtig protest tegen de bestialiteiten der nazi's, hun eigen misdadige tronies, maskeeren daarmede voor de massa's hun waren aard. En de voortreffelijke leiders der oude, aftandsche arbeidersbeweging, de partijen en vakorganisaties, die het Duitsche proletariaat tot aan den rand van de hel geleid hebben en het alléén erin lieten loopen, zijn hun dienstwillige dienaren. Ook zij kunnen niet anders, zij moeten hun lakeien-positie achter een rookgordijn van leugens voor het proletariaat verbergen.
Deze leiders voeren thans, na haar smadelijke afdanking door eigen bourgeoisie en vervanging door de Nazi's, in dienstbetrekking bij andere kapitaalsgroepeeringen schouder aan schouder met hun buitenlandsche collega's, die nog geduld worden, een strijd tegen het Hitler-fascisme. Juist omdat de strijd niet gaat tegen alle vormen van fascisme, maar zeer speciaal tegen het fascisme dat door de Duitsche bourgeoisie gehanteerd wordt, daarom kan het Bruinboek niet alléén zijn een aanklacht tegen het nationaal-socialisme, maar moest het tevens zijn een propagandamiddel voor de verdere fasciseering van de nog zoogenaamd democratische landen. En zoo wordt het duidelijk, waarom al die humanisten van de Moskousche Internationale, de Soc. Arb. Internationale, in eenheidsfront met de geheele overige burgerlijke wereld, hardnekkig hun giftige laster tegen Marinus van der Lubbe volhouden en het Bruinboek óók in het teeken zetten van den strijd tegen de Revolutionnaire Idee, strijd tegen de ontvoogding der arbeidersklasse, tegen het zelfstandig optreden van het proletariaat, tegen den man, die zijn jonge leven inzette om de suggestie der partijdiscipline met een DAAD te verpletteren!
Dat is het wat alle heerschers, om het even wat hen overigens scheidt, gelijkelijk vreezen: het op het tooneel verschijnen van het geheel zelfstandig handelend proletariaat.
Inmiddels gaat de campagne tegen M. van der Lubbe en daardoor tegen de revolutionnaire idee voort. Thans nu wij deze inleiding schrijven, is een nieuwe vertooning in gang, namelijk een schaduw-proces.
Onder de getuigen die gehoord werden was o.a. de zeer idealistische politie-president van Berlijn, de heer Greszinski, sociaal-democraat, de man die het gebruik van pantserwagens tegen demonstreerende arbeiders invoerde. Met behulp van dergelijke lieden zal opnieuw bewezen worden, de lasterlijke aantijging, dat Marinus van der Lubbe een nazi-provocateur is.
Men wist, dat de inhoud van het Bruinboek geen waarheid bevatte; men wist, dat die inhoud de toets der critiek niet zou kunnen doorstaan en had iets nieuws noodig. Maar zelfs deze heele comedie zou ons niet beroeren, want het interesseert ons niet en het interesseert Marinus van der Lubbe niet, hoe de burgerij ons beoordeelt, ware het niet, dat deze geheele farce een poging is, de beteekenis van het optreden van Van der Lubbe voor het proletariaat te verdraaien.
Maar het gaat bij ons om het proletariaat. Het Roodboek wil daarom geenszins zijn een poging om bij de burgerij een mildere stemming ten opzichte van Van der Lubbe te doen ontstaan. De samenstellers van dit geschrift, die niet zooals zij van het Bruinboek de medewerking hebben gehad van kunstenaars en intellectueelen van de geheele wereld, die niet de beschikking hadden over de talrijke ondernemingen des heeren Münzenberg, noch over het apparaat en
de geldmiddelen van Tweede en Derde Internationale, noch over het corps geheime G.P.Oe-agenten, maar die zoo goed als zonder middelen 't materiaal in dit geschrift verwerkt bijeen hebben gebracht, steunende op zeer kleine groepen klare, klassebewuste, revolutionnaire proletariërs, appelleeren met dit geschrift aan het internationale revolutionnaire proletariaat. Dàt wil dit geschrift zijn, een appel aan het PROLETARISCH GEWETEN!
Wanneer de arbeiders rustig de argumenten overwegen, dan vreezen wij hun oordeel niet. Wij weten, dat het eindoordeel van de massa's vernietigend voor de verraders en bedriegers zal zijn en dat het vonnis zal worden voltrokken op den dag, dat de arbeidersklasse naar het voorbeeld van Marinus van der Lubbe, geheel zelfstandig in het maatschappelijk leven zal ingrijpen, tot verwezenlijking van eigen doelstelling:
HET COMMUNISME!