[
Vp tbetrauvven
van dien zo wilick beghinnen]
25
Vp tbetrauvven
van dien zo wilick beghinnen
mids tshelichs gheest gratie / en drie zantinnen
Bede / Catherina / Barbara / Magdaleene
Wiens ghildebroeder / huut een godsvruchtich beminnen
ick zy onweerdich onReene
+
+
als simpel Archadiste Ruud plomp van zinnen /
Myn Rhetoricael testamentken cleene
Zynde oock Memoriael Bouck eene
Maer
eer ick my vvilde pooghen te begrypene yet
5
voor een eerste beghin / ick eerdschCrupende woorme
vvilde ter ee
re
n gods (zonder wien / vermueghen Niet)
Stellen naer de lettre / het Euangelion ziet
In principio erat verbu
m
[p. 33]
Dies myn ooren sloughen storme
*
10
Begrypende gods eeuwicheyt / en zyn mensschelicke forme
+
1 v
+
Fol. 1 v, r. 8 onderstreept.
*
Oorspronkelijk ‘stoorme’; tweede ‘o’ is doorgehaald.