[p. 1]

Geschiedenis van de Middelnederlandse handschriften

Lotgevallen en overlevering

W. de Vreese heeft in zijn Bibliotheca Neerlandica Manuscripta ca. 11.000 Nederlandse handschriften beschreven, die van de 13de tot de 17de eeuw in de Nederlanden tot stand zijn gekomen. Zij zijn echter slechts een gering gedeelte van de vele duizenden Nederlandse manuskripten, die in de voornoemde eeuwen zijn geschreven. Duizenden Nederlandse handschriften zijn in de loop der tijden op velerlei manieren en door allerhande oorzaken verloren gegaan. In de 16de eeuw, toen het geschreven door het gedrukte boek was verdrongen en onder invloed van het humanisme en de renaissance de literaire smaak was veranderd, werden de letterkundige werken uit de middeleeuwen, die in het Diets waren geschreven, als waardeloos beschouwd. Tal van perkamenten handschriften, die Middelnederlandse ridderromans, leerdichten, berijmde heiligenlevens en rijmkronieken bevatten, waarvan bovendien de verouderde taal haast onverstaanbaar was geworden, werden door boekbinders opgekocht en tot lijm gekookt of tot kaften, schutbladen en rugstroken versneden. Op die wijze ging vaak de laatste codex ten onder, waarin een ridderroman of een leerdicht was overgeleverd. In de 19de en de 20ste eeuw werden tal van fragmenten van versneden handschriften uit zestiende-eeuwse boekbanden losgemaakt en werd op die wijze althans een aantal verzen teruggevonden van werken, die in hun geheel verloren zijn gegaan.

In de kloosterbibliotheken berustten in de 16de eeuw nog vele Middelnederlandse handschriften met bijbelvertalingen, mystieke en ascetische werken, preken en heiligenlevens, die tot dan toe aan het boekbindersmes waren ontsnapt. Op het einde van de 16de eeuw werden in de hervormde Noordelijke Nederlanden de kloosters opgeheven. De handschriften, die zich in de kloosterbibliotheken bevonden, werden vernietigd of kwamen in het bezit van verzamelaars. In 1783 en 1784 werden ook in de Oostenrijkse Nederlanden de meeste kloosters opgeheven. De handschriften uit de afgeschafte Brabantse kloosters werden in de lokalen van het

[p. 2]

Comité de la caisse de religion te Brussel samengebracht, maar vele werden voordien uit voorlopige depots gestolen en kwamen, voor zover zij niet door onwetenden waren vernietigd, in het bezit van verzamelaars. Een eerste gedeelte van de handschriften die in de lokalen van het voornoemde comité opgestapeld lagen, werd in 1785 en 1786, op verzoek van Charles Jean Beydaels de Zittaert, eerste wapenkoning van de Oostenrijkse Nederlanden en de Bourgondische kreits, aan de Chambre héraldique te Brussel geschonken (thans in de Österreichische Nationalbibliotheek te Wenen); een tweede gedeelte werd in 1794 door Franse commissarissen in beslag genomen en naar Parijs gevoerd (de in 1815 teruggegeven handschriften zijn thans in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, de andere in de Bibliothèque Nationale, de Bibliothèque de l'Arsenal en de Bibliothèque Mazarine te Parijs); een derde en laatste gedeelte werd tussen 1800 en 1814 aan de Bourgondische Bibliotheek, thans Koninklijke Bibliotheek, te Brussel geschonken. In 1796 werden in de Zuidelijke Nederlanden de overblijvende kloosters door de Fransen opgeheven. De handschriften uit die kloosters werden, voor zover zij niet aan openbare bibliotheken waren toegewezen, openbaar verkocht en kwamen in het bezit van verzamelaars.

Het aantal thans nog bewaarde Middelnederlandse handschriften kan nog vrij groot schijnen. Gering is echter het aantal handschriften, waarin letterkundige werken in engere zin, zoals ridderromans, leerdichten, berijmde heiligenlevens of berijmde kronieken, zijn overgeleverd. Nog geringer is het aantal handschriften, waarin geneeskundige geschriften bewaard zijn gebleven. Groot daarentegen is het aantal handschriften, waarin bijbelvertalingen, mystieke en ascetische geschriften, heiligenlevens en preken en vooral getijden, gebeden en godvruchtige oefeningen voorkomen. Bovendien zijn in het genoemde aantal de vele honderden fragmenten begrepen, die in de 19de en de 20ste eeuw in oude boekbanden zijn ontdekt.

Ongetwijfeld zijn er Middelnederlandse werken verloren gegaan, waarvan we zelfs de titel niet meer kennen. Van enkele werken zoals de Madocke van Willem, het Leven van Sint-Clara van Jacob van Maerlant en vijf van de zeven Bliscappen van Maria is geen vers overgebleven, maar we weten met zekerheid dat ze hebben bestaan. Tal van werken zijn slechts fragmentarisch bewaard gebleven: we noemen Vanden bere Wisselau, het Nevelingenlied,

[p. 3]

het Roelandslied, de beide versies van de Aiol, Flovent, de Roman der Lorreinen, Willem van Oringen, Guidekijn van Sassen, Flandrijs, Perchevael, Lantsloot van der Haghedochte, Hughe van Bordeeus, Loyhier ende Malaert, Aubri de Borgengoen, de Roman van Florimont, Parthonopeus van Bloys, De ridder metten zwane, Boeve van Hamtone, Willem van Oringen, Geraert van Viane, Beerte metten breden voeten, Boudewijn van Seborch, de onverkorte versies van Die riddere metter mouwen en Die wrake van Ragisel, de tweede bewerking van Die rose, Barlaam ende Josaphat, het Leven van Sint-Trudo, Dat boec exemplaer en de voortzetting van de Vierde Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Lodewijk van Velthem. In zuiver Middelnederlands zijn Renout van Montalbaen, Madelghijs, Ogier van Denemarken, de berijmde Spiegel der sonden, alsook de Historie van Troyen, Alexanders yeesten en Merlijns boec van Jacob van Maerlant en het Boec van coninc Arthur van Lodewijk van Velthem, slechts zeer gedeeltelijk tot ons gekomen, maar in oostelijk getinte of in Duitse bewerkingen of vertalingen volledig of nagenoeg volledig bewaard gebleven. Van het Leven van Sint-Lutgard door Willem van Affligem is het eerste van de drie boeken verloren gegaan. Een aantal verzen ontbreken in het Leven van Christina de Wonderbare en het Leven van Sint-Lutgard van Broeder Geraert, alsook in de Tweede Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Philip Utenbroeke, en in de berijmde Spiegel der menscheliker behoudenisse. Werken als Ferguut, Beatrijs, Theophilus, het Leven van Sint-Franciscus van Jacob van Maerlant, het Leven van Sint-Amand door Gillis de Wevel, de abele spelen Esmoreit, Lanseloet van Denemerken, Gloriant en Vanden winter ende vanden somer, alsook de Eerste en de Sevenste bliscap van Maria zijn slechts in één handschrift overgeleverd; andere, zoals de Sint-Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke, Vanden levene ons heren, Walewein en Floris ende Blancefloer in één enkel volledig handschrift en in één of meer fragmenten. Uit dit weinig bemoedigend overzicht moge blijken hoeveel dichtwerken er geheel of gedeeltelijk zijn verloren gegaan en hoeveel er slechts door een gelukkig toeval tot ons zijn gekomen. Beter is het gelukkig gesteld met de overlevering van het Middelnederlandse wereldlijke en geestelijke proza, ofschoon ook hier werken op een aantal fragmenten na zijn verloren gegaan: we noemen slechts de vertaling

[p. 4]

van het Tractatus de regimine principum van Egidius Romanus en de prozabewerking van het berijmde leven van Sint-Trudo.

Verheugend mag het wel heten dat soms fragmenten van een codex, die in de 16de eeuw is versneden, in verschillende boekbanden, soms in ver van elkaar gelegen plaatsen, zijn teruggevonden. Zo berusten er fragmenten van een handschrift van de Sint-Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke in de Bibliothek des Obersten Gerichts der Deutschen Demokratischen Republik te Berlijn, in particulier bezit te Londen en in de Bayerische Staatsbibliothek te München; fragmenten van een handschrift van de Limburgse Aiol in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden en in het Rijksarchief te Hasselt (België); fragmenten van een handschrift van Renout van Montalbaen in de Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz te Berlijn en in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage; fragmenten van een vierdelig handschrift van de Spiegel Historiael in vier kolommen in het Stadsarchief en in het Rijksarchief te Brugge, in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel en in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Gent. Verder bevinden er zich fragmenten van een handschrift van de Historie van Troyen in drie kolommen in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Gent en in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden; fragmenten van een eerste handschrift van Parthonopeus van Bloys in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel, het Stadtarchiv te Keulen en de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden en van een tweede in de Universiteitsbibliotheek te Groningen, de Universiteitsbibliotheek te Jena en de Erzbischöfliche Diözesan- und Dombibliothek te Keulen; fragmenten van een handschrift van de Roman der Lorreinen in drie kolommen in de Bibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz te Berlijn, de Landesbibliothek te Kassel, de Universiteitsbibliotheek te Giessen, de Bayerische Staatsbibliothek te München, het Germanische Museum te Neurenberg, de Bibliothèque Nationale te Parijs en de Württembergische Landesbibliothek te Stuttgart. Ten slotte berusten er fragmenten van een handschrift van de Wrake van Ragisel in de Landes- und Stadtbibliothek te Düsseldorf en het Stadtarchiv te Keulen; fragmenten van een eerste handschrift van de tweede Rose in de abdij te Beuron en in de Universiteitsbibliotheek te Leipzig en van een tweede in de Universiteitsbibliotheek te Jena, de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden en de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht; fragmenten van een handschrift van Lantsloot vander

[p. 5]

Haghedochte in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden, het Hessische Staatsarchiv te Marburg a.d. Lahn, het Stadtarchiv te Mengeringhausen en het Minderbroedersklooster te Münster; fragmenten van een handschrift van een berijmde parafrase van het Hooglied in de Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz te Berlijn en in het Hessische Hauptstaatsarchiv te Wiesbaden.