VerzamelaarsWe vermeldden reeds dat na de opheffing van de kloosters in de Noordelijke en daarna in de Zuidelijke Nederlanden tal van Middelnederlandse handschriften in het bezit van Nederlandse en Vlaamse verzamelaars waren gekomen. Oorspronkelijk bleven zij eigendom van Nederlandse en Vlaamse bibliofielen, maar in de 18de en de 19de eeuw werden vele Middelnederlandse codices, vooral op veilingen, door Duitse, Engelse en andere buitenlandse verzamelaars gekocht. In de loop van de 19de en de 20ste eeuw verminderde het aantal Middelnederlandse handschriften in particulier bezit echter hoe langer hoe meer, daar zij door aankoop of schenking geleidelijk in definitieve bewaarplaatsen, veelal grote bibliotheken, terechtkwamen. Het verzamelen van Middelnederlandse handschriften begon in de Noordelijke Nederlanden, waar door de opheffing van de kloosters op het einde van de 16de eeuw een groot aantal handschriften uit de kloosterbibliotheken in partikulier bezit was gekomen. Uit de lange rij grote en kleine verzamelaars uit de Noordelijke Nederlanden vermelden we (met tussen haakjes het jaartal, waarin hun bibliotheek is geveild of waarin zij zijn overleden): M.Z. Boxhorn (1654), A. Pauw (1654), P. Scriverius (1663), J. de Witt (1701), A. Bentes (1702), S. van Huls (1730), A. van Bosheiden (1740), I. le Long (1744), J. Marcus (1750), C. van Alkemade en P. van der Schelling (1751), S. Emtinck (1753), Th. Mul (1755), J. Alberti (1762), P. van Damme (1764), H.C.J. van Eversdyck (1766), H. Gockinga (1773), B. Huydecoper (1779), C. van Buuren (1779), J.J. Schultens (1780), H.A. Werumeus (1783), Z.H. Alewijn († 1788), P. Bondam (1800), C. Ploos van Amstel (1800), H. van der Hoop (1801), M. Röver (1806), J. Visser († 1809), C.A. van Wachendorff (1811), J. Hinlopen (1817), C.G. Hultman (1821), J. Meerman (1824), J. Rendorp (1825), P. van Musschenbroek
(1826), J. Clignett (1828), J. Koning (1828, 1833), H. van Wijn (1831), J.P. van Suchtelen († 1836), A. Ypey (1837), B.A.C. de Lange van Wijngaerden (1845), W.H.J. van Westreenen van Tiellandt († 1848), I. van Harderwijk (1848), J. Schouten (1852), H. Defresne (1854), W. van Dam van Brakel (1859), D.C. en J.J. van Voorst (1860), J.J. Nieuwenhuizen (1861), P.G.J. Hoog van Ter Haar (1863, 1869), A.D. Schinkel (1864), A. van der Linde (1864), H.W. Tydeman (1865), J.H. van Swinden (1866), I., J. en J. Enschedé (1867), A. Bogaers († 1870), P. van Cleef (1872), Ch. Guillon (1874), W. Moll († 1889), J.A. Alberdingk Thijm (1889), O.A. Spitzen († 1889), M. de Vries (1893), J.G.R. Acquoy († 1896), J.I. Doedes (1898), N.W.J. Roijaards van den Ham (1898, 1899), J.W. Six van Vromade (1925), J. Six van Hillegom (1928), Mgr. P.J.M. van Gils († 1956) en J.H. van Heek († 1957). In de Zuidelijke Nederlanden hebben in de 18de eeuw J.B. Verdussen (1776) en J. Desroches (1788) Middelnederlandse handschriften bezeten, maar pas na de opheffing van de Zuid-nederlandse kloosters op het einde van de 18de eeuw begon het verzamelen aldaar voorgoed. Als voornaamste verzamelaars in de Zuidelijke Nederlanden vermelden we: A. Nuewens (1811), G.J. Gérard († 1814), J.M.M. Gasparoli (1823), Ch. Le Candèle († 1830), J.F. Vande Velde (1832), K. van Hulthem († 1832), J.J. Lambin (1841), J.F. Willems († 1846), P.L. van Alstein (1863), J. de Meyer (1869), F.A. Snellaert († 1872), C.P. Serrure (1872), R. della Faille (1878), J.H. Bormans († 1878), J. Camberlyn (1882), W. de Vreese († 1938) en E. Denie († 1944). In Duitsland werden Middelnederlandse handschriften verzameld door August de Jongere, hertog van Brunswijk-Wolfen-büttel († 1666), Z.K. von Uffenbach († 1734), J.W.K.A. von Hüpsch († 1805), August von Arnswaldt (1855), J. Geffcken (1864) en H. Hoffmann von Fallersleben († 1875); in Engeland door Th. Marshall († 1685), Richard, 7de Viscount Fitzwilliam of Merrion († 1816), R. Heber (1836), Augustus Frederik, hertog van Sussex (1844), Sir Th. Phillipps († 1872), Bertram, Earl of Ashburnham († 1878), G. Grey († 1898) en F. Mc Clean (1904); in Frankrijk door M. Thévenot (1694), J. Barrois († 1855), E. de Coussemaker (1877) en E. Agache († 1921); in Denemarken door O. Thott (1795); in Zweden door G. Stephens († 1895) en in Polen door J.A. Zaluski († 1774). In onze tijd bevindt zich het merendeel van de Middelnederlandse handschriften in openbare instellingen, vooral in grote bibliotheken. De Middelnederlandse handschriften, die zich thans nog in particulier bezit bevinden, zijn grotendeels getijden- en gebedenboeken. Toch bevinden zich nog enkele belangrijke Middelnederlandse codices in particulier bezit: het z.g. Gruuthuse-handschrift met liederen en gedichten; het z.g. Dyckse handschrift met Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant en Vanden vos Reynaerde; het enige volledige handschrift, echter oostelijk getint, van de Historie van Troyen van Jacob van Maerlant en het enige volledige, eveneens oostelijk getinte, handschrift van de Historie vanden Grale en Merlijns boec van Jacob van Maerlant en van het Boec van coninc Arthur van Lodewijk van Velthem. |