5. Roman der Lorreinen

Roman der Lorreinen, bewerkt naar de Geste des Loherains, fragmenten, Brabant, ca. 1370.

Perkament; 23 bladen en 5 fragmenten van bladen; blad en bladspiegel van een volledig blad resp. 390 × 296 mm en ca. 275 × ca. 200 mm; 3 kol., 60 rr. per kol. Eén hand (littera textualis). Initialen; afwisselend rode lombarden met blauw en blauwe lombarden met rood penwerk; afwisselend rode en blauwe paragraaftekens; uitstaande beginletters van de verzen niet doorstreept; de kolommen beginnen met grote, met fantasie uitgevoerde, zwarte hoofdletters, die bijna tot aan

[p. 29]

de bovenste rand reiken, sommige daarvan zijn met zwart penwerk, veelal grotesken, versierd.

 

Pl. 5

 

Berlijn, Bibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. fol. 1385 (fragment van een blad); Giessen, Universiteitsbibliotheek, 98 (19 bll.); Greifswald, Universiteitsbibliotheek (fragmenten van 2 bll.); Kassel, Landesbibliothek, Ms. poet. 4o 29 (fragment van een blad); München, Bayerische Staatsbibliothek, Cod. germ. 198 (één blad); Neurenberg, Germanisches Nationalmuseum, 22.219 (fragment van een blad); Parijs, Bibliothèque Nationale, all. 118b (één blad); Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. misc. 4o 30d (2 bll.).

 

 

De Roman der Lorreinen is een bewerking van de Geste des Loherains, een uitgebreid dichtwerk in drie boeken, waarin de onverzoenlijke vete tussen Lorreinen en Fromondijnen van geslacht tot geslacht wordt verhaald. Van het Franse origineel is alleen het eerste boek bewaard gebleven; van de Middelnederlandse bewerking zijn tot dusver 10.648 verzen (ongeveer een tiende van het gehele werk) teruggevonden, die tot de drie boeken, grotendeels echter tot het tweede boek, behoren. De fragmenten van het hier besproken handschrift, die samen 9671 van de ca. 10.500 bewaarde verzen bevatten, zijn alle in Duitsland, echter op verschillende plaatsen en tijdstippen, ontdekt en tussen 1828 en 1922 voor de eerste maal uitgegeven. De fragmenten in de Universiteitsbibliotheek te Giessen maakten deel uit van de handschriften en boeken, die R.K. Senkenberg in 1802 aan voornoemde bibliotheek legateerde. De Greifswaldse fragmenten hebben aan K. Ph. Gonz (1762-1872), professor aan de universiteit te Tübingen, toebehoord. Lang was men hun spoor bijster, tot zij in 1932 door bemiddeling van het antiquariaat Aupperle in Schwäbisch-Gmünd door de universiteitsbibliotheek te Greifswald van een onbekende bezitter zijn gekocht, die ze zelf uit de nalatenschap van E.E. Eyth had verworven. Het Parijse fragment is uit de nalatenschap van J.J. Oberlin (1735-1806) afkomstig. De Stuttgartse fragmenten hebben aan F.D. Gräter (1768-1830) toebehoord. Het Münchense fragment is in 1861 door de Bayerische Staatsbibliothek van het antiquariaat Max Brissel te München gekocht. Het Neurenbergse fragment is in 1867 door H. Hölder (1819-1906), ‘Obermedizinalrat’ te Stuttgart, aan het Germanische Nationalmuseum geschonken. In 1920 kreeg het Kasselse fragment dat voordien als nr. 20 van een verzameling fragmenten deel had uitgemaakt, zijn huidige signatuur;

[p. 30]

reeds in 1911 had W. de Vreese het fragment ontdekt en de directie van de Landesbibliothek op het belang ervan attent gemaakt. Het Berlijnse fragment heeft aan G. Ehrhardt, ‘Zollrat’ te Zwickau (Sa.), toebehoord en is in 1923 door de toenmalige Preussische Staatsbibliothek verworven. Buiten de hier besproken fragmenten zijn nog de volgende fragmenten van de Roman der Lorreinen bewaard gebleven, die echter tot andere handschriften hebben behoord: Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 18.430 (310 verzen); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 131 D 1 (793 verzen) en Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 1022 (184 verzen).

 

Denkmäler deutscher Sprache und Literatur aus Handschriften des 8ten bis 16ten Jahrhunderts, zum ersten Male herausgegeben von H.F. Massmann, I, München-Leiden-Amsterdam, 1828, p. 149-154; G.J. Meijer, Nalezingen op het Leven van Jezus, enz.; Verslag van den Roman van Walewein en andere bijdragen tot de oude Nederlandsche letterkunde, Groningen, 1838, p. 87-108; J.V. Adrian, Catalogus codicum manuscriptorum bibliothecae academicae Gissensis, Frankfurt am Main, 1840, p. 34-39, nr. XCVIII en afb. 2; W.J.A. Jonckbloet, Verslag eener letterkundige reize door Duitschland in de maanden Mei-November 1842, De Gids, 7 (1843), Tweede Deel, Mengelingen, p. 617-632; W.J.A. Jonckbloet, Roman van Karel den Grooten en zijne XII pairs (fragmenten), Leiden, 1844; L. De Baecker, Chants historiques de la Flandre, Rijsel, 1855, p. 113-119; C. Hofmann, Über ein neuentdecktes mittelniederländisches Bruchstück des Garijn, Sitzungsberichte der Königlichen Bayerischen Akademie der Wissenschaften zu München, 1861, II, p. 59-74; Die deutschen Handschriften der K. Hof- und Staatsbibliothek in München nach J.A. Schmellers kürzerem Verzeichnis, I, München, 1866, p. 20-21, nr. 198 (Catalogus codicum manu scriptorum Bibliothecae Regiae Monacensis, V); J.C. Matthes, De Roman der Lorreinen (nieuw ontdekte gedeelten), Leiden, [1876]; H. Fischer, Zwei Fragmente des mittelniederländischen Romans der Lorreinen, Festschrift zur vierten Säcular-Feier der Universität zu Tübingen, dargebracht von der Königlichen Öffentlichen Bibliothek zu Stuttgart, 1877, p. 69-87; G.K. Frommann, Ein Bruchstück des Romans der Lorreinen, Germania, 14 (1869), p. 434-438; M. de Vries, Middelnederlandsche fragmenten, I. Nieuwe fragmenten van den Roman der Lorreinen, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 3 (1883), p. 1-50; G. Penon, Nederlandsche dicht- en prozawerken. Bloemlezing uit de Nederlandsche letteren, I, Groningen, 1889, p. 40-103; G. Huet, Les fragments de la traduction néerlandaise des Lorrains, Romania, 21 (1892), p. 361-399; G. Huet, Catalogue des manuscrits allemands de la Bibliothèque Nationale, Parijs, 1895, p. 57, nr. 118b; G. Huet, La version néerlandaise des Lorrains. Nouvelles études, Romania, 34 (1905), p. 1-23; E. Petzet en O. Glauning, Deutsche Schrifttafeln, III, München, 1912, pl. 44; E. Petzet, Die deutschen Pergament-Handschriften Nr. 1-200 der Staatsbibliothek in München, München, 1920, p. 358-359 (Catalogus codicum manu scriptorum Bibliothecae Monacensis, V, 1); C. Borchling, Neue Bruchstücke des mnl. ‘Romans der Lorreinen’, Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung, 48 (1922), p. 43-53; Die Greifswalder Fragmente 3-5 des mittelniederländischen Lothringerromans, neu herausgegeben

[p. 31]

von K. Willner, Greifswald, 1935 (Aus den Schätzen der Universitätsbibliothek zu Greifswald, 10); Een fragment van den Roman der Lorreinen, uitgegeven door G.S. Overdiep. Assen, 1939 (Teksten en Studiën op het gebied van taal, stijl en letterkunde, 3); R. Lievens, Middelnederlandse handschriften uit Oost-Europa, Gent, 1963, p. 70-71, nr. 43 (Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Leonard Willemsfonds, 1).