12. Parthonopeus van BloysParthonopeus van Bloys, bewerkt naar Denys Piramus, Partonopeus de Bloys, fragmenten, Vlaanderen, ca. 1350.Perkament; 20 bll.; ca. 345 × ca. 230 mm, enkele bll. zijn echter besnoeid, waarvan 6 met tekstverlies; 2 kol., 45 rr. per kol., behalve op de bll., die met tekstverlies zijn besnoeid. Eén hand (littera textualis). Gouden lombarden op een wit gefiligraneerde blauw-paarse grond; rode lombarden met zwart en blauwe lombarden met rood penwerk; beginletters van de verzen in een aparte kolom, maar niet doorstreept; drie tekeningen.
Groningen, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 406 (2 dubbele bll., met tekstverlies besnoeid); Jena, Universiteitsbibliotheek, fol. 155 (14 bll.) en Keulen, Erzbischöfliche Diözesan- und Dombibliothek (2 met tekstverlies besnoeide bll.).
Parthonopeus van Bloys, bewerkt naar Partonopeus de Bloys, een oosterse roman van Denys Piramus, is de bewogen liefdesgeschiedenis van Parthonopeus, neef van Clovis, en Melior, dochter van de keizer van Constantinopel. Alles bij elkaar zijn er van de Middelnederlandse bewerking ca. 9000 verzen bewaard gebleven. De fragmenten van het hier besproken handschrift zijn op verschillende plaatsen en tijdstippen ontdekt en tussen 1847 en 1922 uitgegeven. Twaalf van de 14 bladen in de Universiteitsbibliotheek te Jena zijn vóór 1842 door Göttling, bibliothecaris van de genoemde bibliotheek, in boekbanden ontdekt. Twee van de 14 bladen in de Universiteitsbibliotheek te Jena hebben eerst aan een priester in Xanten toebehoord. Daarna kwamen ze in het bezit van F. Deycks (1802-1867), professor aan de universiteit te Münster, die ze in 1857 uitgaf. Na de dood van F. Deycks werden ze door diens weduwe aan J.H. Bormans (1801-1878), professor aan de universiteit te Luik, gezonden, die een uitgave van alle toen bekende fragmenten van Parthonopeus van Bloys voorbereidde. Nadat die uitgave in 1871 was verschenen, zond J.H. Bormans de bladen aan de weduwe van F. Deycks terug, die ze in 1873 aan de Universiteitsbibliotheek te Jena schonk ter aanvulling van de 12 bladen van hetzelfde handschrift, die aldaar reeds berustten. De twee dubbele bladen in de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Groningen zijn vóór 1897 aldaar in een boekband gevonden; zij worden in twee lijsten achter glas bewaard. De twee bladen in de Erzbischöfliche Diözesan- und Dombibliothek te Keulen zijn in 1922 door K. Menne uitgegeven. Buiten de bovengenoemde fragmenten, die alle tot één handschrift hebben behoord, zijn er nog fragmenten van een tweede, een derde en een vierde handschrift van Parthonopeus van Bloys bewaard gebleven. Tot een tweede handschrift hebben behoord de fragmenten Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 572; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 210 en Keulen, Stadtarchiv, G.B. Kasten A, nr. 45; tot een derde de fragmenten Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. fol. 757, 22; Trier, Stadtbibliothek, Deutsche Fragmente, Mappe IV, 3 en Keulen, Universitäts- und Stadtbibliothek; van een vierde handschrift heeft deel uitgemaakt het fragment Maastricht, Rijksarchief in Limburg, 1673, nr. 9. Of de fragmenten van Parthonopeus van Bloys, die aan het Seminarie voor Historische Hulpwetenschappen van de universiteit te Praag toebehoren en in 1961
door L. Zatočil zijn uitgegeven, tot één van vier bovengenoemde handschriften dan wel tot een vijfde handschrift behoren, is met behulp van de uitgave ervan niet uit te maken.
W.J.A. Jonckbloet, Verslag eener letterkundige reize door Duitschland in de maanden mei-november 1842, De Gids, 7 (1843), Tweede Deel, Mengelwerken, p. 583-584; Partonopeus und Melior. Altfranzösisches Gedicht des dreizehenten Jahrhunderts. In mittelniederländischen und mittelhochdeutschen Bruchstücken nebst begleitenden Auszügen des französischen Gedichtes, geschichtlichen Nachweisungen und Wörterverzeichnissen herausgegeben von H.F. Massmann, Berlijn, 1847; Carminum epicorum Germanicorum saeculi XIII. et XIIII. fragmenta. E codicibus manuscriptis edidit F. Deycks, Münster, 1859, p. 20-31; Bruchstücke mittelniederländischer Gedichte, nebst Loverkens. Herausgegeben von H. Hoffmann von Fallerleben, Hannover, 1862, p. 29-40 (Horae Belgicae, 12); Ouddietsche fragmenten van den Parthonopeus van Bloys, grootendeels bijeenverzameld door wijlen professor F. Deyks en verder in orde geschikt en kritisch uitgegeven door J.H. Bormans, Brussel, 1871; Parthonopeus van Bloys. Opnieuw uitgegeven door A. van Berkum, Leiden, [1897-1898]; H. Brugmans, Catalogus codicum manu scriptorum universitatis Groninganae, Groningen, 1898, p. 235, nr. 406; K. Menne, Nieuwe fragmenten van den Middelnederlandschen Parthonopeus van Bloys, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 41 (1922), p. 173-188; L. Zatočil, Drei Prager Bruchstücke einer Pergamenthandschrift des mittelniederländischen Versromans Parthonopeus van Bloys, Sbornik Praci Filosofické Fakulty Brnenské University, 1961, B8, str. 15, p. 97-114; R. Lievens, Middelnederlandse handschriften in Oost-Europa, Gent, p. 83-84, nr. 57 (Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Leonard Willemsfonds, 1). |