16. Jacob van Maerlant, Sinte Franciscus levenJacob van Maerlant, Sinte Franciscus leven, bewerkt naar Bonaventura, Legenda sancti Francisci, Vlaanderen, eerste helft van de 14de eeuw.Perkament; 2 + 59 + 2 bll.; blad en bladspiegel resp. 260 × ca. 170 mm en 205 à 210 × ca. 130 mm; 2 kol., 45 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera textualis). Een opengewerkte rood-zwarte initiaal met rood penwerk;
rode lombarden en titels; beginletters van de verzen in een aparte kolom en doorlopend rood doorstreept. Achttiende-eeuwse kartonnen band met perkamenten rug.
Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 101.
In opdracht van het generaal kapittel van de orde dat in 1260 te Narbonne werd gehouden, schreef Bonaventura (1217 of 1218-1274), generaal van de minderbroeders, zijn Legenda sancti Francisci, een leven van de H. Franciscus van Assisi (1181 of 1182-1226) in twee delen. Het eerste deel handelt in 15 hoofdstukken over zijn levensloop, zijn deugden, zijn wondtekenen en zijn overbrenging; het tweede deel over de wonderen, die na zijn dood zijn geschied. Als voornaamste bron gebruikte Bonaventura de Vita prima sancti Francisci, de Vita secunda sancti Francisci en het Tractatus de miraculis sancti Francisci van zijn ordebroeder Thomas van Celano († ca. 1260), die de in die werken meegedeelde feiten uit de mond van ooggetuigen had vernomen. Tussen 1276 en 1283 vertaalde Jacob van Maerlant, op verzoek van de minderbroeders te Utrecht, de Legenda sancti Francisci van Bonaventura in het Diets. Die vertaling telde oorspronkelijk 10.552 verzen, waarvan er 10.545 in het hier besproken, enig bewaarde handschrift zijn overgeleverd. Maerlant volgde zijn Latijnse voorbeeld op de voet, maar voegde er, behalve een gedeelte van de proloog (vs. 1-92) en geheel de epiloog (vs. 10.539-45), vier stukken aan toe: over de armoede (vs. 357-390), over Elias (vs. 1657-1690), over Thau (vs. 1983-2008) en over de arme weduwe uit het evangelie (vs. 4851-88). Vermeldenswaard is dat er ook een Middelnederlandse prozavertaling van de Legenda sancti Francisci van Bonaventura heeft bestaan, die in talrijke handschriften o.a. in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 3662-64; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 E 16, 73 H 12, 75 G 13, 73 E 34 en 70 H 47; Haarlem, Stadsbibliotheek, 187 D 14; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 264, 265 en 266 en B.P.L. 83; Sint-Truiden, Minderbroedersklooster, A.P.B., MzF1 en Weert, Provinciaal Archief der Minderbroeders, 4 en 8 is bewaard gebleven en driemaal is gedrukt: de eerste maal in 1491 door Gheraert Leeu te Antwerpen (Campbell, 334); de tweede maal in 1504 door Jan Seversz. te Leiden (Nijhoff-Kronenberg, 466) en de derde maal in 1518 door H. Eckert van Homberch (Nijhoff-Kronenberg, 2208). Middelnederduitse of Middelfrankische
afschriften van die prozavertaling bevinden zich in de hss. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 129 G 33; Keulen, Historisches Archiv, W. 4a 195 en W. 4o 196; Kopenhagen, Universiteitsbibliotheek, Am. 798; Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Theol. 4a 135; Trier, Bischöfliches Archiv, 64 en Trier, Stadtbibliothek, 1190 (491). Het hier besproken handschrift wordt nog niet vermeld in de geschreven catalogus van de Leidse universiteitsbibliotheek, in 1607 door Paulus Merula vervaardigd, wel echter in de gedrukte catalogus van 1614, waaruit we mogen besluiten dat het tussen 1607 en 1614 in zijn huidige bewaarplaats is gekomen.
Catalogus librorum bibliothecae Lugdunensis. Praefixa est Danielis Heinsii bibliothecarii ad nobiliss. et ampliss. academiae curatores oratio, [1614], p. 94; Catalogus bibliothecae publicae Lugduno-Batavae, Leiden, 1623, p. 145; Catalogus bibliothecae publicae Lugduno-Batavae, Leiden, 1640, p. 192; Catalogus bibliothecae publicae Lugduno-Batavae noviter recognitus. Accessit incomparabilis thesaurus librorum orientalium, praecipue mss., Leiden, 1674, p. 405, nr. 102; Catalogus librorum tam impressorum quam manuscriptorum bibliothecae publicae universitatis Lugduno-Batavae, Leiden, 1716, p. 329, nr 101; H. Hoffmann von Fallersleben, Over de oude Hollandsche letterkunde, Algemeene Konst- en Letterbode, 1821, II, p. 374; Leven van Sint Franciscus door Jacob van Maerlant. Uitgegeven door J. Tideman, Leiden, 1848; J. Franck, Collation der Handschrift von Sinte Franciscus leven, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 4 (1884), p. 100-110; T.D. Detmers, Aanteekeningen op de Mnl. berijming van Sinte Franciscus' leven, Groningen, 1894; B. Kruitwagen, De Middelnederlandsche handschriften over het leven van Sint Franciscus en zijn eerste gezellen, De Katholiek, 128 (1905), p. 151-191; M. Heyer, Maerlant's Leven van Sint-Franciscus, Tijdschrift voor Taal en Letteren, 22 (1934), p. 114-136, P. Maximilianus, Het handschrift van het oudste Nederlandse leven van Sint-Franciscus, Franciskaans Leven, 35 (1952), p. 13-20 en 53-60; Sinte Franciscus leven van Jacob van Maerlant, uitgegeven, ingeleid en toegelicht door P. Maximilianus, Zwolle, 1954, 2 dln. (Zwolse Drukken en Herdrukken voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 7); K. Ruh, Bonaventura deutsch. Ein Beitrag zur deutschen Franziskaner-Mystik und -Scholastik, Bern, 1956, p. 217-239. |