20. Die dietsche doctrinale; Beatrijs; Jacob van Maerlant, Die heimelicheit der heimelichedenDie dietsche doctrinale, bewerkt naar Albertanus van Brescia, De amore et directione Dei et proximi et aliomm rerum; Beatrijs; Jacob van Maerlant, Die heimelicheit der heimelicheden, bewerkt naar Philippus Tripolitanus, Secreta secretorum, en andere teksten, Brabant, ca. 1374.Perkament, 3 + 80 + 2 bll.; blad en bladspiegel resp. 257 × 190 mm en ca. 185 × ca. 155 mm; 2 kol., 37 rr. per kol. Oude foliëring met rode Romeinse cijfers op de versozijde van J tot xlvj; moderne inktfoliëring van 1 tot 47 en daarbij aansluitend moderne potloodfoliëring van 48 tot 76; bovendien zijn fol. 61-76 nog van 1 tot 16 met inkt gefolieerd. Eén hand (littera textualis). Zes gehistorieerde initialen met randwerk; een gouden initiaal op een wit gefiligraneerde blauw-paarse grond; gouden lombarden met zwart en blauwe lombarden met rood penwerk; afwisselend rode en blauwe lombarden; rode titels. Op fol. 1rob, in het rood: Jnt iaer ons heeren .M.ccc.lxxiiij. es die sondach lettere op .a. ende de mane es prime op .vij. Perkamenten (hoornen) band uit het begin van de 18de eeuw; vooren achterplat met dubbele gouden filets en kronen versierd; rug met gouden filets en ruitvormige bloemornamenten; rood en blauw gespikkelde sneden.
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 5.
Dit handschrift, gewoonlijk het Beatrijs-handschrift genoemd, omdat de beroemde legende van Beatrijs erin voorkomt, bestaat uit vier gedeelten. Het eerste gedeelte (fol. 1ro-46Vo) bevat Die dietsche doctrinale, een leerdicht over liefde en vriendschap en deugden en ondeugden, bewerkt naar De amore et dilectione Dei et proximi et aliorum rerum van Albertanus van Brescia. Behalve in dit handschrift is Die dietsche doctrinale nog volledig bewaard gebleven in de hss. Bremen, Staatsbibliothek, Mscr. b. 2, nr. 4; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 4806-07, 12.121, 15.659-61 en II 182; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 942; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 73 J 59 en Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 191. Bovendien komen er fragmenten van voor in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 398, 2a, 2b en 3; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1617, 1636 en 2210; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 131 D 3 en 131 D 7; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 193 en 1527, 13-15;
Londen, British Museum, Add. 34.392; Eton, Eton College; Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. fol. 751, 29 en 30, Ms. germ. fol. 757, 14 en 15, Ms. germ. quart. 1715 en Ms. germ. okt. 635 en Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 4 F 18. Onder de titel Den duytschen doctrinael werd het werk in 1489 te Delft gedrukt (Campbell, 604). Een Ripuarisch afschrift is in hs. Darmstadt, Hessische Landes- und Hochschul-bibliothek, 2278, een Middelnederduits afschrift in hs. Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, Blankenburg 127A bewaard gebleven. Deze Middelnederduitse omzetting werd in 1507 te Maagdenburg gedrukt (Borchling-Claussen, I, 416). Het tweede gedeelte van het handschrift (fol. 47voa-54vo) bevat de meesterlijke berijming van de legende van zuster Beatrijs, die alleen in dit manuskript bewaard is gebleven. Versies van deze legende komen reeds voor in de Dialogus miraculorum (ca. 1220) en de Libri VIII miraculorum (ca. 1237-1238) van Caesarius van Heisterbach, welke laatste versie als bron van het Middelnederlandse dichtwerk mag beschouwd worden. Het derde gedeelte (fol. 54vo-61ro) bestaat uit een aantal korte catechetische teksten en Dit es vanden aflaten van Rome, een beschrijving van de kerken van Rome en een opsomming van de aflaten, die aldaar te verdienen zijn. Het vierde gedeelte (fol. 61vo-67ro) bevat Die heimelicheit der heimelicheden van Jacob van Maerlant, bewerkt naar de Secreta secretorum van Philippus Tripolitanus, een compilatiewerk met een veelsoortige inhoud, waarin o.a. een vorstenspiegel en een gezondheidsleer voorkomt. Behalve in dit handschrift is Die heimelicheit der heimelicheden nog volledig in hs. Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et philol. fol. 22, nagenoeg volledig in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 169 en fragmentarisch in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.624-41 bewaard gebleven. Het hier besproken handschrift is in Brabant geschreven, waarschijnlijk in Brussel of in de omgeving daarvan. Het heeft toebehoord aan Nicolaas Heinsius (1620-1681), filoloog en Neolatijns dichter, wiens bibliotheek in 1682 te Leiden is geveild. In zijn Boek-zaal der Nederduitsche Bybels heeft I. Le Long in 1732 enige kleine stukken uit het handschrift uitgegeven zonder de eigenaar ervan te vermelden. Het is eigendom geweest van de Amsterdamse boekverkoper Pieter van Damme (1727-1806), die zich in 1764 op een veiling te 's-Gravenhage van zijn handschriften
ontdeed. Later was het in het bezit van C. van Buuren, boekverkoper te 's-Gravenhage, wiens bibliotheek in 1779 adaar is geveild. In 1784, toen J.A. Clignett en J. Steenwinkel hun voorrede tot hun uitgave van de Spieghel Historiael schreven, was het reeds in het bezit van de landsadvokaat Mr. J. Visser (1724-1804) te 's-Gravenhage. In 1809 werd het, samen met de handschriften en oude drukken van J. Visser, door diens erfgenamen aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage verkocht.
Cat.-N. Heinsius, II, Leiden, [1682], p. 249, nr. 27; I. le Long, Boek-zaal der Nederduitsche bybels, Hoorn, 17642, p. 297-301; Cat.-P. van Damme, I, 's-Gravenhage, 1764, p. 225, nr. 1582; Cat-C. van Buuren, 's-Gravenhage, 1779, p. 4, nr. 39; N.C. Kist, De aflaten der zeven kerken van Rome, Archief voor Kerkelijke Geschiedenis, inzonderheid van Nederland, 6 (1835), p. 301-318; De heimelijkheid der heimelijkheden. Dichtwerk, toegekend aan Jacob van Maerlant. Met eene inleiding en aanteekeningen uitgegeven door J. Clarisse, Dordrecht, 1838; Beatrijs. Eene sproke vit de XIIIe eeuw, uitgegeven en opgehelderd door W.J.A. Jonckbloet, 's-Gravenhage, 1841; Die dietsche doctrinale, leerdicht van den jare 1345, toegekend aan Jan Deckers, clerck der stad Antwerpen, uitgegeven door W.J.A. Jonckbloet, 's-Gravenhage, 1842; Verzameling van Nederlandsche prozastukken van 1229-1476, naar tijdsorde gerangschikt [door J. van Vloten], Leiden-Amsterdam, 1851, p. 61-68; Beatrijs en Carel ende Elegast, uitgegeven en toegelicht door W.J.A. Jonckbloet, Amsterdam, 1859; D.C. Tinbergen, Des coninx samme, Leiden, [1900-1907], p. 142-147; Jacob van Maerlant's Heimelijkheid der heimelijkheden. Opnieuw naar de handschriften uitgegeven en van inleiding en aanteekeningen voorzien door A.A. Verdenius, Amsterdam, 1917; Beatrijs. Eerste integrale reproductie van het handschrift, naast de tekst in typographie, onder de leiding van A.L. Verhofstede; met een bijdrage van J. van Mierlo; een beschrijving van de codex door G.I. Lieftinck; een bibliographie door R. Roemans en een nota betreffende het middeleeuwse schrift door L. de Man, Antwerpen, [19482]; Beatrijs. Naar het Haagse handschrift uitgegeven door D.C. Tinbergen. Zeventiende druk bezorgd door L.M. van Dis, Groningen, 1959 (Van alle tijden); J. van Mierlo, Geestelijke epiek der middeleeuwen, Amsterdam, 1939, p. 207-249 (Bibliotheek der Nederlandse Letteren); Der leyen doctrinal. Eine mittelniederdeutsche Übersetzung des mittelniederländischen Lehrgedichts Dietsche doctrinale. Herausgegeben von G. Ljunggren, Lund-Kopenhagen, [1963], p. 25 en passim (Lunder germanistische Forschungen, 35); Beatrijs. Uitgegeven met inleiding en aantekeningen door F. Lulofs, Zwolle, 19672 (Klassieken uit de Nederlandse Letterkunde, 24); Beatrijs. Uitgegeven door R. Roemans en H. van Assche, Amsterdam, 19687 (Klassieke Galerij, 21); Beatrijs. Uitgegee deur A.C. Bouman, Pretoria, 19682 (Van stamverwante Bodem, 6); Beatrijs. Naar het Haagse handschrift uitgegeven door D.C. Tinbergen. Twintigste druk bezorgd door L.M. van Dis, Groningen, 1970 (Van alle Tijden. Bibliotheek van Nederlandse Letterkunde); Beatrijs. Met inleiding en aantekeningen van W.H. Beuken, 's-Hertogenbosch, 19707 (Malmbergs Nederlandse Schoolbibliotheek); Beatrijs. Met inleiding en aantekeningen van G. Kazemier, Zutphen, [1971], (Klassiek Letterkundig Pantheon). |