24. Hadewijch, Werken

Hadewijch, Werken, Brabant, ca. 1350.

Perkament; 2 + 90 bll.; blad 253 × 183 mm; bladspiegel 183 à 185 × 125 à 130 mm (fol. 1roa-48vo en 71vo-74ro) en 183 à 185 × ca. 125 mm (fol. 49ro-71ro en 74vo-90ro)); 2 kol., 40 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Twee handen (littera textualis): de eerste hand schreef fol. 1roa-12rob, tweede regel, eerste helft; de tweede hand fol. 12rob, tweede regel, tweede helft-90voa. Opengewerkte roodblauwe initialen met rood en blauw penwerk; afwisselend rode lombarden met blauw en blauwe lombarden met rood penwerk; in de versgedeelten beginletters van de verzen in een aparte kolom en geel doorstreept en beginletters van de kolommen groot geschreven en met zwart penwerk, vaak grotesken, versierd; op fol. 49ro-71ro eenregelige hoofdletters in het begin van een strofe afwisselend rood en blauw; op fol. 85vo-90voa afwisselend rode en blauwe paragraaftekens. Rood kalfsleren band op eiken borden; voor- en achterplat met vier paneelstempels versierd; sporen van twee riemsluitingen.

 

Pl. 26

 

Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 941.

 

 



[p. 84]

Hadewijch, de grote Vlaamse mystica, dichteres en prozaschrijfster, leefde en werkte in de 13de eeuw in Brabant. Volgens een traditie, die slechts tot de 15de eeuw opklimt, was zij afkomstig uit Antwerpen. Zij schijnt niet tot een kloostergemeenschap, maar tot een kring van gelijkgezinden behoord te hebben. Een poging om haar met de Brusselse ketterin Bloemardinne, die door geschriften een nieuwe leer over de vrijheid van geest verspreidde, te identificeren, mislukte. Zij schreef de volgende werken: Strofische gedichten, 45 mystieke minnedichten, waarin de invloed van de Franse troubadours en trouvères duidelijk merkbaar is; Visioenen, 14, volgens recente onderzoekingen slechts 11, mystieke verbeeldingen; Brieven, 31 in getal, waarin zij aan gelijkgezinden leiding gaf, en Mengeldichten I-XVI, meestal berijmde brieven. De Mengeldichten XVII-XXIX en het Tweevormich traktaetken, die in Hadewijch-handschriften worden aangetroffen, zijn niet van haar.

De werken van Hadewijch zijn in drie handschriften overgeleverd: de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 2879-80 en 2877-78, beide uit Roeklooster afkomstig, en het boven beschreven hs. Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 941; bovendien zijn de Strofische gedichten en de Mengeldichten nog in hs. Antwerpen, Ruusbroecgenootschap, 3852 bewaard gebleven. Verder komen kleinere delen uit Hadewijchs werk in de volgende handschriften voor: Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 2412-13 (gedeelte van de 10de brief) en 3037 (excerpten in de kanttekeningen bij Dboec der passien ons liefs heren ihesu cristi); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 E 5 (10de brief) en 133 H 21 (excerpten uit verschillende brieven) en Parijs, Bibliothèque Mazarine, 920 (6de en 10de brief). Vermelden we nog dat de Mengeldichten XVII-XXIX, die niet van Hadewijch zijn en in de bovengenoemde hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 2877-78 en Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 941 zijn overgeleverd, eveneens in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 3093-95 worden aangetroffen.

Het hier besproken handschrift bevat geen oud eigendomsmerk. Daar de band echter dezelfde paneelstempels als hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 2030 vertoont, dat blijkens een eigendomsmerk aan het klooster Bethlehem te Herent heeft toebehoord, heeft men aangenomen dat ook dit handschrift uit hetzelfde klooster afkomstig is. Slechts zeker is echter dat beide handschriften door dezelfde binder zijn gebonden. Het handschrift heeft

[p. 85]

aan de bollandisten te Antwerpen toebehoord. Niet alleen bevat het het eigendomsmerk van de bollandisten, maar het komt ook voor in de Catalogue des manuscrits trouvés dans la bibliothèque de la Maison professe à Anvers, bewaard in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 21.583-84. In 1867 werd het door C.P. Serrure (1805-1872), professor aan de universiteit te Gent, op een veiling te Amsterdam gekocht. Op de tweede veiling-C.P. Serrure werd het in 1873 niet toegewezen, daar er slechts 2000 fr. werd voor geboden. In 1878 werd het door C.A. Serrure (1835-1898), samen met 19 andere handschriften uit de bibliotheek van zijn vader, aan de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Gent verkocht.

 

Catalogus van eene groote verzameling kostbare prentwerken, van zeer vele plaatwerken en boeken over architectuur, alles verzameld door twee architecten. Wijders een zeer belangrijk handschrift der 14e eeuw der Visioenen van Hadewych, van den Muzenalmanak met 150 originele teekeningen en 300 handschriften..., Amsterdam, 1867, p. 3, nr.'1; Cat.-C P. Serrure, II, Brussel, 1873, p. 94-95, nr. 2557; Werken van Zuster Hadewijch, II. Proza Naar de drie bekende handschriften diplomatisch uitgegeven door J. Vercouillie, Gent, 1895 (Maatschappij der Vlaamsche Bibliophilen, 4de Reeks, nr. 11); Liederen van Hadewijch, naar de drie bekende hss. kritisch uitgegeven met eene inleiding en woordenlijst door J. Snellen, Amsterdam, 1907; Hadewijch, Proza. Uitgegeven door J. van Mierlo, Leuven, 1908, 2 dln. (Leuvense Tekstuitgaven, 41-2 en 3); Hadewijch, Strophische gedichten. Uitgegeven door J. van Mierlo, Leuven, 1910 (Leuvense Tekstuitgaven, 44-6); Hadewijch, Mengeldichten. Uitgegeven door J. van Mierlo, Brussel-Leuven, 1912 (Studiën en Tekstuitgaven, 2); De visioenen van Hadewych. Opnieuw uitgegeven door J. van Mierlo, Leuven-Gent-Mechelen, [1924-1925], 2 dln. (Leuvense Studiën en Tekstuitgaven); P. Verheyden, La reliure en Brabant, in Le livre, l'estampe, l'édition en Brabant du XVe au XIXe siècle, Gembloers, 1935, p. 170-171, pl. VIII; Brieven van Hadewijch in de oorspronkelijke tekst en in Nieuw-Nederlandse overzetting, met aantekeningen door M.H. van der Zeyde, Antwerpen, 1936; Hadewijch, Strophische gedichten. Opnieuw uitgegeven door J. van Mierlo, Antwerpen-Brussel-Gent-Leuven, [1942], 2 dln.; Hadewijch, Brieven. Opnieuw uitgegeven door J. van Mierlo, Antwerpen-Brussel-Gent-Leuven, [1947], 2 dln. (Leuvense Studien en Tekstuitgaven); J. van Mierlo, Hadewijch. Een bloemlezing uit hare werken, Amsterdam-Brussel, 1950 (Bibliotheek der Nederlandse Letterkunde); Hadewijch, Mengeldichten. Opnieuw uitgegeven door J. van Mierlo, Antwerpen-Brussel-Gent-Leuven, [1952] (Leuvense Studiën en Tekstuitgaven); Hadewijch, Brieven. Oorspronkelijke tekst en Nieuwnederlandse overzetting met inleidende verklaringen door F. van Bladel en B. Spaapen, Tielt-'s-Gravenhage, 1954; L. Indestege, Einbandkunst in den alten Niederlanden. Frühe flämische Plattenstempel, Gutenberg-Jahrbuch, 1955, p. 243, afb. 1; [L. Indestege], Boekbanden uit vijf eeuwen. Catalogus van de tentoonstelling, 1961, p. 58-59, nr. 108 (Rijksuniversiteit te Gent. Centrale Bibliotheek. Bijdragen tot de bibliotheekwetenschap, 1); Hadewijch, Strofische gedichten. Middelnederlandse tekst en

[p. 86]

moderne bewerking, met een inleiding door E. Rombauts en N. De Paepe, Zwolle, 1961 (Klassieken uit de Nederlandse Letterkunde, 12); A. Derolez, Rijksuniversiteit Gent, Bibliotheek. Census van de handschriften, 6de aflevering, Gent, 1964, hs. 941.