25. Jacob van Maerlant, RijmbijbelJacob van Maerlant, Rijmbijbel, bewerkt naar Petrus Comestor, Historia scholastica en Flavius Josephus, De bello Judaico, vermoedelijk Limburg, ca. 1300.Perkament; 3 + 212 + 3 bll.; blad en bladspiegel resp. 302 × 225 mm en ca. 220 × ca. 150 mm; 2 kol., 42 rr. per kol. (echter 43 rr. op fol. 1ro-8vo). Zeventiende-eeuwse paginering met sterk verbleekte inkt; moderne potloodfoliëring. Twee handen (littera textualis); de eerste hand schreef fol. 1ro-8vo, de tweede fol. 9ro-212ro; fol. 50 echter door een zestiende-eeuwse hand. Afwisselend rode initialen met blauw en blauwe initialen met rood penwerk versierd; rood-blauwe kantlijnen; beginletters van de verzen in een aparte kolom, maar niet doorstreept; ca. 160 kleine miniaturen op een gouden grond. Perkamenten (hoornen) band; rug en hoeken gerestaureerd. Ex-libris van J.B. Verdussen en K. van Hulthem.
Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.001.
Jacob van Maerlant voltooide zijn Rijmbijbel in 1271. Het eerste deel (vs. 1-27.102), de eigenlijke Rijmbijbel, is een bewerking van de Historia scholastica, de bekende bijbelse geschiedenis van Petrus Comestor († 1179), die in de late middeleeuwen op de scholen veelal als leerboek werd gebruikt; het tweede deel (vs. 27.103-34.892), Die wrake van Jerusalem, waarin de verdere geschiedenis van het Joodse volk tot aan de val van Jerusalem in 70 n. Chr. wordt verhaald, heeft als bron De bello Judaico van Flavius Josephus (37-100 n. Chr.). De Rijmbijbel, die blijkens het aantal bewaarde handschriften en fragmenten, die ervan bewaard zijn gebleven, veel sukses heeft gehad, was bijna een eeuw het enige boek, waaruit latijnonkundige tijdgenoten van Jacob van Maerlant de geschiedenis van het Oude Testament konden leren kennen. Slechts in 1360-61 vertaalde een anonymus, waarschijnlijk een monnik uit de abdij van Affligem, de historische boeken van het Oude Testament in het Nederlands. Later verdietste dezelfde verdienstelijke vertaler ook de overige bijbelboeken, zodat hij geheel de H. Schrift in het Nederlands heeft overgebracht. Dit handschrift behoort tot de mooiste afschriften van de Rijmbijbel, die tot ons zijn gekomen. Het is verlucht met ca. 160 kleine miniaturen, die slechts tien regels hoog en één kolom breed zijn. Veelal staan die miniaturen een paar centimeters naar links, zodat zij een deel van de linkermarge of van de ruimte tussen de twee kolommen innemen. Rechts van de meeste miniaturen is er zodoende enige ruimte vrijgekomen, waarin de kopiist telkens vijf verzen, verdeeld over tien regels, heeft geschreven. Slechts enkele miniaturen bevinden zich in de rechter-, linker- of onderste marge. Als kleuren gebruikte de miniaturist slechts blauw, groen, geel, vermiljoen, karmijn en wit. De miniaturen zijn fraai van tekening en eenvoudig van compositie, maar jammer genoeg niet steeds even goed bewaard. Ofschoon dit bijzonder fraaie handschrift waarschijnlijk het oudste afschrift van de Rijmbijbel is dat bewaard is gebleven, heeft J. David, die in 1858-59 een uitgave van het werk bezorgde, het niet als teksthandschrift gebruikt. De kopiist heeft alles samen 128 verzen overgeslagen en fol. 50 met 168 verzen ontbreekt. Een zestiende-eeuwse bezitter heeft het ontbrekende blad door een nieuw blad vervangen, waarop hij, de tweede hand nabootsend, 168 gekruist rijmende verzen heeft geschreven, die niets met de Rijmbijbel hebben uit te staan, maar precies dezelfde inhoud als de ontbrekende verzen hebben. Aan zijn uitgave legde J. David hs. Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. fol. 622 ten grondslag, dat in 1321 door Jacobus, pastoor te Waterduinen in Zeeuws-Vlaanderen, is geschreven. Behalve in het hier besproken Brusselse en het bovengenoemde Berlijnse handschrift is de Rijmbijbel in een groot aantal handschriften bewaard gebleven, nl. in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 720-22 en 19.545; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, Bruikleen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, XVIII; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 16, 129 A 11, 129 A 12 en 75 E 20; 's-Gravenhage, Museum Meermanno-Westreenianum, 10 B 21 en 10 C 19; Groningen, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 405; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 168 en Londen, British Museum, Add. 10.044 en Add. 10.045. Verder zijn er fragmenten van verschillende andere handschriften tot ons gekomen, waaronder de fragmenten Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 2749, 3 en 4; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 1527, 6-9 en Riga, Stadsbibliotheek, 2 bijzonder dienen vermeld te worden. Over de herkomst van het hier besproken handschrift is niets met zekerheid bekend. Volgens de kunsthistorici doet de stijl van de
miniaturen aan de Maastrichtse school denken. De taal is echter Westvlaams, al komt in vs. 13 de vorm ure (uwe) voor, die zeker Limburgs is. Het handschrift werd in 1766 door J.B. Verdussen (1698-1773), boekhandelaar, bibliofiel en schepen van Antwerpen, op een Brusselse veiling gekocht. Het behoorde toe aan J. Des Roches (1740-1787), lexicograaf, historicus en secretaris van de Académie impériale et royale des sciences et des belles-lettres; aan baron A.H.M. van de Werve van Lichtaart (1764-1793); aan C.F. de Nelis (1736-1798), bisschop van Antwerpen; aan J.M.M. Gasparoli (1737-1814), kanunnik van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen, en aan de Gentse bibliofiel en botanicus Karel van Hulthem (1764-1832). In 1837 kwam het, samen met de verzameling-K. van Hulthem, in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.
Bibliothèque choisie ou catalogus d'une magnifique collection de livres fort curieux et très rares en toutes sortes de facultés et langues, Brussel, 1766, p. 10-11, nr. 113; Cat.-J.B. Verdussen, Antwerpen, 1776, p. 3, nr. 12; Cat.-J. Des Roches, Brussel, 1788, p. 158, nr. 14; Cat.-Baron A.H.M. van de Werve van Lichtaart, Antwerpen, 1793, p. 6, nr. 22; Catalogue d'une très belle collection de livres en tout genre et faculté, parmi lesquels quantité de manuscrits, tant sur vélin que d'autres, suivi de trois appendices, dont la vente se fera lundi le 21 avril 1806, et jours suivants, Antwerpen, 1806, p. 46, nr. 1; Catalogue d'une belle collection de manuscrits, tant sur vélin que d'autres, dont la vente se fera à Anvers, mercredi 3 septembre 1823, Antwerpen, 1823, p. 10, nr. 63; Bibliotheca Hulthemiana, VI, Gent, 1837, p. 1-2, nr. 1; Rymbybel van Jacob van Maerlant, met voorrede, varianten van hss., aanteekeningen en glossarium, voor de eerste mael uitgegeven door J. David, Brussel, 1858-59, 3 dln.; J. Van den Gheyn, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque Royale de Belgique, I, Brussel, 1901, p. 49-50, nr. 104; Georg Graf Vitzthum, Die Pariser Miniaturmalerei von der Zeit des hl. Ludwig bis zu Philipp von Valois und ihr Verhältnis zur Malerei in Nordwesteuropa, Leipzig, 1907, p. 138; C. Gaspar en F. Lyna, Les principaux manuscrits à peintures de la Bibliothèque Royale de Belgique, I, Parijs, p. 168-172, nr. 168 en pl. XXXIV, c-d; F. Lyna, De Vlaamsche miniatuur van 1200 tot 1530, Brussel-Amsterdam, 1934, p. 45; Rijkdom van de Koninklijke Bibliotheek van België, Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1958, p. 32-33, nr. 11; Karel van Hulthem, 1764-1832, Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1964, p. 263-264, nr. 103. |