28. Philip Utenbroeke, Spiegel Historiael, Tweede Partie

Philip Utenbroeke, Spiegel Historiael, Tweede Partie, bewerkt naar Vincentius van Beauvais, Speculum historiale, en andere teksten, Zuid-Brabant (Rooklooster te Oudergem bij Brussel), ca.1393-ca.1402.

Perkament; 3 + 250 + 3 bll. (oorspronkelijk 260 of meer); blad en bladspiegel resp. ca. 260 × ca. 190 mm en ca. 205 × ca. 130 mm; 2 kol., 42 à 50 rr. per kol. Oude foliëring met zwarte Arabische cijfers in de linkerbovenhoek van elke versozijde, moderne potloodfoliëring in de rechterbovenhoek van elke rectozijde. Vijf gedeelten van ongelijke lengte (fol. 1-5, 6-32, 33-206, 207-220 en 221-250), geschreven door één kopiist (littera textualis) en kort na 1402 samengebonden. Zesmaal gedateerd (tweemaal in het tweede, eenmaal in het derde en driemaal in het vijfde gedeelte, telkens door de kopiist; op fol. 27rob: Dits vte gescreuen in dit boec als men screef .M.ccc. ende .xciij. op den ,xvij.den dach van hoymaende; op fol. 28rob: Gheindt in dit boec .1393. op .19.den dach van hoymaende; op fol. 205vob: Volscreuen in dit boec doemen screef .M.cccc. ende .ij. opten seuentiensten dach van iunius; op fol. 224voa: Volscreuen in desen boec doemen screef .M.ccc. xciiij. op den .viijtenden. dach van aprille. op den goensdach vore palm sondach; op fol. 226voa: Volscreuen dese vier symbolen in desen boec in diaer ons heren M.ccc. ende .xciiij. op den .xxiiij.sten dach van aprile; op fol. 244voa: Jn dit boec gescreuen .M.ccc x c iiij .xi. in october. Moderne kartonnen band met lichtbruin kalfsleren rug en hoeken (1951).

 

Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 13.708.

 

 

Het grootste gedeelte van dit handschrift wordt ingenomen door de Tweede Partie van de Spiegel Historiael, omstreeks 1300 bewerkt door Philip Utenbroeke van Damme (fol. 32roa-205vob en 246vob-249vob). De Tweede Partie, die vrijwel geheel uit heiligenlevens bestaat, komt in dit handschrift niet volledig voor. De kopiist kopieerde slechts 360 van de 460 hoofdstukken of ca. 34.000 van de ca. 42.000 verzen. De andere hoofdstukken sloeg hij over, maar verwees telkens naar de ‘breviarijs’, een handschrift van de eerste Middelnederlandse vertaling van de Legenda aurea, dat zich in Rooklooster bevond en waarin de overgeslagen heiligenlevens, evenwel in proza, reeds voorkwamen. Zulks is des te meer

[p. 96]

te betreuren, daar dit handschrift het enige is, waarin de Tweede Partie is overgeleverd. Wel zijn er nog een aantal fragmenten van andere handschriften aan het licht gekomen, die echter de talrijke leemten in dit handschrift slechts in geringe mate aanvullen. Die fragmenten zijn: Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. fol. 757, 20; Brugge, Stadsarchief, fragment 7 en 8; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 553 en IV 543; Düsseldorf, Hauptstaatsarchiv, Fragmentensammlung nr. 1; Frankfurt, Stadt- und Universitätsbibliothek, Ms. germ. qu. 35; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1620 en 2541, fragment 7 en 8; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 177 en 1198; Megen, Minderbroedersklooster; Parijs, Bibliothèque Nationale, néerl. 118 en Riga, Stadsbibliotheek, 1.

Verder bevat het hier besproken handschrift o.a.: 1. een vertaling van het zevende hoofdstuk uit het Libellum super modo vivendi devotorum hominum simul commorantium van Gerard Zerbolt van Zutphen, waarin gehandeld wordt over de vraag, of het de leken geoorloofd is de H. Schrift in de landstaal te lezen (fol. 1roa-4voa); 2. excerpten uit Der leken spieghel van Jan van Boendale (fol. 7voa-22voa); 3. excerpten uit het gedeelte van de Vierde Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Jacob van Maerlant (fol. 28rob-29rob); 4. excerpten uit het gedeelte van de Vierde Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Lodewijk van Velthem (fol. 29voa-30rob); 5. excerpten uit de Vijfde Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Lodewijk van Velthem (fol. 30rob-31rob); 6. Van der drievoudichede of de Derde Martijn door Jacob van Maerlant (fol. 218roa-220rob); 7. Vanden kerstenen ghelove door Jan van Ruusbroec (fol. 221roa-224voa); 8. een vertaling van de Responsio ad quemdam Judaeum ex verbis evangelii secundum Matthaeum contra Christum nequiter arguentem van Nicolaus van Lyra (fol. 227roa-244rob); 9. excerpten uit de Eerste Partie van de Spiegel Historiael, bewerkt door Jacob van Maerlant (fol. 244voa-246vob).

Het handschrift bevat geen eigendomsmerk, maar het is geschreven in en heeft toebehoord aan Rooklooster, een priorij van reguliere kanunniken van de H. Augustinus te Oudergem bij Brussel. De kopiist heeft immers vijf handschriften geheel of gedeeltelijk geschreven, die blijkens eigendomsmerken aan Rooklooster hebben toebehoord, nl. de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1805-08, 2849-51, 2905-09 en 3093-95 en Gent, Bibliotheek

[p. 97]

der Rijksuniversiteit, 1374; bovendien bracht hij correcties aan in de hss. Leningrad, Academie van Wetenschappen, XX. I. XIV minor en Parijs, Bibliothèque Mazarine, 920 en schreef hij fol. 58ro-58vo, de rode koptitels en drie rubrieken in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 2979, welke drie handschriften blijkens eigendomsmerken eveneens uit Rooklooster afkomstig zijn. Hij schreef ook een inventaris van de Dietse boeken, die omstreeks 1393 in Rooklooster voorhanden waren, getiteld Dit sijn die dietsche boeke die ons toe behoeren en voorkomend in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1351-72, waaruit we mogen afleiden dat deze ijverige kopiist librarius van de Dietse boeken in Rooklooster is geweest.

Rooklooster werd op 13 april 1784 door Jozef II opgeheven. De handschriften van Rooklooster werden eerst naar het gewezen kartuizerklooster, daarna naar de lokalen van het Comité de la caisse de religion in het gebouw van de Rekenkamer te Brussel gevoerd, waar de handschriften van de opgeheven Brabantse kloosters werden samengebracht. Op verzoek van Ch. J. Beydaels de Zittaert, eerste wapenkoning van de Oostenrijkse Nederlanden en de Bourgondische kreits, werden in 1785 en 1786 ruim 200 handschriften uit de afgeschafte Brabantse kloosters, waaronder het hier besproken handschrift, aan de Chambre héraldique te Brussel geschonken. Toen in 1794 de Fransen de Oostenrijkse Nederlanden binnenvielen, vluchtte Beydaels met de bezittingen van de Chambre héraldique naar Rotterdam en daarna, naarmate de Fransen oprukten, steeds verder, totdat hij in 1799 in Wenen aankwam, waar de schatten van de Chambre héraldique in de Kanselarij der Nederlanden werden ondergebracht. Vandaar kwam het hier besproken handschrift in 1803 in het Geheime Hausarchiv, daarna in 1869 in de Hofbibliothek, thans Österreichische Nationalbibliothek, te Wenen, waar het in datzelfde jaar door Ferdinand von Hellwald (1843-1884), toen aan de Hofbibliothek verbonden, is ontdekt.

 

F. von Hellwald, Eine neue Maerlant-Handschrift, Beilage zur Augsburger Allgemeine Zeitung, 30 september 1869, nr. 273, p. 4214; F. von Hellwald, Der zweite Theil von Maerlant's ‘Spieghel historiael’, Magazin für die Literatur des Auslandes, 9 oktober 1869, p. 595-597; Een nieuw handschrift van Jacob van Maerlant, De Eendracht. Veertiendaagsch Tijdschrift voor Letteren, Kunsten en Wetenschappen, 24 (1869-1870), p. 35; F. von Hellwald, Zwei neue Maerlant-Fragmente, Altpreussische Monatsschrift, 7 (1870), p. 208-216; F. von Hellwald, Een nieuw Maerlant-handschrijt, De Taal- en Letterbode, 1 (1870), p. 160-178;

[p. 98]

W. Moll, Geert Groote's verklaring aangaande den inhoud zijner prediking te Utrecht, Studiën en Bijdragen op 't gebied der historische Theologie, 1 (1870), p. 404-411; Tabvlae codicum manv scriptorvm praeter Graecos et Orientales in Bibliotheca Palatina Vindobonensi asservatorvm, VII, Wenen, 1875, p. 252-254, nr. 13.708; Jacob van Maerlant's Spiegel Historiael. Tweede Partie, bewerkt door Philip Utenbroeke, uitgegeven door F. von Hellwald, M. de Vries en E. Verwijs, Leiden, 1879; P.J. Blok, Verslag aangaande een onderzoek in Duitschland en Oostenrijk naar archivalia belangrijk voor de geschiedenis van Nederland, 's-Gravenhage, 1889, p. 56, nr. 46; Jacob van Maerlant's Strophische gedichten, nieuwe uitgave, bewerkt door J. Franck en J. Verdam, Groningen, 1898, p. XIV en 61-84; W. de Vreese, De handschriften van Jan van Ruusbroec's werken, Gent, 1900-1902, p. 276-277; W. de Vreese, De Dietsche boeken van 't Rooklooster omstreeks het jaar 1400, Album Kern, Leiden, 1903, p. 402-403; herdrukt in W. de Vreese, Over handschriften en handschriftenkunde. Tien codicologische studiën. Bijeengebracht, ingeleid en toegelicht door P.J.H. Vermeeren, Zwolle, 1962, p. 68 (Zwolse Reeks van Taal- en Letterkundige Studies, 11); C.G.N. de Vooys, De Dietse tekst van het tractaat: ‘De libris teutonicalibus’, Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis, Nieuwe Serie, 4 (1907), p. 117-134; Jacob van Maerlant's Strophische gedichten. Nieuwe bewerking der uitgave van Franck en Verdam door J. Verdam en P. Leendertz Jr., Leiden, 1918, p. XVI en passim; R. Roemans, Beschrijvende bibliographie van en over Jan van Ruusbroec, Jan van Ruusbroec, leven, werken, Mechelen-Amsterdam, 1931, p. 331; C.C. de Bruin, Middelnederlandse vertalingen van het Nieuwe Testament, Groningen-Batavia, 1935, p. 334-337; J. Van Rooij, Gerard Zerbolt van Zutphen, I. Leven en geschriften, Nijmegen-Utrecht-Antwerpen, 1936, p. 340-341, nr. 126; J.G.J. Tiecke, De werken van Geert Groote, Utrecht-Nijmegen, 1941, p. 156; F. Stegmüller, Repertorium biblicum medii aevi. Tomus IV: Commentaria. Auctores N-Q, Madrid, 1954, p. 92, nr. 5983 en p. 93, nr. 5984; H. Menhardt, Verzeichnis der altdeutschen Handschriften der Österreichischen Nationalbibliothek, III, Berlijn, 1961, p. 1331-1337; J. Deschamps, Middelnederlandse vertalingen van Super modo vivendi (7de hoofdstuk) en De libris teutonicalibus van Gerard Zerbolt van Zutphen, Handelingen der Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 14 (1960), p. 72-74; R. Lievens, De nieuwe Weense handschriftencatalogus, Leuvense Bijdragen, Bijblad, 53 (1964), p. 6; J. Deschamps, Het Weense handschrift van de ‘Tweede Partie’ van de ‘Spiegel Historiael’, Kopenhagen, 1971, p. 25-53 (Mediaeval Manuscripts from the Low Countries in Facsimile, 1).