31. Melis Stoke, RijmkroniekMelis Stoke, Rijmkroniek van Holland, Holland, ca. 1375.Perkament; 4 + 90 + 4 bll.; blad en bladspiegel resp. 235 × 172 mm en 195 × ca. 140 mm; 2 kol., 38 rr. per kol. Kolommen met inkt genummerd; moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera textualis). Eén opengewerkte rood-blauwe initiaal met rood en blauw penwerk; afwisselend rode en blauwe lombarden; beginletters van de verzen in een aparte kolom en afzonderlijk rood doorstreept. Oorspronkelijke bruin kalfsleren band op eiken borden; voor- en achterplat met driedubbele filets en losse stempels versierd; twee koperen sloten, waaraan de sluithaken ontbreken; rug vernieuwd.
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 128 E 3.
In zijn Rijmkroniek van Holland behandelde Melis Stoke de geschiedenis van het Hollandse gravenhuis van 689 tot 1305. Het eerste deel, lopend tot 1205, schreef hij omstreeks 1289-1291, het tweede deel na 1305. Als bronnen gebruikte hij in het eerste deel het Chronicon Egmundanum en de Vita sancti Wulfrani, in het tweede deel de Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant en de Chroniques abrégées de Baudouin d'Avesnes. Voor de laatste jaren berust zijn kroniek op eigen waarneming en op verhalen van ooggetuigen. Van de Rijmkroniek van Holland bestaan twee redacties. De oorspronkelijke redactie is in de hss. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 128 E 4 en 128 E 5, de omgewerkte redactie in het hier besproken Haagse handschrift overgeleverd.
In de hss. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 183; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 398, 6 en Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1649 zijn nog fragmenten van andere handschriften bewaard gebleven. Tot 1966 werd Melis Stoke algemeen als de auteur van beide redacties beschouwd. In dat jaar betoogde H.C. Peeters dat Wouter de Clerc, die tot dusver slechts als de kopiist van het hier besproken Haagse handschrift werd beschouwd, de auteur van de eerste redactie zou zijn. Wegens in die redactie uitgebrachte meningen zou hij in ongenade zijn gevallen en tot een bedevaart naar het H. Land zijn veroordeeld. Melis Stoke zou slechts de bewerker van de tweede redactie zijn. Hij zou de eerste redactie van de gewraakte meningen hebben gezuiverd en de epiloog hebben geschreven, waarin de kroniek aan Willem III wordt opgedragen. Hoe indrukwekkend het scherpzinnige betoog van H.C. Peeters ook zij, toch doen we er goed aan de Rijmkroniek van Holland als een werk van Melis Stoke te beschouwen, zolang dit betoog de toets van een bevoegde kritiek niet heeft doorstaan. Het hier besproken handschrift werd door Pieter van Loo aan een boekenkraam in Amsterdam gekocht, waar het uit de boedel van een predikant was terechtgekomen. Hij schonk het aan zijn vriend Simon Schijnvoet (1652-1727), bouwmeester, tekenaar, graveur en verzamelaar van oudheden, die het aan Pieter van Loo, die het hem had geschonken, bij testament vermaakte. Op de veiling-P. van Loo werd het in 1731 toegewezen aan J. Marcus, een Amsterdamse koopman en verzamelaar van oudheden. Op de veiling-J. Marcus werd het in 1750 door de Amsterdamse letter- en taalkundige B. Huydecoper (1695-1778) gekocht. In 1779 kwam het op de veiling-B. Huydecoper in het bezit van M. Röver (1719-1803), wiens bibliotheek in 1806 te Amsterdam onder de hamer kwam. Op de veiling-M. Röver werd het door de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage gekocht.
Cat.-P. van Loo, Amsterdam, 1731; Chronyk van Holland van den Klerk uit de laage Landen by der Zee: nooit voorheen gedrukt. Met eenige aanteekeningen zoo van P. Scriverius als van den uitgever [P. van Mieris], Leiden, 1740, p. 170-171; Cat.-J. Marcus, Amsterdam, 1750, p. 6, nr. 65; Rijmkroniek van Melis Stoke, met historie-, oudheid- en taalkundige aanmerkingen door B. Huydecoper, Leiden, 1772, 3 dln.; Cat.-B. Huydecoper, Amsterdam, 1779, p. 116, nr. 48; Cat.-M Röver, I, Amsterdam, 1806, p. 67, nr. 290; J.A. Clignett, Vertoog over het aantal HSS. door Huydecoper gebruikt bij de uitgaaf der Rijmkroniek van Melis Stoke, 's-Gravenhage, 1825; Rijmkroniek van Melis Stoke. Uitgegeven door W.G. Brill,
Utrecht, 1885, 2 dln. (Werken van het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht, Nieuwe serie, 40); S. Hofker, De taal van Melis Stoke, Groningen, 1908; H.A. Ett, De briefwisseling Balthazar Huydecoper-Gerard Meerman en Huydecoper's onvoltooide voorrede tot de Rijmkroniek van Melis Stoke, Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap (gevestigd te Utrecht), 66 (1948), p. 145-151 en passim; H.C. Peeters, De Rijmkroniek van Holland, haar auteur en Melis Stoke, Antwerpen, 1966. |