[p. 111]

34. Wapenboek van Gelre

Heraut Gelre, Wapenboek, hertogdom Gelre, kort vóór 1378.

Perkament; 1 + 124 + 1 bll.; blad 220 × 140 mm; in het tekstgedeelte (fol. 1ro-21ro) bladspiegel 195 × 110 mm, 2 kol., wisselend aantal rr. per kol. Oude foliëring van I tot XX (fol. 2vo is als iij gefolieerd) op fol. 1-19; achttiende-eeuwse paginering van 1 tot 13 op fol. 26-32; moderne potloodfoliëring. Twee handen: de eerste hand (littera textualis) schreef fol. 1roa-6vob, fol. 18vob-21rob en de namen onder de meeste wapenschilden; de tweede hand (littera cursiva formata) fol. 6vob-18vob en correcties op fol. 2ro. Rode en blauwe initialen. Alles samen 1553 fraai uitgevoerde wapenschilden. Op fol. 2vo een miniatuur, voorstellend een everzwijn met het wapen van Jan III, hertog van Brabant. Op fol. 26ro een gekleurde tekening, voorstellend keizer Karel IV te midden van drie geestelijke en vier wereldlijke keurvorsten. Op fol. 122ro een afbeelding van heraut Gelre, bekleed met een mantel, vertonende het wapen van de hertog van Gelre. Moderne paarsbruin marokijnen band; platten met rolstempels versierd. Marges sterk afgesneden. Ex-libris van K. van Hulthem.

 

Pl. 33

 

Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.652-56.

 

 

Herauten waren wapenkundige ambtenaren in dienst van vorsten en heren, die namens hun heer wapenbrieven uitgaven en wapens verleenden. Bij tornooien en plechtigheden speelden zij een belangrijke rol. Soms werden zij genoemd naar het gebied of een gebiedsdeel, waarover hun heer gebood. Bij plechtige gelegenheden droegen zij een mantel, waarop het wapen van hun heer geborduurd was. Vaak legden zij wapenboeken aan, waarin wapenschilden van vorsten en heren afgebeeld stonden. Dit handschrift is het oudste en het voornaamste wapenboek dat in de Nederlanden is ontstaan. Het is het wapenboek van heraut Gelre, zo genoemd naar Gelre, het hertogdom, waarover zijn heer, de hertog van Gelre, heerschappij voerde. Het bestaat uit twee delen. Het eerste deel (fol. 1ro-21vo) bevat een aantal gedichten: Van den ever (uitdagingen van 17 ridders tot Jan III, hertog van Brabant, en diens antwoord daarop); wapendichten op ridders, gesneuveld in de slag bij Stavoren in 1345; een kroniek van de hertogen van Brabant; een kroniek van de graven van Holland en lofdichten op twaalf verschillende ridders. Het tweede deel (fol. 22ro-123ro) bevat 1553 wapenschilden van koningen, hertogen, graven en bisschoppen, alsook van hun vazallen, systematisch naar de landen gerangschikt. In het tweede deel zijn blijkbaar bladen zoek geraakt: er ontbreken immers wapenschilden van een aantal Gelderse

[p. 112]

ridders, die men er normaal mocht in verwachten en die trouwens in jongere wapenboeken voorkomen.

Vrij algemeen wordt thans aangenomen dat heraut Gelre, de samensteller van dit wapenboek, en heraut Beyeren quondam Gelre, de samensteller van het Wapenboek van Beyeren, en de schrijver van Die Hollantsche cronike en van een Wereldkroniek, één en dezelfde persoon is geweest, die met zijn ware naam Claes Heynensoen (ca. 1340/1345-1414) heette. Vooraleer hij in dienst trad van Albrecht van Beyeren, graaf van Holland, was hij heraut aan het Gelderse hof, vermoedelijk bij Mechteld van Gelre, in 1372 gehuwd met Jan II van Châtillon, graaf van Blois. Dat heraut Gelre de auteur van de gedichten is, die in het handschrift voorkomen, valt wel niet te betwijfelen, daar hij zich in een paar daarvan als de dichter kenbaar maakt. Of hij óók de uitmuntende kunstenaar is, die de wapenschilden (op een paar toevoegsels na) heeft getekend en gekleurd en de tekeningen heeft vervaardigd, is op zijn minst twijfelachtig. Het lijkt waarschijnlijk dat ze volgens de aanwijzingen van heraut Gelre, die uit hoofde van zijn ambt een uitnemend wapenkenner moet geweest zijn, door een ervaren kunstenaar zijn vervaardigd. Misschien is die kunstenaar in het atelier van de Maelwaels te Nijmegen te zoeken.

Waarschijnlijk is fol. 6vob-18vob van het Wapenboek van Gelre eigenhandig door heraut Gelre geschreven: de hand op die folio's vertoont in ieder geval grote gelijkenis met die, welke hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 17914 heeft geschreven, dat als de autograaf van Die Hollantsche cronike van heraut Beyeren quondam Gelre wordt beschouwd. Andere handschriften van het Wapenboek van Gelre zijn niet bewaard gebleven; wel berust er in de Landesbibliothek te Gotha een fragment van een ander handschrift (Cod. membr. II 219) dat verzen uit twee lofdichten bevat. De hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 6003-05 en II 626, beide van dezelfde zeventiende-eeuwse hand, bevatten afschriften uit het Wapenboek van Gelre: het eerste handschrift bevat een afschrift van een gedeelte uit het gedicht Van den ever (vs. 115-136) en van de kroniek van de hertogen van Brabant; het tweede een afschrift van vijf van de twaalf lofdichten. In Die Hollantsche cronike heeft heraut Beyeren quondam Gelre de wapendichten op ridders, gesneuveld in de slag bij Stavoren, opgenomen; die wapendichten komen dus ook in de handschriften van die kroniek voor,

[p. 113]

nl. in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 17.914, fol. 101vo-104ro en 5753-59, fol. 120vo-121vo.

Namen van oudere bezitters van het Wapenboek van Gelre bevinden zich op een stuk perkament dat op fol. 124ro is geplakt. In 1820 werd het door K. van Hulthem te Brussel op de tweede veiling van de bibliotheek van Anne, Thérèse, Philippine, gravin d'Yve (1738-1814) gekocht. In 1837 kwam het, samen met de verzameling-K. van Hulthem, in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.

 

Cat.-Anne, Thérèse, Philippine, gravin d'Yve, II, Brussel, 1820, p. 473, nr. 6211; Bibliotheca Hulthemiana, VI, Gent, 1836, p. 51-53, nr. 195; J.F. Willems, Wapenlied van Jan den IIIe, hertog van Braband, Belgisch Museum, 1 (1837), p. 287-296; J.F. Willems, Wapendichten op sommige ridders, gevallen in den slag by Staveren, in Vriesland, ten jare 1345, Belgisch Museum, 5 (1841), p. 103-112; J. van Malderghem, La bataille de Staveren, 26 septembre 1345, Noms et armoiries des chevaliers tués dans cette journée, publiées pour la première fois d'après le ms. original du héraut d'armes Gelre, conservé à la Bibliothèque de Bourgogne et d'après un grand nombre de chroniques inédites et imprimées, Brussel, 1869; K. Regel, Ein Fragment einer unbekannten Handschrift von Gelres Wapenboeck, Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde, 5 (1885), p. 17-48; S. Muller Fz., Die Hollantsche Cronike van den Heraut. Eene studie over de Hollandsche geschiedbronnen uit het Beijersche tijdperk, Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, III, 2, 1885, p. 11-25; V. Bouton, Wapenboeck ou armorial de 1334 à 1372, précédé de poésies héraldiques par Gelre, héraut d'armes, Parijs-Brussel, 1881-1905, 10 dln.; W.A. Beelaerts van Blokland, Het wapenboek ‘Gelre’, Gelre, Bijdragen en Mededeelingen, 13 (1910), p. 267-275; D.L. Galbreath, La suisse féodale d'après l'Armorial de Gelre, Archives héraldiques suisses, 1932, p. 87-109; W.A. Beelaerts van Blokland, Beyeren quondam Gelre, armorum rex Ruyris. Eene historisch-heraldische studie, 's-Gravenhage, 1953; F. Lyna, Een groot miniatuurschilder, Henen, alias Gelre, Oud-Holland, 51 (1934), p. 29-39; F. Lyna, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque Royale de Belgique, XII, Ronse, 1936, p. 132-150; C. Gaspar en F. Lyna, Les principaux manuscrits à peintures de la Bibliothèque Royale de Belgique, I, Parijs, 1937, p. 372-377; J. van Toll, Nederlandsche sibbekundigen vóór 1853, I, Naarden, 1944, p. 6-10 (Bibliotheek voor Geslacht- en Wapenkunde, 16); H. Bruch, Supplement bij de Noord-Nederlandsche geschiedschrijving in de middeleeuwen van Dr. Jan Romein, Haarlem, 1956, p. 36-37; F. Gorissen, Jan Maelwael und die Brüder Limburg. Eine Nimweger Künstlerfamilie um die Wende des 14. Jhs., Bijdragen en Mededelingen der Vereniging ‘Gelre’, 54 (1954), p. 153-221; H.F. Wijnman, Project voor een vervolg op het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, Leiden, 1963, p. 37-38; Karel van Hulthem, 1764-1832, Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1964, p. 270-272, nr. 108; L.M. Delaissé, A Century of Dutch Manuscript Illumination, Berkeley en Los Angeles, 1968, p. 13-16, 18, pl. 1 en 2.