[p. 114]

35. Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme

Natuurkunde van het geheelal; Heynric van Hollant, Die cracht der mane; Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme, bewerkt naar Thomas van Cantimpré, De natura rerum en kleinere teksten, Westmiddelnederlands, ca. 1350.

Perkament; 1 + 163 + 1 bll.; blad en bladspiegel resp. 278 × 208 mm en 210 à 215 × ca. 160 mm; 2 kol., 38 à 40 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera textualis). Acht gehistorieerde gouden initialen op een gekleurde grond; een gekleurde initiaal op een gouden grond; afwisselend rode lombarden met paars en blauwe lombarden met rood penwerk; beginletters van de verzen in een aparte kolom, maar niet doorstreept; 454 miniaturen; tekening van het heelal; 33 cirkelvormige astronomische tekeningen, waarvan slechts 17 zijn voltooid. Zestiende-eeuwse donkerbruin kalfsleren band op naar binnen afgeschuinde eiken borden; op voor- en achterplat rolstempels met sporen van verguldsel; rug uitgevallen en leder op de platten afgesleten of verdwenen; op het voorplat 5 en op het achterplat 4 koperen knoppen (de vijfde knop, beneden rechts, ontbreekt); op het voorplat: ghedenct den / den doot des heeren; op het achterplat: h.p.v.d.h; twee gedreven koperen sloten; hoeken en randen tegen de rug geschoeid; op de binnenzijde van het voor- en het achterbord een blad uit een Latijns handschrift in twee kolommen uit de tweede helft van de 13de eeuw.

 

Pl. 34

 

's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, Bruikleen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, XVI.

 

 

Dit handschrift bevat: 1. een kalender (fol. 1ro-6vo); 2. De natuurkunde van het geheelal (fol. 7ro-25vo), een anoniem leerdicht van 1888 verzen over de hemellichamen en de natuurverschijnselen, in 1273 of kort daarna in Oost-Vlaanderen, waarschijnlijk in de Vier Ambachten geschreven, eveneens voorkomend in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.624-41; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 4; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 14A; Maastricht, Rijksarchief, 1673, 14a (fragmenten); Oudenaarde, Stadsarchief, 5556/13; Uppsala, Universiteitsbibliotheek, DG 56; Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 5 F 5 en Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 18.2 Aug. 4o; 3. Die cracht der mane van Heynric van Hollant (fol. 25vob-28roa), een leerdicht van 384 verzen over de invloed, die de maan naar gelang zij in de verschillende sterrenbeelden staat of met de verschillende planeten in conjunctie treedt, op de mens uitoefent, eveneens bewaard in hs. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 4; 4. een astrologische tabel en prozastukken, meestal van astrologische aard (fol. 28rob-34ro); 5. Die boec van den IV complexien (fol. 34ro-37rob), ook overgeleverd in hs. 's-Gravenhage,

[p. 115]

Koninklijke Bibliotheek, 76 E 4; 6. Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant (fol. 38roa-163roa), een natuurkundig handboek in 13 boeken, samen ca. 16.660 verzen, omstreeks 1270 bewerkt naar De natura rerum van Thomas van Cantimpré (1201-ca. 1270), eveneens bewaard in een aantal handschriften en fragmenten, die we boven bij de bespreking van het Dyckse handschrift hebben opgesomd. Vermeldenswaard is dat hs. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 4 van het hier besproken handschrift is afgeschreven en dus dezelfde inhoud heeft.

Het is niet met zekerheid uit te maken waar het hier besproken handschrift is tot stand gekomen, ook niet met behulp van de kalender, waarin heiligen voorkomen, die in het bisdom Doornik en in het bisdom Utrecht bijzonder worden vereerd. Vóór 1804 was het in het bezit van J.A. Clignett (1756-1827). Vóór 1812 deed hij het aan J. Steenwinkel over. Omstreeks 1812 werd het door P. van Musschenbroek (1764-1823) voor het Koninklijk Instituut, thans Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, aangekocht. In 1937 werd het door de voornoemde instelling, samen met andere handschriften, aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage in bruikleen afgestaan.

 

W. Bilderdijk, Taal- en dichtkundige verscheidenheden, IV, Rotterdam, 1823, p. 76-77; M. de Vries, Die cracht der mane, door Heynric van Hollant, Verslagen en Berigten uitgegeven door de Vereniging ter bevordering der oude Nederlandsche Letterkunde, 4 (1847), p. 5-22; Sterre- en natuurkundig onderwijs, gemeenlijk genoemd: Natuurkunde van het geheel-al, en gehouden voor het werk van zekeren Broeder Gheraert. Een Nederduitsch oorspronkelijk leerdicht uit het laatst der XIIIe of het begin der XIVe eeuw. Uitgegeven naar vijf zeer oude handschriften, met gebruikmaking van vier latere maar zeer naauwkeurige afschriften, met eene inleiding en aanteekeningen door J. Clarisse, Leiden, 1847; Jacob van Maerlant's Naturen bloeme, uitgegeven door E. Verwijs, Groningen, 1878, 2 dln.; A.W. Byvanck en G.J. Hoogewerff, Noord-Nederlandsche miniaturen in handschriften der 14de, 15de en 16de eeuwen, 's-Gravenhage, 1922-1925, Tekst, p. 4, nr. 7; Tweede deel, pl. 121; D.J.H. ter Horst, Catalogus van de handschriften der Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen, in bruikleen in de Koninklijke Bibliotheek, 's-Gravenhage, 1938, p. 12-13, nr. XVI; A. van Panthaleon van Eck-Kampstra, Jacob van Maerlant's ‘Der naturen bloeme’. Twee notities over handschriften, Het Boek, 36 (1963-1964), p. 224; R. Jansen-Sieben, De natuurkunde van het geheelal. Een 13de-eeuuws middelnederlands leerdicht, Brussel, 1968, 2 dln. (Académie Royale de Belgique. Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques. Collection des Anciens Auteurs Belges); Jacob van Maerlant's Der naturen bloeme. Tentoonstelling (1 oktober 1970-1 februari 1971), Utrecht, Instituut De Vooys, 1970, p. 8 en passim.