37. Melibeus; Jan van Boendale, Jans teesteye; Dat boec der wraken; Hein van Aken, Dit es van SaladineMelibeus, bewerkt naar Albertanus van Brescia, Liber consolationis; Jan van Boendale, Jans teesteye; Dat boec der wraken; Hein van Aken, Dit es van Saladine (Huge van Tyberien), bewerkt naar De l'ordene de chevalerie, en andere gedichten, Brabant, ca. 1400.Perkament; 102 bll.; blad en bladspiegel resp. 265 × 180 mm en 230 × 150 mm; 2 kol., 49 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera textualis). Rode initialen, lombarden en paragraaftekens; beginletters van de verzen in een aparte kolom en afzonderlijk rood doorstreept. Oude kalfsleren band op houten borden; knoppen; twee sloten, waaraan de sluithaken ontbreken.
Oxford, Bodleian Library, Marshall 29.
Dit handschrift bevat de volgende gedichten: 1. Melibeus (fol. 1roa-22rob), een dialoog tussen Prudentia en haar echtgenoot Melibeus, bewerkt naar het Liber de consolatione van Albertanus van Brescia, eveneens volledig bewaard in hs. olim Hamburg, Universitäts- und Stadtbibliothek, God. germ. 24, fol. en fragmentarisch in de hss. Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1607 en Leuven, Coll.-J. Deschamps; 2. Jans teesteye (fol. 24voa-45voa), een leerdicht van Jan van Boendale, fragmentarisch eveneens bewaard in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 209, 15 en Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 1527, 16, waarin zonder veel samenhang gehandeld wordt over de Drieëenheid, de drie godsdiensten (heidendom, jodendom en christendom), de standen van de maatschappij, de tien geboden en de zeven hoofdzonden; 3. Noch meer van wiven (fol. 45vob-46roa); 4. Dit es van ghevene (fol: 46rob-46vob); 5. Dat boec vander wraken (fol. 48roa-78vob), ook fragmentarisch bewaard in de hss. 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 131 D 2 en Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 2002, een leerdicht, waarin aan de hand van historische voorbeelden bewezen wordt dat God het kwaad, door vorsten en volken bedreven, niet ongestraft laat; 7. Dit es van Maskeroen (fol. 80roa-86vob), een satansproces, waarin de H. Maagd als middelares optreedt, alleen in dit handschrift bewaard; 7. Dit is van Saladijn (fol. 86vob-88rob), ook geheten Van den coninc Saladijn ende van Hughen van Tabaryen, bewerkt door Hein van Aken naar De l'ordene de chevalerie, de geschiedenis van Hughe van Tabarië, een gevangen kruisridder, die sultan Saladijn in de verheven ridderidealen inwijdt en hem daarna tot ridder slaat, eveneens voorkomend in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.589-623 en Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et philol. fol. 22; 8. Dit sijn die .x. plaghen ende die .x. ghebode (fol. 88vo-101ro), een leerdicht over de tien plagen van Egypte en de tien geboden, alleen in dit handschrift bewaard. Het handschrift heeft toebehoord aan Thomas Marshall (1621-1685), rector van Lincoln College in Oxford, een kenner van het Gotisch en het Angelsaksisch, schrijver van Observationes in evangeliorum versiones perantiquas duas, Gothicas scil. et Anglo-Saxonicas (1665). Gedurende meer dan twintig jaar (ca. 1647 - ca. 1672) was hij eerst in Rotterdam, daarna in Dordrecht predikant van de Engelse kooplui. In die jaren moet hij dit handschrift,
alsook de andere Middelnederlandse handschriften, die hij heeft bezeten, in Nederland hebben verworven. Hij vermaakte zijn handschriften en boeken aan de Bodleian Library te Oxford.
F.J. Mone, Übersicht der niederländischen Volks-Literatur älterer Zeit, Tübingen, 1838, p. 347, nr. 535; R.P.A. Dozy, Brief aan M. de Vries, Verslagen en Berigten uitgegeven door de Vereeniging ter bevordering der oude Nederlandsche Letterkunde, 2 (1845), p. 41-55; Nederlandsche gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen, naar het Oxfordsch handschrift uitgegeven door F.A. Snellaert, Brussel, 1869; R. Priebsch, Deutsche handschriften in England, I, Erlangen, 1896, p. 158 en 159, nr. 156; F. Madan, H.H.E. Graster en N. Denholm-Young, A Summary Catalogue of Western Manuscripts in the Bodleian Library at Oxford which have not hitherto been catalogued in the Quarto Series, Vol. II, Part II, Oxford, 1937, p. 996, nr. 5264; Hein van Aken, Van den coninc Saladijn ende van Hughen van Tabaryen. Bezorgd door P. de Keyser, Leiden, 1950 (Textus minores, 15). |