53. Bonaventura-Ludophiaanse leven van Jezus

Vita Jesu Christi, een compendium uit Pseudo-Bonaventura, Meditationes vitae Christi en Ludolphus van Saksen, Vita Jesu Christi, Middelnederlandse vertaling, Holland (Haarlem), 1409.

Perkament; 4 + 196 + 3 bll.; blad en bladspiegel resp. 190 × 140 mm en 145 × 93 mm; 2 kol., 26 rr. per kol. Oude foliëring met rode Romeinse cijfers. Eén hand (littera textualis). Twee opengewerkte rood-blauwe initialen, met rood en blauw penwerk versierd; twee blauwe initialen, met rood penwerk versierd; afwisselend rode en blauwe lombarden; rode opschriften. Op fol. 195 (eigenlijk 196) voa: Ghescreuen int iaer ons heren. M.CCCC. ende IX. op des heilichs cruus auont alst verheuen wart. Moderne perkamenten band op kartonnen borden; op het voorplat in goudopdruk het wapen van R.H. Driessen; rode sneden. Inliggend ex-libris van Christian D. Ginsburg; ex-libris van R.H. Driessen en diens echtgenote Caroline E.F. Kleyn.

 

Pl. 52

 

Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 1984.

 

 

Op het einde van de 14de eeuw maakte een anonymus, waarschijnlijk een Rijnlandse kartuizer, onder de titel Vita Jesu Christi een compendium uit de Meditationes vitae Christi van pseudo-Bonaventura en de Vita Christi van Ludolphus van Saksen. Blijkbaar bedoelde hij een niet te omvangrijk werk samen te stellen, geschikt als handleiding bij het overwegen van het leven en het lijden van Christus. Dit compendium is in enkele handschriften bewaard gebleven o.a. in de hss. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, I L 14 (Cat. 174) en Keulen, Stadtarchiv, G.B. 4o 242; bovendien werd het viermaal als incunabel gedrukt, de eerste maal omstreeks 1472 door Arnoldus ther Hoernen te Keulen, de vierde maal omstreeks 1483 door Jan van Westfalen te Leuven (Campbell, 1180). Omstreeks 1400 werd de Vita Jesu Christi in het Middelnederlands vertaald. Die vertaling wordt gewoonlijk het Bonaventura-Ludolphiaanse leven van Jezus genoemd. De twee oudste handschriften ervan, nl. de hss. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G 44 en het hier besproken Leidse handschrift, resp. in 1406 en 1409 vervaardigd, zijn in Holland geschreven. Hun taal vertoont geen Zuid- of Oostnederlandse mengvormen, zodat de vertaler in Holland

[p. 162]

of in Utrecht is te zoeken. Waarschijnlijk behoorde hij tot de kring van de Moderne Devoten, die zich beijverden geestelijke lectuur in de landstaal onder de leken te verspreiden. Aan de vertaling van de Vita Jesu Christi liet de vertaler een opmerkelijke proloog voorafgaan, waarin hij verklaart lang te hebben geaarzeld, vooraleer hij het werk in de landstaal overbracht, omdat hij zijn kennis van het Latijn te gering achtte en bovendien vreesde de kerkleer onnauwkeurig weer te geven en zich aan de kritiek van boosaardige lieden bloot te stellen.

Het Bonaventura-Ludolphaanse leven van Jezus schijnt in de 15de eeuw, te oordelen naar het aantal bewaarde handschriften, die uit verschillende delen van het Nederlands taalgebied afkomstig zijn, een grote verbreidheid te hebben gehad. Behalve in de twee bovengenoemde manuskripten is het nog in talrijke handschriften bewaard gebleven o.a. in de hss. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I D 21 en I E 27 (kap. 1-20); Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. quart. 1091; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1956-57, 4569-70, 11.150, 15.067, IV 133 en IV 177 (kap. 1 en 3-12); Cambridge, Fitzwilliam Museum, 6 G 8 (Fitzwilliam 126); Düsseldorf, Landes- und Stadtbibliothek, C 17; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 663, 1017, 1080 en 1171; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 E 15, 73 H 10, 133 D 32, 71 H 24 en 75 G 12 (kap. 22-54); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, Bruikleen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, XXX (kap. 23-35); Groningen, Universiteitsbibliotheek, 217; Keulen, Stadtarchiv, G.B. 4o 212; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 2729 en Letterk. 259 en 260; Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. theol. 4o 140 (kap. 1-21); Weert, Provinciaal Archief van de Minderbroeders, 9 en Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 46.2 Aug. 4o. In 1479 werd het Bonaventura-Ludolphiaanse leven van Jezus onder de titel Tractaet vanden leven ons Heren Jesu Christi, door Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauritius Yemantszoon van Middelborgh te Delft gedrukt (Campbell, 1121). Middelnederduitse afschriften zijn bewaard in de hss. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G 8; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 76 J 14; Hannover, Niedersächsische Landesbibliothek, 237 (excerpt); olim Lübeck, Stadtbibliothek, Ms. theol. germ. 12; Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, Helmst. 430 en Zwolle, Provinciaal Overijssels Museum, Emmanuelshuizen, 12; Middelfrankische afschriften

[p. 163]

in de hss. Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, Theol. 1479, 4o en Trier, Stadtbibliothek, 809 (1341).

Het hier besproken handschrift is het tweede oudste dat van het Bonaventura-Ludolphiaanse leven van Jezus bewaard is gebleven. Het bevat geen eigendomsmerk, maar het moet in Haarlem zijn tot stand gekomen, daar de rood-blauwe initialen op fol. 1roa en 13roa zeer verwant zijn aan die in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 243 I en II dat in 1431 in of voor het Groot Begijnhof te Haarlem is geschreven. Het heeft toebehoord aan H. de Wilhem (ca. 1720-1766), doctor in de godgeleerdheid en predikant te Lekkerkerk, wiens bibliotheek in 1767 te Leiden onder de hamer kwam. Later was het in het bezit van F.G.H. Culemann (1811-1886), een bekend Hannovers drukker, uitgever en verzamelaar. Een gedeelte van diens bibliotheek werd in 1870 te Londen geveild. Op die veiling werd het gekocht door Chr. G. Ginsburg, een Engels oudtestamenticus, die in 1880-1905 in vier delen een uitgave van de Massora bezorgde en wiens bibliotheek in 1915 te Londen onder de hamer kwam. Later heeft het aan R.H. Driessen te Maarssen toebehoord, wiens bibliotheek in 1946 te Utrecht openbaar werd verkocht. Op die veiling werd het gekocht door A.L. van Gendt, antiquaar te Blaricum (later te Amsterdam), van wie het in april 1953 met steun van het Prins Bernhard Fonds door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden is verworven.

 

Cat.-H. de Wilhem, Leiden, 1767, p. 94, nr. 899; W. Moll, Johannes Brugman en het godsdienstig leven onzer vaderen in de vijftiende eeuw grootendeels volgens handschriften geschetst, II, Amsterdam, 1854, p. 39-45, 262-271; Catalogue of a Bibliotheca Typographica (een gedeelte van de verzameling-F.G.H. Culemann). Which will be sold by Auction by Messrs. Sotheby, Wilkinson and Hodge on Monday, the 7th Day of February, 1870, and three Following Days, Londen, 1870, p. 45, nr. 383; Die eerste bliscap van Maria, opnieuw uitgegeven en toegelicht door W. de Vreese, 's-Gravenhage, 1931, p. XXVII-XXVIII en 133-142; Middelnederlands geestelijk proza, verzameld door C.C. de Bruin en ingeleid door C.G.N. de Vooys, Zutphen, 1940, p. XI, 28-30 en 331; Cat.-C.D. Ginsburg, Londen, 1915, p. 82, nr. 793; Cat.-R.H. Driessen, Utrecht, 1946, p. 8, nr. 105; A Catalogue of Interesting Old Books including a Collection of Incunabula, Woodcutbooks, Manuscripts, Calligraphy and a Special Selection of Tory Items, offered for Sale by A.L. van Gendt, Amsterdam, 1949, p. 41, nr. 140; C.C. de Bruin, Het Bonaventura-Ludolphiaanse leven van Jezus. Prolegomena voor een uitgave, Dr. L. Reypens-Album. Opstellen aangeboden aan Prof. Dr. L. Reypens s.j. ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag op 26 februari 1964, Antwerpen, 1964, p. 115-130; Vijftien jaar aanwinsten. Sedert de eerstesteenlegging tot de plechtige inwijding van de Bibliotheek, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1969, p. 68-70, nr. 54.