56. Der vader boecDer vader boec, bestaande uit Timotheus van Alexandrië, Historia monachorum in Aegypto (Vitae patrum, II), eerste Middelnederlandse vertaling, en Athanasius, Vita beati Antonii abbatis, en andere heiligenlevens, (uit Vitae patrum I en andere werken), (eerste) Middelnederlandse vertaling, Brabant, 1461.Perkament, 2 + 166 + 3 bll.; blad en bladspiegel resp. 310 × 211 mm en 250 × 150 à 153 mm; 2 kol., 42 rr. per kol. Moderne foliëring met rode inkt. Eén hand (littera textualis). Een opengewerkte rood-blauwe initiaal met rood en
blauw penwerk; afwisselend rode en blauwe lombarden; rode titels. Op fol. 166rob, door de kopiiste: Wilt om gods wille bidden voer die arme scriuersse suster marie doeghens; op fol. 166vob, onderaan, eveneens door de kopiiste: Dit boec heeft doen scriuen brueder willem van sundert van berghen opten zoem ten loue ende ter eeren gods ende allen heylighen voer den donaten ende familiaren brueders reefter des godshuys van gruenendale in zonyen gheleghen. inden welcken die selue brueder willem brueder was. int iaer ons heeren. M.CCCC. ende lxi. wilt daer omme voer hem bidden om gods willen; op fol. 166voa, onderaan, door een latere hand (littera bastarda): Dit boec behoert toe den cloester van gruenendale in zonijen gheleghen ij mijlen van bruysel; aldaar, in een zestiende-eeuwse hand: Die letter D; aldaar, in een andere zestiende-eeuwse hand: leecken brue[ders] inden Rechter. Moderne eiken band met rug van bruingeel Nigeriaans geiteleer en met twee koperen sloten (M.J. Marchoul, 1967); op de binnenzijde van het voor- en het achterbord resp. het met rolstempels en filets versierde voor- en achterplat van de vroegere zestiende-eeuwse bruin kalfsleren band. Op de rectozijde van het tweede schutblad achterin het ex-libris van K. van Hulthem.
Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15.134.
Onder de titel Der vader boec vertaalde de Bijbelvertaler van 1360, waarschijnlijk een monnik uit de abdij van Affligem, de Historia monachorum in Aegypto (= Vitae patrum, II), een werk over het leven van de Egyptische monniken, omstreeks 400 door Timotheus van Alexandrië vervaardigd, alsook een aantal levens van mannelijke en vrouwelijke heiligen, die in de woestijn een verstorven leven hebben geleid (uit Vitae patrum, I en andere werken). Wanneer de Bijbelvertaler van 1360 de bovengenoemde vertalingen heeft vervaardigd, is niet bekend. Dit handschrift van Der vader boec is in 1461 geschreven en dus ten minste een tachtigtal jaren jonger dan het origineel. Het bevat, na een proloog van de vertaler: 1. een vertaling van de Historia monachorum in Aegypto (= Vitae patrum, II) (fol. 1rob-32vob); 2. een vertaling van een aantal levens uit Vitae patrum, I en andere werken, nl. a. een vertaling van de Vita beati Antonii abbatis van Athanasius (fol. 32vob-58voa); b. een vertaling van de Vita sancti Pauli primi eremitae van Hieronymus (fol. 58voa-62rob); c. een vertaling van de Vita sancti Hilarionis monachi van Hieronymus (fol. 62ro)b-72roa); d. een vertaling van de Vita sancti Abrahae eremitae van Ephraem (fol. 72roa-80rob); e. een vertaling van de Vita sancti Alexii (fol. 80rob-82vob); f. een vertaling van de Vita sancti Simeonis stylitae van Antonius (fol. 83roa-86vob); g. een vertaling van de Vita sancti Pachomii abbatis Tabannensis (fol.
86vob-109vob); h. een vertaling van de Vita sancti Malchi captivi monachi van Hieronymus (fol. 109vob-112voa); i. een vertaling van de Vita sancti Frontonii abbatis (fol. 112vob-114vob); j. een vertaling van De Lupicino atque Romano abbatis, een hoofdstuk uit de Vitae patrum seu liber de vita quorumdam feliciorum van Gregorius van Tours (fol. 116rob-118rob); k. een vertaling van de Vita sancti Aichardi van Fulgentius (fol. 118roa-129rob); m. een vertaling van de Vita sancti Macarii Romani van Theophilus, Sergius en Hyginus (fol. 129rob-135vob); n. een vertaling van de Vita sanctae Paulae Romanae viduae van Hieronymus (fol. 134vob-147vob); o. een vertaling van de Vita sanctae Pelagiae meretricis van Jacobus Diaconus (fol. 147vob-151vob); p. een vertaling van de Vita sanctae Thaisis meretricis (fol. 151vob-152voa); q. een vertaling van de Vita sanctae Mariae Aegyptiacae meretricis (fol. 152voa-160vob); r. een vertaling van de Vita sanctae Marinae virginis (fol. 160vob-162r)oa); s. een vertaling van de Vita sanctae Euphrosynae virginis (fol. 162rob-166rob). Behalve in het hier besproken handschrift is Der vader boec nog bewaard in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1405, 11.173-77 en 19.566; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 133 E 5; Luik, Bibliotheek van het Groot Seminarie, 6 N 5; Parijs, Bibliothèque de l'Arsenal, 8205 en Wittem, Redemptoristen-klooster, 7. Een fragment van een volledig handschrift van Der vader boec (Pachomius) berust in de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde te Gent. Slechts de heiligenlevens uit Vitae patrum I en uit andere bronnen komen voor in de hss. Stockholm, Koninklijke Bibliotheek, A 27 en Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 31.7 Aug. 4o. Afzonderlijke levens uit Der vader boec bevinden zich o.a. in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 3067-73 en II 1944; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1305 (Macarius); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 E 15; Kassel, Landesbibliothek, Ms. theol. fol. 56; Nijmegen, Stadsarchief, 8 en Vaalbeek, Minderbroedersklooster, A 21 (Antonius). Een andere vertaling van de Historia monachorum komt voor in de hss. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 7 N 25 en 5 F 20 en Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Ser. nov. 248 en in een inkunabel, in 1480 door Gheraert Leeu te Gouda gedrukt (Campbell, 937). Een andere vertaling van de Vita beati Antonii abbatis van Athanasius bevindt zich in de hss. Bonn, Universiteitsbibliotheek, S 2561; Deventer, Athenaeumbibliotheek, 101 F 6;
's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 H 5 en Nijmegen, Stadsarchief, 8. Het hier besproken handschrift is in 1461 door Suster Marie Doeghens geschreven in opdracht van Willem van Zundert van Bergen op Zoom ten behoeve van de donaten en familiaren van het klooster Groenendael te Hoeilaert bij Brussel. Waarschijnlijk bleef het in dit klooster, totdat het in 1784 door Jozef II werd opgeheven. In 1812 werd het door de Gentse bibliofiel en botanicus K. van Hulthem (1764-1832) op een veiling te Brussel gekocht. In 1837 kwam het, samen met de verzameling-K. van Hulthem, in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel.
Catalogue d'une superbe collection de livres, Brussel, 1812, p. 39, nr. 370; Bibliotheca Hulthemiana, VI, Gent, 1836, p. 12, nr. 43; J. Van den Gheyn, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque Royale de Belgique, V, Brussel, 1905, p. 406, nr. 3437; C.G.N. de Vooys, Middelnederlandse legenden en exempelen. Bijdrage tot de kennis van de prozalitteratuur en het volksgeloof der middeleeuwen, Groningen-Den Haag, 19262, p. 6-11; C.C. de Bruin, Bespiegelingen over de ‘bijbelvertaler van 1360’. Zijn milieu, werk en persoon, Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis, Nieuwe Serie, 50 (1969), p. 15 en 20-23. |