61. Gregorius de Grote, DialogenGregorius de Grote, Dialogi, Noordnederlandse vertaling; Sulpicius Sevekus, Vita beati Martini, Epistolae en Dialogi, Middelnederlandse vertaling, en andere teksten, Holland (Amsterdam), 1474.Papier en perkament; 2 + 246 + 3 bll.; blad en bladspiegel resp. 205 × 140 mm en 137 à 140 × 95 à 99 mm; 2 kol., 28 of 29 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera bastarda). Rood-blauwe of rode initialen met rood of met paars en groen of met rood, paars en groen of met rood, paars, groen en zwart penwerk; rode, soms opengewerkte, lombarden; rode titels en paragraaftekens;
talrijke correcties (door de kopiist). Op fol. 245rob, door de kopiist: Jnt iaer ons heren dusent cccc ende lxxiiij wordt dit boec gheeynt te grote vastelauont; daaronder in een andere, maar gelijktijdige hand: Dit boec hoert toe sinte maria magdalenen susteren te amstelredam byden beruoeten broeders woenende. Oorspronkelijke bruin kalfsleren band op eiken borden; opnieuw gebonden en rug vernieuwd (januari 1956); voor- en achterplat versierd met driedubbele filets en losse stempels; twee gedreven koperen sloten, waarvan de sluithaken bewaard zijn; op voor- en achterplat vier koperen knoppen; geschroeide sneden.
Arnhem, Gelderse Bibliotheek, 7.
Dit handschrift bevat eerst de Noordnederlandse vertaling van de Dialogi van Gregorius de Grote (fol. 1roa-174vob). De vertaling is vóór 1474, misschien omstreeks 1400, tot stand gekomen. De vertaler, die vermoedelijk tot de kring van de Moderne Devoten heeft behoord, is onbekend. Behalve in dit handschrift is deze vertaling nog in de hss. Düsseldorf, Stadt- und Landesbibliothek, B 158; Haarlem, Stadsbibliotheek, 187 D 5 en Straatsburg, Bibliothèque Nationale et Universitaire, All. 176 (Cat. 2100) bewaard gebleven; twee excerpten komen bovendien nog voor in hs. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G 29. Een Middelnederduits afschrift bevindt zich in hs. Oldenburg, Landesbibliothek, NR 75. Behalve de twee volledige vertalingen is er nog een verkorte Middelnederlandse bewerking van de vierde dialoog bewaard gebleven. Zij is in hs. Lübeck, Stadtbibliothek, Ms. theol. germ. 11 dat Middelnederduits is getint, tot ons gekomen; een zuiver Middelnederlands excerpt hieruit bevindt zich in hs. Deventer, Athenaeumbibliotheek, 101 F 12. Dirc van Herxen (1381-1457) heeft in zijn eerste Diets kollatieboek dat volledig in hs. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 3 L 6 en gedeeltelijk in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 2231 is bewaard, elf excerpten uit de Dialogi in een zelfstandige vertaling opgenomen; bovendien komt er in het gedeelte van diens tweede Diets kollatieboek dat in hs. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G 47 is overgeleverd, één excerpt uit de Dialogi voor. Verder bevinden er zich vertaalde excerpten o.a. in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 388, 3045-49, 19.554 en II 1944; Deventer, Athenaeum-bibliotheek, 101 F 11 en 101 F 12; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 73 E 19 en 131 G 11; Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, cod. theol. 1576 in 4o; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 237 en B.P.L. 85B; Londen, British
Museum, Add. 18.162 en 20.034 en Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, 13.655. Verder bevat dit handschrift drie korte heiligenlevens, nl. Sinte seruaes des heilighen bisscops ende confessoers leuen (fol. 177roa-178rob), ook voorkomend in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 271; Van sinte trypon martelaer (fol. 187rob-180rob) en Van sinte victoer martelaer (fol. 180voa-181vob) en een vertaling van de geschriften van Sulpicius Severus over de H. Martinus van Tours, nl. de Vita sancti Martini (fol. 181vob-197vob), de Epistolae (fol. 197vob-202vob) en de Dialogi (fol. 205vob-245roa), eveneens voorkomend in de hss. Deventer, Athenaeumbibliotheek, 10 W 6; Haarlem, Stadsbibliotheek, 187 D 5 en Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, 14. 21 Aug. 4o (Cat. 3059). Ten slotte bevat het handschrift nog drie korte teksten over de H. Martinus (fol. 202vob-205vob). Het handschrift is in 1474 geschreven en heeft aan het klooster Sint-Maria Magdalena in Bethanië te Amsterdam toebehoord. De kopiiste, die ook hs. Haarlem, Bisschoppelijk Museum, S.J. 92 heeft geschreven, was waarschijnlijk een non van het voornoemde klooster. Later behoorde het toe aan de Amsterdamse numismaat en historieschrijver Andries Schoemaker (1660-1734). Van hem werd het vóór 1729 gekocht door de Amsterdamse geschiedschrijver en bibliograaf Isaäc le Long (1683-1762), wiens rijke bibliotheek in 1744 te Amsterdam is geveild. In 1858 werd het door Chr. Henny (1789-1868) te Velp aan de Openbare Bibliotheek, sedert 1956 Gelderse Bibliotheek, te Arnhem eerst in bruikleen gegeven en daarna geschonken.
I. le Long, Historische beschryvinge van de reformatie der stadt Amsterdam, Amsterdam, 1729, p. 305; Cat.-I. le Long, Amsterdam, 1744, p. 18, nr. 43; [P. Nijhoff], Catalogus van de Openbare Bibliotheek te Arnhem, Arnhem, 1858, p. 243; Catalogus van de Openbare Bibliotheek te Arnhem, Arnhem, 1883, p. 346; B.J.M. de Bondt, Het Maria Magdalenaklooster, Bijdragen voor de Geschiedenis van het bisdom Haarlem, 22 (1897), p. 245-261; C.G.N. de Vooys, Middelnederlandse legenden en exempelen. Bijdrage tot de kennis van de prozalitteratuur en het volksgeloof der middeleeuwen, Groningen-Den Haag, 1926, p. 14, voetnoot 4; J.A. Jolles, De Openbare Bibliotheek te Arnhem, Bijdragen en Mededelingen der Vereniging ‘Gelre’, 41 (1938), p. 99 en 132; I.H. van Eeghem, Vrouwenkloosters en begijnhof in Amsterdam van de 14e tot het eind der 16e eeuw, Amsterdam, 1941, p. 236; J. Deschamps, Die mittelniederländischen Übersetzungen der Dialoge Gregors des Grossen, Neuphilologische Mitteilungen, 53 (1952), p. 467; J. Deschamps, De herkomst van het Leidse handschrift van de Sint-Servatiuslegende van Hendrik van Veldeke, Handelingen der Zuidnederlandse Maatschappij voor Taalen
Letterkunde en Geschiedenis, 12 (1958), p. 77, voetnoot; J. Deschamps, Legenden van de H. Servatius in Middelnederlands proza, Liber amicorum voor Jef Notermans, Maastricht, 1964, p. 26, nr. 7. |