65. Caesarius van Heisterbach, Dialogus miraculorum

Caesarius van Heisterbach, Dialogus miraculorum, dist. 7-12, tweede Middelnederlandse vertaling, Holland (Amsterdam), ca. 1460.

Papier; 178 + 2 bll.; blad en bladspiegel resp. 293 × 216 mm en 200 × 135 mm; 2 kol., 35 à 39 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera bastarda). Rode initialen, soms opengewerkt; rode lombarden, titels en kapittelnummeringen. Op fol. 178rob, door de kopiist: Scriptor huius libri erat fredericus martini filius et sancte lucie minister; daarachter, met rode inkt, eveneens door de kopiist: feria VI ante thome finitur et incipitur post laurencij. Moderne bruin kalfsleren band op de oorspronkelijke eiken borden (W. Kolmorgen, 1963); voor- en achterplat onversierd; nieuwe koperen sloten en sluithaken. Op de binnenzijde van het voorbord het ex-libris van Z.K. von Uffenbach. Op fol. 1ro en 178vo een zwarte ovale stempel: hamburg publ. bibliotheca.

 

Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, Theol. 1125 in fol.

 

 

De tweede vertaling van de Dialogus miraculorum is vóór 1454 in de Noordelijke Nederlanden tot stand gekomen. Slechts de tweede helft is bewaard gebleven, niet alleen in dit handschrift, maar ook in het voorin defecte hs. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, V B 10. In de Middelnederlandse letterkunde heeft de Dialogus miraculorum méér sporen achtergelaten dan uit de twee onvolledig bewaard gebleven vertalingen blijkt. Dirc van Herxen (1381-1457) heeft in zijn eerste Diets kollatieboek dat volledig in hs. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 3 L 6 en gedeeltelijk in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 2231 is bewaard, 18 exempelen

[p. 188]

uit de Dialogus miraculorum opgenomen; bovendien komen er in de gedeelten van zijn tweede kollatieboek, die o.a. in hs. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G 47 zijn overgeleverd, nog zeven exempelen uit de Dialogus miraculorum voor. In Die exposicie vanden pater noster van de kartuizer Herman Stekin († 1428), bewaard in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 1654-55 en IV 389; Darmstadt, Hessische Landes- und Hochschulbibliothek, 449; Gent, Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, 10 en Parijs, Bibliothèque de l'Arsenal, 8211, bevinden zich ten minste 18 exempelen, die uit de Dialogus miraculorum zijn overgenomen. In hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Voss. Var. Ling. quart. 7 I komen verschillende exempelen voor, die aan de Dialogus miraculorum zijn ontleend. In de verzamelingen Marialegenden, die in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 11146-48 en II 2454; Düsseldorf, Landes- und Stadtbibliothek, C 25; olim 's-Gravenhage, Sint-Aloysiuscollege, 4 en 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 H 42 zijn overgeleverd, bevinden zich verschillende exempelen, die uit de Dialogus miraculorum zijn overgenomen.

Het hier besproken handschrift is geschreven door ‘Fredericus, Martini filius’. (Frederik Maartensz.) ‘minister’ van het Sint-Luciaklooster te Amsterdam. Daar dit handschrift slechts de tweede helft van de Dialogus miraculorum bevat, is het waarschijnlijk dat hij de eerste helft in een ander handschrift heeft overgeschreven dat echter verloren is gegaan. Het handschrift heeft toebehoord aan de Frankfurtse verzamelaar Z.K. von Uffenbach (1683-1734), die het vóór 1720, waarschijnlijk tijdens een reis in Nederland, heeft verworven, daar het in een in dat jaar verschenen catalogus van zijn bibliotheek wordt beschreven. In 1746 of kort daarna werd het door de erfgenamen van Z.K. von Uffenbach verkocht aan J. Chr. Wolf (1690-1770), bibliothecaris van de Stadtbibliothek te Hamburg. Het werd door J. Chr. Wolf, samen met zijn gehele bibliotheek, aan de Stadtbibliothek, thans Staats- und Universitätsbibliothek, te Hamburg vermaakt.

 

Cat.-Z.K. Uffenbach, II, Halle a.d. Saale, 1720, kol. 43; Cat.-Z.K. von Uffenbach, III, Frankfurt am Main, 1730, p. 87; Cat.-Z.K. von Uffenbach, Frankfurt am Main, 1746, p. 18; Middelnederlandse Marialegenden, uitgegeven door C.G.N. de Vooys, II, Leiden, [1902-1903], p. LXV en 246-261; C.G.N. de Vooys, Middelnederlandse legenden en exempelen. Bijdrage tot de kennis van de prozalitteratuur en het volksgeloof der middeleeuwen, Groningen-Den Haag, 19262, p. 21.