76. David van Augsburg, Profectus religiosorum

David van Augsburg, De exterioris et interioris hominis compositione, boek III en II, eerste Middelnederlandse vertaling, Holland (waarschijnlijk Amsterdam), 1401.

Perkament; 1 + 119 bll.; blad en bladspiegel resp. 194 × 142 mm en 140 × 100 mm; 2 kol., 31 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera textualis). Eén opengewerkte blauw-rode initiaal met rood en blauw penwerk versierd; rode lombarden; rode opschriften. Op fol. 119rob, door de kopiist: Dit boec was volscreuen Jnt iaer ons heren doemen screef .M.cccc. ende een op Sinte andries auent; op fol. 119voa, in twee latere handen: Item dit boeck sel hebben den hoef nae wein jan dochter doet; Jtem dit boeck hoert toe dat beghijnhof binnen amsterdam diet heeft en laets niet ledich leggen ende brenctet die meesterissen weder. Zestiende-eeuwse bruin kalfslederen band op eiken borden; voor- en achterplat met filets en rolstempels versierd; twee koperen sloten, waaraan de sluithaken ontbreken.

 

's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 75 H 15.

 

 

David van Augsburg behoorde tot de eerste Duitsers, die in de orde van de H. Franciscus traden. Waarschijnlijk studeerde hij aan het studium provinciale van zijn orde te Maagdenburg. Een tijd

[p. 214]

was hij novicenmeester te Regensburg, waar hij Berthold van Regensburg, de beroemde volksprediker, onder zijn novicen telde. Later arbeidde hij als prediker in zijn geboortestad Augsburg, waar hij in 1272 overleed. Uit zijn bedrijvigheid als novicenmeester ontstond zijn hoofdwerk De exterioris et interioris hominis compositione dat naar de beginwoorden van het derde boek meestal Profectus religiosorum wordt geheten. Het bestaat uit drie boeken. Het eerste boek Formula de compositione hominis exterioris ad novitios, gewoonlijk Speculum monachorum genoemd, is aan Berthold van Regensburg opgedragen en bedoeld als een handleiding voor de novicen in alle omstandigheden van het kloosterleven. Het tweede boek Formula de interioris hominis reformatione ad proficientes, opgedragen aan Berthold van Regensburg en aan 's schrijvers Regenburgse novicen, handelt voornamelijk over de hoofdzonden en de middelen om die te bestrijden. Het derde boek De septem processibus religiosorum handelt over zeven middelen tot zedelijke vervolmaking. Het werk, praktisch van opvatting en kernachtig van taal, vol bijbelplaatsen, was gedurende verschillende eeuwen een van de klassieke handleidingen voor het geestelijk leven van de monniken. In de Nederlanden, vooral in de kring van de Moderne Devoten, had het werk een grote verbreidheid; de invloed van de Profectus religiosorum is in de werken van Florens Radewijns, Thomas a Kempis, Gerard Zerbolt van Zutphem en Johannes Mauburnus duidelijk aangetoond. In zijn Latijnse en Dietse kollatieboeken heeft Dirc van Herxen tal van excerpten uit de Profectus religiosorum overgenomen.

Het eerste boek van de Profectus religiosorum werd vóór 1438 onder de titel Dat spiegel der monicken in het Middelnederlands vertaald. Die vertaling komt voor in de hss. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I F 29 (kap. 1-26); Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 2271; Cambridge, Mass., Library of Harvard University, Ms. Lat. 268 (Sumner 68); Essen, Dombibliothek, z.s.; Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 237; Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 5 F 18 en Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Ser. nov. 12.869. Het tweede en het derde boek zijn tweemaal in het Middelnederlands vertaald. Het onderhavige handschrift, voltooid op 29 november 1401, is het oudste handschrift van de eerste vertaling. Deze eerste vertaling komt nog voor in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 5144; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 258; 's-Hertogenbosch, Provinciaal Archief van de Capucijnen,

[p. 215]

1 (olim 244); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 H 28 en 133 F 15 en Groningen, Universiteitsbibliotheek, S.P.E.I.P. 9.

Het onderhavige handschrift heeft in de 15de eeuw aan Mein Jansdochter toebehoord. Zij vermaakte het aan het begijnhof te Amsterdam, waar het waarschijnlijk tot aan de opheffing daarvan op het einde van de 16de eeuw is gebleven. In 1730 werd het door G.J. Sluiter voor 12 stuivers in het sterfhuis van Jacob van Baeren en Trijntje Watt gekocht. In 1855 werd het door de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage op de veiling-Jhr. van den Velden en W.P. Boerrigter verworven.

 

Cat.-Jhr. J. van den Velden en W.P. Boerrigter, 's-Gravenhage, 1855, p. 99, nr. 8; W. de Vreese, Beschrijving der bandschriften van Jan van Ruusbroec's werken, Gent, 1900-1902, p. 293-294, voetnoot 3; W. Dolch, Die Verbreitung oberländischer Mystikerwerke im Niederländischen. Auf Grund der Handschriften dargestellt, I, Weida i.T., 1909, p. 10, 19 en 20; Catalogus codicum manucriptorum Bibliothecae Regiae, I. Libri theologici, 's-Gravenhage, 1922, p. 118, nr. 551; C. Smits, David van Augsburg en de invloed van zijn Profectus op de Moderne Devotie, Collectanea Franciscana Neerlandica. Uitgegeven bij het zevende eeuwfeest van Sint-Franciscus, 1226-1926, 's-Hertogenbosch, 1927, p. 171-203; D. de Man, Een vermeend tractaat van Salome Sticken, Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis, Nieuwe serie, 20 (1927), p. 276-280; Middelnederlands geestelijk proza, verzameld door C.C. de Bruin en ingeleid door C.G.N. de Vooys, Zutphen, 1940, p. 238-239, nr. 96 en p. 344, nr. 96; I.H. van Eeghen, Vrouwenkloosters en begijnhof in Amsterdam van de 14e tot het eind der 16e eeuw, Amsterdam, 1941, p. 324; K. Ruh, David van Augsburg und die Entstehung eines franziskanischen Schrifttums in deutscher Sprache, Augusta 955-1955. Forschungen und Studien zur Kultur- und Wirtschaftsgeschichte Augsburg, Augsburg, 1955, p. 80; Vijftien jaar aanwinsten. Sedert de eerstesteenlegging tot de plechtige inwijding van de Bibliotheek, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1969, p. 110 en 112.