77. David van Augsburg, Profectus religiosorum

David van Augsburg, De exterioris et interioris hominis compositione, boek II en III, tweede Middelnederlandse vertaling, Limburg, 1403.

Papier; 1 + 201 + 4 bll.; blad en bladspiegel resp. 213 × 140 mm en ca. 150 × ca. 97 mm; 1 kol., 29 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera cursiva formata). Blauwe initialen met rood penwerk versierd, rode lombarden, rode opschriften. Op fol. 201ro, door de kopiist: Ghescreuen int Jaer ons heren doe men screef. .MCCCC. ende .iij. op sunte amandus dach Biddet voer den scriuer een aue maria; aldaar, in een latere hand (littera bastarda): dit boek hoert toe den regularissen in besloten cloester by eyck. Kalfslederen band op eiken bord, voor- en

[p. 216]

achterplat met dubbele filets en bloemstempeltjes versierd, twe koperen sloten, waaraan de sluithaken ontbreken.

 

Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 5 E 22.

 

 

Dit handschrift, voltooid op 6 februari 1403, is het oudste handschrift van de tweede vertaling van het tweede en derde boek van De exterioris et interioris hominis compositione van David van Augsburg, meestal Profectus religiosorum geheten. De tweede vertaling van deze twee boeken is nog bewaard gebleven in de hss. Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, germ. quart. 176 en 1080; Bonn, Universiteitsbibliotheek, S 2056; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 282; Cambridge Mass., Library of Harvard University, Ms. Lat. 268 (Sumner 68); 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 133 F 14 (voor en achter defekt); Rotterdam, Gemeentebibliotheek, 96 C 1; Straatsburg, Bibliothèque Nationale et Universitaire, 2103 (Germ. 179) en Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 5 F 18. In de tweede vertaling komt het tweede boek bovendien nog voor in hs. Amsterdam, Universteitsbibliotheek, I G 40 en in hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 3811. In 1503 werd deze vertaling van het tweede en het derde boek door Peter Os van Breda te Zwolle gedrukt (Nijhoff-Kronenberg, 692). Buiten het Nederlandse taalgebied was deze vertaling eveneens verspreid. Middelnederduitse afschriften ervan bevinden zich in de hss. Münster, Bibliothek des Vereins für Geschichte und Altertumskunde Westfalens, 96 en Wolfenbüttel, Herzog August Bibliothek, Helmst. 434; Middelfrankische afschriften komen voor in de hss. Trier, Stadtbibliothek, 811 (1342) en 812 (1339).

In zijn Dietse kollatieboeken heeft Dirc van Herxen 29 lange excerpten uit het tweede en het derde boek van de Profectus religiosorum overgenomen, evenwel niet in de eerste of in de tweede vertaling, maar in een derde vertaling, die door hem is vervaardigd. In het eerste kollatieboek dat in hs. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 3 L 6 volledig is bewaard en waarvan het eerste stuk bovendien in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 2231 voorkomt, bevinden er zich 28 excerpten; in de overgeleverde gedeelten van het niet volledig bewaard tweede kollatieboek staat slechts een excerpt uit het derde boek: het komt voor in hs. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, Letterk. 1756 en in hs. Haarlem, Bisschoppelijk Museum, 77.



[p. 217]

Het hier besproken handschrift heeft toebehoord aan het Sint-Agnesklooster te Maaseik, een priorij van reguliere kanunnikessen van de H. Augustinus, die in 1430 werd gesticht. Het is het oudste van 65 Middelnederlandse handschriften uit dit klooster die bewaard zijn gebleven. Daar het in 1403 tot stand is gekomen, is het 27 jaar ouder dan de stichting van het klooster. In 1795 bevond het zich nog in de priorij, want het komt voor in de lijst van de handschriften en boeken, die toen op verzoek van A.F. Eyckholt, administrateur van het arrondissement Maastricht, door Maria Josepha Bollen, de laatste priores, werd opgemaakt. In 1839 werd het, samen met 119 handschriften en 352 oude drukken, afkomstig uit door de Fransen opgeheven Limburgse kloosters, in een donker vertrekje op de derde verdieping van het gouvernementsgebouw te Maastricht ontdekt. Op verzoek van J.W. Holtrop, bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, werden alle handschriften en boeken, die te Maastricht waren gevonden, naar 's-Gravenhage gestuurd. Van de 120 handschriften werden er 72 aan de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage, 45 aan de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht en 3 aan de Universiteitsbibliotheek te Groningen toebedeeld. Het onderhavige handschrift bevond zich onder de handschriften, die aan de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht werden geschonken.

 

Catalogus codicum manu scriptorum bibliothecae universitatis Rheno-Trajectinae, Utrecht-'s-Gravenhage, 1887, p. 248, nr. 1019; A.J. Flament, Catalogus der Stadsbibliotheek van Maastricht, bewerkt vooral als ‘Bibliotheca Limburgensis’, I, Maastricht, 1888-1889, p. XV, nr. 16, p. LX, nr. 435 en p. LXII, nr. 435; W. de Vreese, Beschrijving der handschriften van Jan van Ruusbroec's werken, Gent, 1900-1902, p. 293-294, voetnoot 3; W. Dolch, Die Verbreitung oberländischer Mystikerwerke im Niederländischen. Auf Grund der Handschriften dargestellt, I, Weida i. Th., 1909, p. 12, 19 en 20; J. Holmberg, Eine mittelniederfrankische Übertragung des Bestaire d'amour, sprachlich untersucht und mit altfranzösischem Paralleltext herausgegeben, Uppsala, 1925, p. XIII; Middelnederlands geestelijk proza, verzameld door C.C. de Bruin en ingeleid door C.G.N. de Vooys, Zutphen, 1940, p. 237-238, nr. 95 en p. 344, nr. 95; [J. Deschamps], Tentoonstelling van Middelnederlandse handschriften uit beide Limburgen. Catalogus, Hasselt, Provinciale Bibliotheek, 1954, p. 26-27, nr. 26; K. Ruh, David van Augsburg und die Entstehung eines franziskanischen Schrifttums in deutscher Sprache, Augusta, 955-1955. Forschungen und Studien zur Kultur- und Wirtschaftsgeschichte Augsburgs, Augsburgs, 1955, p. 80-81; J. Deschamps, Handschriften uit het Sint-Agnesklooster te Maaseik, Album Dr. M. Bussels, Tongeren, 1967, p. 173, nr. 1; Vijftien jaar aanwinsten. Sedert de eerstesteenlegging tot de plechtige inwijding van de Bibliotheek, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1969, p. 110 en 112, nr. 87.