82. Jordanus van Quedlinburg, Die lxv artikelen vander passien ons heren

Die passie ons Heren (Evangelie naar Johannes, 18 en 19); Jordanus van Quedlinburg, Meditationes de passione Christi, Middelnederlandse vertaling, Holland, ca. 1440.

Perkament; 122 bll.; blad en bladspiegel resp. 205 × 145 mm en 140 × 94 à 97 mm; 2 kol., 31 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera bastarda). Een blauwe initiaal met rood penwerk, een rood-blauwe initiaal met rood en blauw penwerk; afwisselend rode en blauwe lombarden; rode titels en paragraaftekens, eigennamen rood onderstreept. Op fol. 122rob, door een latere hand (littera bastarda): Dit bouc behoert toe den susteren religieusen der ordenen van sente augustine int cloester tonser lieuer vrouwen in galyleen binnen der stede van ghent wter giften van jan jan eggaert fundator des seluen cloesters. Oorspronkelijke lichtbruin kalfsleren band op eiken borden; voor- en achterplat met driedubbele filets en losse stempels versierd; twee koperen sloten.

 

Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 6644.

 

 

Het voornaamste werk van de Duitse dominikaan Jordanus van Quedlinburg († 1380) is diens Opus postillarum et sermonum de tempore, een verzameling van 460 postillen en preken. Hieruit werden een aantal preken en de Meditationes de passione Christi

[p. 227]

in het Middelnederlands vertaald. Uitgaand van het schriftwoord ‘Inspice et fac secundum exemplar quod tibi in monte monstratum est’ (Exodus 25, 40) behandelt Jordanus in de Meditationes het lijden van Christus in 65 artikelen. Aan elk artikel gaat een kort gebed vooraf, waarin hij de inhoud ervan samenvat. Behalve in het hier besproken handschrift komt de Middelnederlandse vertaling van de Meditationes voor in de hss. Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, I G I; Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. quart. 1098; Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 1300 en IV 436; Doorn, ‘Moesbergen’, Verz. Ph. van Alfen; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 976; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 70 H 34; Kaliningrad (Königsberg), Universiteitsbibliotheek, U a 9; Maastricht, Rijksarchief in Limburg, 3820; Steenderen (Gld.), Huize Baak; Utrecht, Aartsbisschoppelijk Museum, 44 en 54; Weert, Provinciaal Archief der Minderbroeders, 12 en Zwolle, Provinciaal Overijssels Museum, Coll. Emmanuelshuizen, 4; een vertaling van de gebeden uit de Meditationes bevindt zich in de hss. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, II 1332, II 5220, IV 30 en IV 94; Linköping, Stiftsbibliotheek, T 216 en Londen, British Museum, Burney 338. De vertaling van de Meditationes werd tweemaal gedrukt: de eerste maal in 1487 door Gheraert Leeu te Antwerpen (Campbell, 1051), de tweede maal omstreeks 1518 door Hugo Jansz. van Woerden te 's-Gravenhage (Nijhoff-Kronenberg, 3273). Een Ripuarisch afschrift van de Middelnederlandse vertaling van de Meditationes is bewaard in hs. Keulen, Stadtarchiv, W. 4o 317.

Het handschrift heeft toebehoord aan het klooster Galilea te Gent, waaraan het door Jan Eggaert († 1452), stichter van het klooster, was geschonken. In 1932 werd het door de Koninklijke Bibliotheek van het antiquariaat Miette te Brussel gekocht. Wie het sedert de opheffing van het klooster Galilea in 1783 tot in 1932 heeft toebehoord, is ons niet bekend.

 

R. Lievens, Jordanus van Quedlinburg in de Nederlanden. Een onderzoek naar de handschriften, Gent, 1958 (Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Reeks VI, nr. 82); J. Deschamps, [Bespreking van het voornoemde boek], Spiegel der Letteren, 4 (1960), p. 298.