[p. 228]

83. Otto van Passau, De gulden troon

Otto van Passau, Die 24 Alten of Der goldene Thron der minnenden Seele, Middelnederlandse vertaling, Limburg (Susteren bij Maaseik), 1484.

Perkament; 351 bll.; blad en bladspiegel resp. 214 × 145 mm en ca. 145 × ca. 90 mm; 1 kol., 27 rr. per kol. Moderne potloodfoliëring. Eén hand (littera bastarda). Blauwe initialen, met rood én groen of met rood of met groen penwerk versierd (vijf initialen met tekstverlies weggesneden); rode lombarden; rode of zwarte met rood onderstreepte opschriften. Op fol. 347vo, door de kopiiste: Bidt om gods wil een aue maria voer die scrijuerse Dat sy mit gode ewelic moet leuen; daaronder in dezelfde hand: Jtem dit boeck is gescreuen Jnt iaer ons heren.M.C.C.C.C. ende.lxxxiiij. Ende geeynt op sinte mauricius dach. in der stat van susteren daer wi schulende waren al te samen doen ons cloester verbrant was. Oorspronkelijke bruin kalfsleren band op eiken borden; voor- en achterplat met dubbele filets versierd; twee koperen sloten, waaraan de sluithaken ontbreken.

 

Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, B.P.L. 2541.

 

 

In 1386 voltooide Otto van Passau, leesmeester in het minderbroedersklooster te Bazel, een omvangrijk ascetisch traktaat, getiteld Die 24 Alten of Der goldene Thron der minnenden Seelen. Het bestaat uit toespraken tot ‘de minnende ziel’, zogezegd gehouden door de 24 Oudsten, die zich volgens de Openbaring van Johannes op een troon gezeten, in witte kleren gehuld, met een gouden kroon op het hoofd, rondom de troon van de Almachtige bevinden. Die toespraken handelen over allerlei onderwerpen uit de christelijke leer zoals de biecht, de liefde tot God en de evenmens, de genade, het gebed, de dood, het eeuwig leven en bestaan grotendeels uit dicta, ontleend aan 104 kerkvaders en andere gezaghebbende schrijvers. Telkens noemt Otto van Passau de naam van de auteur, aan wie hij een bepaalde uitspraak heeft ontleend. In een narede somt hij de 104 auteurs op, aan wie hij de uitspraken heeft ontleend, maakt hij zijn naam bekend en vermeldt hij dat hij het traktaat daags vóór Maria-Lichtmis, dus op 1 februari, 1386 heeft voltooid. Het werk had een overweldigend sukses, niet alleen in de Duitssprekende, maar ook in de Nederlandssprekende gebieden. Het oudst bewaarde handschrift van de Middelnederlandse vertaling, nl. hs. olim Hamburg, Staats- und Universitätsbibliothek, Ms. theol. 1056 fol., werd op 18 april 1448 voltooid. Buiten dit laatste handschrift en het hier besprokene is de Middelnederlandse vertaling nog bewaard in de hss. Berlijn, Staatsbibliothek der Stiftung Preussischer Kulturbesitz, Ms. germ. quart. 1136; Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1271; 's-Gravenhage, Koninklijke

[p. 229]

Bibliotheek, 129 C 23 en Wenen, Österreichische Nationalbibliothek, Ser. nov. 12795; bovendien komen nog excerpten voor in de hss. Amsterdam, Museum Amstelkring, 453 en Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 10.765-66. De Middelnederlandse vertaling werd tweemaal gedrukt: de eerste maal in 1480 te Utrecht (Campbell, 1342) en de tweede maal in 1484 te Haarlem (Campbell, 1343).

Het hier besproken handschrift werd op de feestdag van de H. Mauritius, dus op 22 september, 1884 voltooid door een zuster uit het Sint-Agnesklooster te Maaseik, een priorij van reguliere kanunnikessen van de H. Augustinus, behorend tot het Kapittel van Venlo. Het handschrift werd blijkens het kolofon geschreven te Susteren, een dorp bij Maaseik, aan de overzijde van de Maas, waar de zusters na de brand van hun klooster een onderkomen hadden gevonden. In 1482 immers liet de aanvoerder van de bisschoppelijke troepen, die Maaseik tegen de Bourgondische legerscharen verdedigden, het klooster dat zich buiten de wallen bevond, in brand steken om te beletten dat de vijand zich in het klooster zou nestelen. De kopiiste van dit handschrift, die blijkbaar libraria van het klooster is geweest, schreef tussen 1471 en 1497 nog zeven andere handschriften volledig, nl. de hss. Gent, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1301; 's-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek, 73 F 27, 73 H 9, 73 H 11 en 73 H 16; München, Bayerische Staatsbibliothek, Cod. germ. 5205 en Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 5 E 17; bovendien schreef zij nog een deel van hs. Utrecht, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 8 L 9. Het hier besproken handschrift komt voor in de lijst van de handschriften en boeken van het Sint-Agnesklooster, die Maria Josepha Bollen, de laatste priores, in 1795 aan A.F. Eyckholt, administrateur van het arrondissement Maastricht, deed toekomen. Na de opheffing van het klooster op 12 februari 1797 werden de handschriften en de boeken van het Sint-Agnesklooster naar Maastricht gezonden. Waarschijnlijk bevond het handschrift zich bij de 30.000 handschriften en boeken uit de opgeheven kloosters van het departement van de Nedermaas, die in 1801 door de Fransen te Maastricht werden geveild. Later heeft het toebehoord aan kanunnik Edmond Puissant (1860-1934) te Bergen en aan Edmond Denie († 1944) te Antwerpen. Na de dood van E. Denie werd diens verzameling handschriften en boeken door diens weduwe aan de Antwerpse antiquaar G. Moorthamers verkocht. In 1951 werden de boekbanden

[p. 230]

en de handschriften uit de verzameling-E. Denie te Londen geveild, op welke veiling het handschrift door de Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden is verworven.

 

A.J. Flament, Catalogus der Stadsbibliotheek van Maastricht, bewerkt vooral als ‘Bibliotheca Limburgensis’, I, Maastricht, 1888-1889, p. XVI, nr. 77; W. Schmidt, Die vierundzwanzig Alten Ottos von Passau, Leipzig, 1938 (Palaestra, 212); P. Verheyden, In memoriam Edmond Denie, De Gulden Passer, 23 (1945), p. 239-240; P. Verheyden, Limburgse boekbanden, Limburg, 26 (1947), p. 185-186; Catalogue of an Extensive Collection of Decorated Book Bindings with a Few Manuscripts formed by a well-known Continental Collector [Edmond Denie, Antwerpen]. Which will be sold by auction by Messrs. Sotheby and Co. ... on Tuesday, the 6th of February, 1951, and following day, Londen, 1951, p. 23, nr. 142; J. Deschamps, Handschriften uit het Sint-Agnesklooster te Maaseik, Album Dr. M. Bussels, Tongeren, 1967, p. 183, nr. 36; W. Besch, Sprachlandschaften und Sprach-ausgleich im 15. Jahrhundert. Studien zur Erforschung der spätmittelhochdeutschen Schreibdialekte und zur Entstehung der neuhochdeutschen Schriftsprache, München, 1967 (Bibliotheca germanica, 11); Vijftien jaar aanwinsten. Sedert de eerstesteen-legging tot de plechtige inwijding van de Bibliotheek, Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 1969, p. 66-68, nr. 52.