[p. 6]
Poes en Vogeltje.
Vogeltje vloog uit de lucht
Schuilen onder 't groene dakje;
Zwiepte blij, uit pret en klucht,
Wiegewag op 't dunne takje.
Jonge poesje omlaag kijkt valsch
Naar dat dartlen in de blaren;
Tuurt en gluurt en rekt de hals:
Vogeltje blijft spelevaren.
Poesje denkt: ‘als 't nu wat wil,
't Vinkie daar, dat zal ik raken.
Gauw naar boven toe, heel stil:
'k Zal mijn eerste vink dan maken.
Poesje kroop en sloop en sprong. -
Mis, en pakte niets dan lootjes.
Vogeltje vloog weg en zong;
Poesje neerkwam op haar pootjes.