terug  begin  verderprepost

5

Eenige lettervrienden zullen zich Woensdagavond 17 dezer bevinden in de gastvrije woning des Heeren Van der Goes.10 Natuurlijk mogen uw vriendelijk woord, uw gulle lach, uwe dartele invalletjes daarbij niet ontbreken. - (gala).11 Je zoudt de Heeren veel genoegen doen met het voorlezen van je stuk over Beets,12 te meer, daar er niet veel kans schijnt dat het anders gauw onder hun oogen komt. - v. Eeden, Mendes,13 v. Looy, en enkele anderen14 zijn van de partij.

Waarde Alleberding, stuur me eenig antwoord en spreek er niet van morgen op Flanor.15

 

F.v.d.G.

 

Am. 15 Dec. [1884]16

 

Dat de omgang van Thijm met Ising in 1885 weinig levendig is geweest, moet geweten worden aan wat Thijm, rekenkundig niet geheel onberispelijk, later zou aanduiden als ‘de veertig matigheids-dagen’ (20 februari-12 april 1885); vervolgens aan Thijm's verblijf te Laroche in de Belgische Ardennen, van half april 1885 tot eind juli van dat jaar. Zie over dit laatste: Van Deyssel, Gedenkschriften, 292-333. Over Thijm's leefwijze in de ‘veertig dagen’ van zijn vrijwillige retraite

[p. 21]

uit het Amsterdamse jongelingsleven verschaft het volgende document curieuze informatie:

Dagorde 20 Februarie 1885 - (doorgehaald: 12 maart 1885) - 12 April 1885

11 uur 30 opstaan 1)  
11 uur 45 wandelen 2)  
12 uur 45 kranten lezen  
1 uur koffie drinken  
1 uur 30 (doorgehaald: schrijven) werken 3)  
5 uur kleeden, tandenpoetsen  
5 uur 15 dineeren 4) Werkdagen
6 uur (doorgehaald: schrijven) werken  
10 uur wandelen  
11 uur denken  
12 uur (doorgehaald: schrijven) werken 3)  
4 uur 30 slapen  

10 uur 15 opstaan  
10 uur 30 wandelen  
12 uur 15 kranten lezen  
12 uur 30 koffie drinken  
1 uur (doorgehaald: schrijven) werken 5) Zondag
5 uur aankleeden, tandenpoetsen  
5 uur 15 dineeren  
6 uur (doorgehaald: schrijven) werken 5)  
3 uur 15 slapen  

1) Het zoû beter zijn om den tijd van opstaan en naar bed gaan anders in te

[p. 22]

richten. Waarschijnlijk zal ik dat ook doen, misschien a.s. lente al. B.v. 6 of 7 uur opstaan en 11 of 12 uur naar bed. Maar ik doe het nu nog niet, om dat ik nog altijd geloof 's nachts het kalmst en het meest rustig te kunnen werken. 's Morgens zoû ik ook, heel vroeg uit wandelen gaande, minder moeyelijke ontmoetingen met verwaarloosde vrienden op straat kunnen hebben; maar ik wil mij in elk geval daarover heenzetten.

2) Kleeding: klein-blauwe broek, klein blauw vest, groote blauwe jas, hooge staande boord, gekleurde das met speld. Winterjas of demi-saison. Handschoenen. Parapluie of stok. Schoenen: grof leêr met slobkousen of geregen lage schoenen. Weg: N.Z. Voorbw., Martelaarsgracht, Buitenkant, beneden langs het hulpstation af, onder den spoorbrug door, de de Ruyterkade af tot aan de badinrichting v. Heemstede Obelt, onder den spoorbrug door, Oosterdoksdijk, Buitenkant, Cingel, Huiszittersteeg, N.Z. Voorburgwal. Ontmoeting met een vriend: ‘Bonjour, hoe maak je 't?... Spijt me, iets te doen, koffiepartijtje, iemand komt mij spreken, werk afmaken’.

3) Maandag, Dinsdag, Woensdag: industrie (roman, novelle of tooneelstuk: 18000 letters, 7 ½ × 40 regels van 60 letters, daarna Dinsdag tooneel-Weekbl. Amsterdammer, Woensdag kleine literaire kritiek, Maandag groote literaire kritiek) Donderdag, Vrijdag, Zaterdag: kunst (roman: 15000 letters, 5 blz. van 3000 letters.)

4) Veel zwijgen. Heel en al zwijgen over waar ik zelf vol van ben. Wanneer ik naar mijn werk gevraagd word: ‘O, 't vordert goed, dank U!’ Waarom werk je zoo hard en zonder je je zoo af: ten eerste uit liefde voor het werk, ten tweede om dat ik niet anders kan, ten derde voor het geld, om te kunnen leven, enz., om mijn ouders misschien later meer levensgemak te kunnen bezorgen.

Onderwerpen voor zeldzame gesprekken: met vader: den schouwburg, enz., zijn literaire werkzaamheden; met moeder: uitingen van eerbiedige liefde jegens haar, nieuwtjes v/d dag.

Vóór het diner: neussnuiten.

 

Algemeene volhardingsleuzen en spreuken: Doe en zwijg, Wees alleen en werk, Un effort surhumain, Une indomptable énergie, J'aime la force pour la force, l'effort pour l'effort, Arriver au succès par le dédain des succès, De liefde voor de onophoudelijke zelfoverwinning, Briser ses passions à sa volonté.

10Prinsengracht 293, toen mede bewoond door mevr. W. van der Goes-Cnoop Koopmans en een nog niet gehuwde zuster van Frank. Over deze woning, zie Lodewijk van Deyssel, Gedenkschriften, voor de eerste maal volledig naar het handschrift uitgegeven, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Harry G.M. Prick, Zwolle 1962, 242-244 [voortaan steeds geciteerd als Van Deyssel, Gedenkschriften].
11De eerste alinea van deze briefkaart werd geschreven door Ising, de rest door Van der Goes.
12Van der Goes doelt hier op Nicolaas Beets. Een studie, door L. van Deyssel, die in 1885 als brochure het licht zou hebben gezien, zo Van Deyssel deze studie, die hij ‘onder tranen van spijt en smart, bleek van verontwaardiging’ had zitten schrijven, niet onvoltooid had gelaten. In die brochure had de auteur ook willen afrekenen met degenen die Beets huldigden bij gelegenheid van diens zeventigste verjaardag, op 13 sept. 1884.
13Maurits Mendes da Costa (1851-1938), op dit tijdstip candidaat in de oude letteren. BA
14In een brief van 17 dec. 1884 schreef Van der Goes nog dat ook Willem Kloos en Albert Verwey genood waren. ‘Zeg het niet aan Erens of aan andere heeren; het is puur “ter eere” v. Kloos. Eenigszins vreemde of mindere sympathieke gezichten voor hem kon ik dus niet aan den disch rijen.’
15Op 16 dec. 1884 vond in restaurant De Karseboom, Kalverstraat 23-25, een buitengewone vergadering plaats van de Letterkundige vereniging ‘Flanor’. Zie in dit verband Harry G.M. Prick, Lodewijk van Deyssel en ‘Flanor’, in De Nieuwe Taalgids LV (1962), 26-31.
16Tot en met no. 42 zijn alle voor Thijm bestemde brieven en briefkaarten geadresseerd aan zijn ouderlijk huis, N.Z. Voorburgwal 161.
prepostterug  begin  verder