81Het gesprek op deze avond zal zeker o.m. gelopen hebben over de beroemde auteur Ernst von Possart (1841-1921), die op 30 nov. 1886 in een eivol Grand Théâtre met
Eine Partie Piquet, van Fritz von Dingelstedt, en met
Freund Fritz, van Erckmann-Chatrian, zijn afscheidsavond opende. Thijm bracht daarover verslag uit, onder schuilnaam H. de Canter, in het weekblad De Kunstkroniek (onder redactie van M. Horn en Jack T. Grein) van 5 dec. 1886. Op 1 dec. had Thijm bovendien een ontmoeting met Von Possart. Hun gesprek liep o.m. over het al of niet stereotiep spelen. ‘Ik beweerde, dat het voortdurend
bewegen, dat tot het wezen der dramatische kunst behoort, misschien wel tegen het stereotiepe, het onveranderlijke pleitte, en dat tooneelspeelkunst geen schilder- of beeldhouwkunst is, maar Possart was van meening, dat een rol, een karakter, wanneer het door den tooneelspeler eenmaal gevormd is, juist als ware het geschilderd of gebeeldhouwd, elken avond tot in de minste kleinigheden gelijk den vorigen avond vertoond moet worden.’
Hierna bezocht Thijm nog Ising op 17 en 31 dec. 1886.