terug  begin  verderprepost

83

Koninklijke Vereeniging:

‘Het Nederlandsch Tooneel’.

Amsterdam.

 

Amsterdam, 2 Oktober 1889

 

Waarde Alberdingk Thijm,

Het spijt mij dat ik zoo weinig van U hoor of zie en dat ik Uw geboortefeest op Zondag den 22sten September zoo schandelijk vergeten heb. Mocht Gij alsnog mijne eerbiedigste gelukwenschen, in Uw gewaardeerde zak willen steken, dan zal ik daar uit niet afleiden dat Gij ze aan Uw broek lapt.

Verleden Donderdag, mijn lieve vriend, heeft Horssie, worssie, Huzzeltje, Puzzeltje191 - 't honnige poepertje - het guitige snoepertje, dat oolijke gatje - het kiezewiezewatje - mij met den Equitable, politiek-Unie-literairen-gedistingueerden Socialist-smulpaap192 op een gastmaal in het Rijke koffiehuis genoodigd. Zonder U te willen doen watertanden, voel ik toch even een eend, zalm met een wit sausje, duiven met augurken, tomaten, haring, garnalen, radijs en vijf flesschen rooden wijn, in mijn maag krijgertje spelen. Toen 't er alles behoorlijk in zat,

[p. 106]

was onze vriend Van der Goes eveneens zat en uit beleefdheid gingen wij met hem naar drie zingende kroegen in de Nes en daarna voortdurend in een stortregen naar Mast, waar Goes verdween om niet te keeren.

Sedert dien heuchelijken dag kan ik geen zit meer in mijn derriere krijgen, ik heb geen lust meer in mijn vertalingen, en wil naar Parijs en naar Weenen, en naar Riche en vind het allerbedonderdst als ik maar een Gulden bezit.

Mina, die gelukkig op haar beenen loopen kan, stemt mij ook niet tot berusting in mijn lot, en ik haak voortdurend naar vriendjes en als ze bij mij zijn, verveel ik me toch. In Americain, waar ik 's middags een uurtje met Maussie ben, krijg ik het heimwee naar U. Ik wou dat Gij maar eens voor zaken hier moest zijn - dat zou het eenige mogelijke wezen waardoor ik wat op mijn verhaal komen kon.

Hoe gaat het je toch met de duiten? Kan je 't een beetje schikken? - ik maak er mij dikwijls angstig over, en heeft Beitsma193 je nu betaald? en waar is broer Franc gebleven?

Ik heb nu in de Marnixstraat 394 bij een oude, malle juffrouw, een kamer met een balcon en een alcoof. 't Is er heel peuterig netjes. Hoezen over de canapé en stoelen - twee tafelkleeden over één tafel, vijf gordijnen voor ieder raam, een reusachtige spiegel en een penantspiegel en een schrijftafeltje, dat ik er van mijn kamer in den Schouwburg heb laten brengen. Ik geloof wel dat je het er nog al aardig vinden zoudt.

Mijn beleefde groeten aan mevrouw.

 

Geheel de Uwe

Arnold Ising Jr.

191Huzzeltje Puzzeltje was in de kring van de Tachtigers de bijnaam van C.F. van der Horst, lid van de import- en exportfirma Siebert en Co, Keizersgracht 184. Van der Horst, die Thijm had leren kennen op een vergadering van ‘Flanor’, is herhaaldelijk opgetreden als Thijm's maecenas. In de eerste jaargangen van het Tweemaandelijksch Tijdschrift verzorgde hij de toneelkroniek.
192Hiermee is Frank van der Goes bedoeld. Behalve zijn agentschap van de Haarlemsche Brandverzekering-Maatschappij was aan Van der Goes ook de ‘Generaal Agentuur’ toebedeeld van de Equitable, Levensverzekering-Maatschappij der Vereenigde Staten.
193P. Beitsma te Deventer, de uitgever van De Kleine Republiek.
prepostterug  begin  verder