terug  begin  verderprepost

4

Am., 8 0kt. '86

N.Z. Vbw. 161 -

 

Amice,

Dank je wel voor de toezending van ‘Gedachten over Holl. letteren’.6 Onder de vele engelen, die in dit stuk weêr uit je mond zijn gekomen, geldt voor mij de tirade over de betrekkelijk weinige woorden,7 die een goed dichter gebruiken zal.

Ook heb ik met veel genot het stuk van J. Stemming8 in het Dagblad gelezen.

 

tt

Karel Alb. Thijm

6Gedachten over Hollandsche Letteren. 1800-1830 was de ondertitel van het derde vervolg van Toen de Gids werd opgericht..., door Verwey bijgedragen aan De Nieuwe Gids, tweede jrg., deel I, aflev. 1, oktober 1886, p. 52-90.
7A.w., p. 81: ‘Dat gebruiken van veel woorden is eene betrekkelijke verdienste, die Bilderdijk altijd hoog is aangerekend, ook bij zijn leven. Een goed dichter zal bij voorkeur met weinig woorden werken, omdat een groot deel der woorden, in iedere taal, op zich zelf reeds een figuurlijke beteekenis hebben, waardoor ze voor wie nauwkeurig wil schrijven onbruikbaar zijn.’
8De schilder Maurits van der Valk (1857-1935), sinds zijn vroegste jeugd bevriend met Willem Kloos, schreef tussen 8 oktober en 7 november 1886 in het dagblad De Amsterdammer, onder de schuilnaam J. Stemming, een zevental artikelen over Een stedelijke tentoonstelling van schilderijen. Meer daarover bij Mathijs Dijkstra, Maurits van der Valk, in: Metropolis M, tweede jrg., april 1981, p. 26-29.
prepostterug  begin  verder