Am., 27 Okt. '8611
N.Z. Voorbw. 161 -
Amice,
Ik bedank je zeer voor de felicitatie met mijn poëtische hulde aan Possart. Het is mij zeer aangenaam, dat deze dichterlijke proeve in Uw smaak valt.
Zoû het te vrij zijn, indien ik ook aan u bij een volgende gelegenheid, iets dichterlijks vroeg te wijden?
Steeds
tt
Karel Alb. Thijm
Mijnheer de Redacteur!
In het verleden Saturdag verschenen nummer van het Weekblad De Amsterdammer komt een bijdrage voor onderteekend ‘D. van den Ysel’. Daar ik van verschillende zijde als de auteur daarvan aangesproken word, verzoek ik u deze betuiging op te nemen, dat bedoelde bijdrage niet van mij afkomstig is.
Wil mij gelooven, mijnheer de Redacteur; met alle hoogachting, Uw dw. dr. L. van Deyssel.