terug  begin  verderprepost

23

Rozengracht 57

Amsterdam, 20 Jan. '88

 

Amice,

Met de vorige post zond ik je proef en kopij van je stuk over La Terre. Stuur het gauw weerom, dan kan het een beetje vooraan in het februarinummer geplaatst worden.54 Je Varium over den Ooievaar55 volgt. Dat laatste kleine gewrocht van je

[p. 57]

vlugge pen heeft ons een lachstuip doen krijgen die alleen door jou naar waarheid zou kunnen worden beschreven.

Van je stuk over La Terre wou ik je graag zeggen dat ik me niet herinner ooit iets gelezen te hebben, waar ik het zoo frappant meê on-eens was, en dat ik toch zoó kranig vond en zoó graag zag gedrukt in den N.G.

Ik vind het het duidelijkste en volledigste exposé van meeningen, dat je ooit geschreven hebt, - als zoodanig beter dan de Brochure-Netscher. Ook vind ik het heel bizonder ver van je, nu al zoo vast en volledig gezeid te hebben, wat naar jouw idee, het komische is en het tragische, en het melancholische en het belangrijkste algemeene in de Kunst. Het is iets heel moois ook, zoo in-eenen te kunnen uitschrijven, nu al, wat je den eénen, grootsten indruk uit je levens-ochtend noemt. Wat ik oók heel goed vind in je stuk, veel beter dan in je brochure, dat is de kompozitie, de bouw. Die is zeldzaam eenvoudig, zoo eenvoudig als de noodzakelijkheid zelve.

Je begrijpt dat in de merkwaardige Redaktie-vergadering waar ik het genoegen had je stuk voor te lezen, wel eens angstige gezichten getrokken zijn bij sommige voor merkantiele belangen gevaarlijke schoonheden van je werk.56 Wij zullen evenwel wagen en liberaal zijn. Maar daartegenover had ik dan ook heel graag dat je Kloos en mij machtigde, waar dat dat kan, sommige zeer kleine wijzigingen aan te brengen. Je bezwaar daartegen zal zijn dat wij het stuk daardoor in zijn aesthetisch deel zullen schaden, en ik ben er, voor mezelf, van overtuigd, dat ik dat bezwaar wel niet zal kunnen tegenspreken door mijn doen. Maar dat neemt niet weg, of liever: dat maakt, dat ik erg in mijn schik zou zijn als je genoeg vertrouwen in ons stelde - zoo niet in mij, dan in Kloos, - om ons te laten begaan.

Ik dank je wel voor je brief, waarop ik wel niet veel weet te antwoorden, dan dat hij een nieuwe genieting was bij het genot dat ik mezelf door het schrijven van mijn boekje bezorgd had, en dat ik ook aan jou was verschuldigd.

Op je voorlaatsten brief zal ik graag hierna eens antwoorden, als ik wat meer tijd heb en je op 't voortzetten van de korrespondentie niet tegen hebt.

Ik ontving van ochtend een zeer vriendelijken brief van je vader.57

 

tt

Albert Verwey

[p. 58]


illustratie
Blad 1 van Lodewijk van Deyssels bespreking van ‘Zolaas laatste werk “La Terre”’

54Aan Van Deyssels stuk over La Terre ging in de februari-aflevering vooraf een beschouwing van Dr. D.G. Jelgersma, Thomas Hobbes, zijn staats- en zedeleer (p. 349-382) en een bijdrage van Frederik van Eeden, De psychische geneeswijze (p. 383-434), de publicatie van een voordracht, gehouden op 18 januari 1888 in het genootschap ‘Oefening in Wetenschappen’ te Haarlem.
55De Ooievaar, ook voor de eerste maal openbaar gemaakt in het februarinummer (p. 491-494), zij het niet als varium maar in de rubriek Boekbeoordeelingen, werd laatstelijk herdrukt in De scheldkritieken , p. 59-61 en p. 304.
56Van de jaren 1887-1889 zijn geen redactionele notulen bewaard gebleven. Wat die ‘merkantiele belangen’ betreft, op 3 maart 1888 liet Kloos Van Deyssel weten: ‘Wij hebben overigens door je stuk drie abonnés verloren, maar omdat er steeds bijkomen (gisteren b.v. twee) hebben wij er waarschijnlijk meer dan drie voor in de plaats gekregen’; zie voor de context van dit schrijven, alsook voor de ontstemming van J.A. Alberdingk Thijm over de bespreking van La Terre: De scheldkritieken, p. 305-310.
57Namelijk die van 18 januari 1888. Zie in verband dáarmee èn met de brieven van J.A. Alberdingk Thijm, d.d. 22 en 26 januari 1888: J.A. Alberdingk Thijm en Van Deyssels roman ‘Een Liefde’ in: Dertien close-ups, p. 30-34. Op 17 december 1887 had Van Deyssel aan Jacobus van Looy geschreven: ‘Als ik niet sints maanden al gedisponeerd had over het uiterst beperkt aantal presentex. van mijn roman zoû ik er mij een bizonder voorrecht uit maken je een ex. aan te bieden. Maar dat getal is zóo beperkt dat zelfs mijn geachte pa er geen krijgt.’
prepostterug  begin  verder