terug  begin  verderprepost
[p. 59]

24

J.A. Alberdingk Thijm aan Albert Verwey:

 

Waarde Heer,

Het zoû inderdaad niet overbodig zijn, dat door U, bijv. in het Weekbl. Amstr. de beteekenis van het woord ‘onzedelijk’ werd toegelicht, gelijk gij 't in uw aangenaam schrijven van 21 dezer doet.

De Heer Taco de Beer heeft zich tegenover mij en de mijnen onmogelijk gemaakt, door mij te weigeren zijn leedwezen te betuigen, dat de aanvaller58 in den ‘Portef.’ van 7 dezer het gebied van het privaat leven betreden heeft, en nog wel zoo gewetenloos (zoo lasterlijk!).

Kent U den Heer Priem uit den ‘Leeswijzer’? Dat schijnt een fatsoenlijke man te zijn.59

Met hoogachting,

 

Uw dw

Alb. Thijm

 

V.h. 22 Jan. '88

58Die anonieme aanvaller is hoogstwaarschijnlijk Taco de Beer zelf geweest! De aanval richtte zich tegen ‘Van Deyssel, een pseudo toebehoorende aan een zesmaal geparfumeerd ventje met eene allertreurigste moreele en finantieele reputatie, en wiens naam in een fatsoenlijk blad niet moest voorkomen.’ In De Portefeuille van 4 februari verscheen Van Deyssels repliek hierop; zie De scheldkritieken, p. 301-303.
59G.H. Priem had in de Leeswijzer De Portefeuille aangevallen over dat anonieme entrefilet. Eerst op 16 februari 1888 maakte Kloos Van Deyssel opmerkzaam op die aanval van Priem.
prepostterug  begin  verder