terug  begin  verderprepost

36

Mont-lez-Houffalize

Luxembourg Belge

19 Juli 1888

 

Amice,

Ik heb je telegram ontvangen. Het spijt mij ontzachelijk, maar ik moet je andwoorden: reken op niets van mij vóor 1 Augustus.

Over Vosmaer heb ik mij onderzocht, maar ik voel niets en weet niets over hem.

Nu ben ik al-lang bezig aan twee stukken: éen over Multatuli91 en éen over Emants, maar ik ben iemant, die, zonder volkomen rust en stilte, niets goeds kan produceeren. En, ongelukkig, heb ik dezer dagen een ellendige drukte van mijn

[p. 73]

huis-eigenares, die plotseling met haar zuster is overgekomen92 en van mijn ouders, die a. st. Maandag komen.93 Dadelijk na ontvangst van je telegram heb ik mij afgezonderd, maar, toen ik woû beginnen te schrijven, heb ik gemerkt, dat ik er heelemaal ‘uit’ ben. Ik zal, daar ik vermoed, dat je gebrek aan kopie hebt, voortgaan mij af te zonderen en voortgaan te probeeren te schrijven tot 26 Juli. Heb ik dan iets klaar, dan zal ik 'et zenden en krijg je 'n 'et den 28sten, en dan hoef ik geen proef te hebben. Maar zeer waarschijnlijk heb ik niets klaar, dus reken op niets.

Alles komt ongelukkig samen;94 ik kan er niets aan doen.

Als er noodzakelijkheid is, kan ik wel binnen zekeren tijd en onder alle omstandigheden, zjoernalistiek schrijven zoo veel als je maar wilt, maar toonbare opstellen niet.

Mijn roman-kopie is heelemaal in Deventer,95 behalve de laatste 20 blzd. die... ik nog schrijven moet. Ik zal den uitgever vragen of hij je iets sturen wil, maar ik denk'et niet.

Adieu, ik ga nu weêr probeeren.

 

tt

Karel Alb. Thijm

91Eerst in het weekblad De Amsterdammer van 7 en 14 november 1888 verschenen als Over Multatuli; voor de eerste maal herdrukt in de Tweede bundel Verzamelde Opstellen, Amsterdam, 1897, p. 163-172. Op dit artikel oefende Van Eeden kritiek uit in zijn brief van 19 november 1888; zie De briefwisseling tussen Frederik van Eeden en Lodewijk van Deyssel (editie H.W. van Tricht en Harry G.M. Prick), Zwolle, 1964, p. 28 (voortaan: Briefwisseling Van Eeden/Van Deyssel).
92Op 16 juli 1888 tekende Van Deyssel aan: ‘Eergister-avond is de eigenares van ons huis hier aangekomen, gisteren gebleven, van-ochtend vertrokken. Ik heb dus niets uitgevoerd. De zuster is nóg hier, maar van-daag naar Houffalize.’
De huurovereenkomst betreffende de Villa des Chéras te Mont-lez-Houffalize had Van Deyssel nog gesloten met Lucien Rossignon, woonachtig te Luik. Deze overleed op 11 maart 1888, zodat Van Deyssel voortaan te maken kreeg met zijn weduwe Eloïse Emilienne Rossignon-Liénard.
93Voor bijzonderheden over dat bezoek, zie Gedenkschriften, hoofdstuk XII.
94Het regende die zomer praktisch dagelijks. De tweede helft van juli 1888 was het weer zo koud en guur dat men op de Villa des Chéras de kachel moest stoken.
95De Boek-, Kantoor- en Handelsdrukkerij P. Beitsma te Deventer zou Van Deyssels roman De Kleine Republiek gaan uitgeven.aant.
prepostterug  begin  verder