terug  begin  verderprepost

39

Rozengracht 57

Amsterdam

30 Juli '88

 

Amice,

Je stukje over Sw. Abr. heb ik bij mijn thuiskomst ontvangen en naar de drukkerij gebracht. Ik had over denzelfden heer ook een varium geschreven, dat nu het genoegen zal hebben van jouw sympathiek gezelschap. Onze beide varia varieeren niet in bedoeling. Kloos had plan in zijn Kroniek oók over Sw. Abr. te schrijven, wat ik hoop dat hij doen zal. Dat geeft een kompleet Sw. Abr. album in de aflevering.97

[p. 75]


illustratie
Aanbieding aan de boekhandel van Van Deyssels tweede roman ‘De Kleine Republiek’.

[p. 76]

Mijn vorig briefje was wat gehaast geschreven en een beetje onbeleefd kort. Als ik tijd had gehad zou ik je gemeld hebben dat ik een deel van je Menschen en Bergen gelezen en niet mooi, maar erg interessant en bizonder gevonden had. Ik houd meer van zien dan van kijken, maar kijken wordt merkwaardig als je 't zoó doet als ik naar die fragmenten begrijp dat jij 't hebt gedaan. De lezers van de volgende - ik bedoel de Oct.-afl. - zullen elkaar weer heel wat te vertellen hebben.

Als je er niets op tegen hebt zal ik je varium niet ter correctie sturen: de tijd is zoo kort. Maar ik zal het goed nakijken.

Van Looy heeft zich voor deze afl. niet onverdienstelijk gemaakt. Schrijf me bij gelegenheid eens wat je denkt van Willem van Oevere.98

Mijn adres is de eerste week van Augs. hier in Amsterdam - daarna weer bij H. Vooys in Katwijk.

 

tt

Albert Verwey

 

Als je na den 1sten iets mocht hebben waar haast bij is, stuur dat dan liever aan Kloos; want mijn adres voor brieven is wel hier thuis, maar ik ben zelf die week in Groningen en Drenthe,99 en dus moeielijk bereikbaar.

97Inderdaad werd Van Deyssels opstel over Literatuur-fysiologie, een bespreking van Th. Swart Abrahamsz, Eduard Douwes Dekker. Eene ziektegeschiedenis, in De Nieuwe Gids, derde jrg., deel II, aflev. 6, augustus 1888, p. 475-478, geflankeerd door de Literaire Kroniek van Willem Kloos (p. 468-474) en door een, niet van een titel voorzien, opstel van Albert Verwey (p. 478-480) over hetzelfde onderwerp. Overigens had Van Deyssel van zijn eigen bespreking geen hoge dunk. Op 31 juli 1888 schreef hij aan Kloos: ‘Zoû mijn stukje over Dr. Abrahamsz nog dienst hebben kunnen doen? Dit zal ik weldra zien als ik de aflevering ontvang. Staat 'et er niet in, wees dan zoo goed en vernietig het maar. Ik heb het in der haast geschreven en voor een volgende aflevering is het niet aktueel meer.’
98Jacobus van Looy droeg aan deze augustus-aflevering, onder de schuilnaam A. Brouwer, het tweede deel van De nacht-cactus bij (p. 326-355). Onmiddellijk daarna (p. 356-374) volgden Kindervreugd en Op de bewaarschool door Willem van Oevere, de schuilnaam van August P. van Groeningen. Op 13 augustus 1888 vroeg Kloos aan Van Deyssel: ‘Vind je het Oranjefeest van Van Looy niet knap, en wat zeg je van Van Oevere?’
99Verwey's halfzusje Anna Maria was de dochter van Jan Verwey's tweede vrouw, Gepke Helder. Het huwelijk tussen Jan Verwey en Gepke Helder werd voltrokken op 24 augustus 1871 te Groningen, de geboortestad van de bruid, die reeds op 4 augustus 1872 zou komen te overlijden. ‘Anna Maria had de familie van haar moeder nooit gezien, en Albert had haar deze reis beloofd’; zie Maurits Uyldert, De jeugd van een dichter. Uit het leven van Albert Verwey, Amsterdam, 1948, p. 222-223.
prepostterug  begin  verder