terug  begin  verderprepost

80

24 Jani. '91

Noordwijk a/Z

 

Stijlde en pende je je brief met zoo'n groote teerheid dat die het was die me al aandeed uit het schrift voor ze me beving uit de volzinnen? Was het enkel de menigte van meeningen en maningen over en aan veel zaken en menschen die in veel aandoeningen opbruisten in me als een damp, die ik niet kan condenseeren? Of is het maar dat ik zelf wat in het vage ben en op een ander oogenblik je precieze styleeringen precieze gedachten in me zouden hebben verwekt?

Ik kan nu maar probeeren dat vage te ordenen. Dat vage is, of erin beweegt, een gevoel van volte en veelheid van door elkaar warrende figuren en herinnering van gebeurdheden; van ter vergelijking-stelling de eene kop naast de andere; van gedrang van gedachten zich scharend, enkelingen zich zoekend, groepen zich zonderend; de aandoening van dat volle en vele is dat vage, en die aandoening had jij toen je me schreef in conscientieuze, oordeelende, twijfelende stellig-bedeesd-heid en dat volle en vele in mijn gevoel is dat uit jouw brief, dat uit jou-zelf.

Nu kom ik al te ordenen

Kunst en Geloof

De Hebreeuwsche bezielden - 1ste mijlpaal

Dante 2e mijlpaal

Shelley 3e mijlpaal

 

't Moderne geloof:'t Socialisme

Goes

 

Moderne kunst:

Verwey

Erens

Looy

Witsen

Van Eeden

Van Deyssel

[p. 135]

Amsterdam die groote stad, die staat op zooveel palen... En van de stad die jij wil bouwen geloof ik dat jij bezig bent palen-inspectie te houden. Ik meen het als ik zeg dat ik het bizonder op prijs stel daar even bij te hebben mogen zijn. Mag ik je dit nu maar zoo sturen?

Nee, ik maak geen drama. Hoe dacht je dat zoo? De N.G. heeft een paar versjes van me,212 een vriendschaps-blijk. Maar er leit hier van alles waar ik weinig van weet dan dat ik genoot van het te maken. Verzen, allemaal verzen; of, eigenlijk, geen verzen, maar woorden, maar lettergrepen, ‘De Dingen’213 heb ik ze genoemd.

Van dat tijdschr. zag ik niet.

 

tt

Albert Verwey

 

Van Witsen dacht ik wel eens: een moeielijke natuur bedwongen door een beschaving. Maar de natuur is niet beschaafd en de beschaving niet natuurlijk. Wanneer en waar zag je hem?

Ja, van Multatuli las ik, maar heb er geen meening over.

Van de zee hoop ik je nog beter te doen denken. Dat ik je van die vrouw vertelde en ons praten over V. Dev. herinner ik me nog goed. Je gezelschap was me in dien tijd van heel veel waarde en ik onthoud er alles van.

Over V. Eeden zeg ik opzettelijk nog niets. Ik ben verlangend naar het stuk(je?) dat je over hem schrijven gaat.

212Albert Verwey, Neuriïng, I, II, III en IV, in De Nieuwe Gids, zesde jrg., deel I, aflev. 3, februari 1891, p. 462-465; niet opgenomen in Oorspr. Dichtwerk.
213De bundel De Dingen, geschreven in de staccato-stijl die zo opvallend was in het gedicht Bij den dood van J.A. Alberdingk Thijm, is in portefeuille gebleven maar zal binnen afzienbare tijd het licht zien in de onder de titel Albert Verwey, Dichtspel, door C.A. Zaalberg te bezorgen ‘nalezing’ op de beide delen Oorspronkelijk Dichtwerk.
prepostterug  begin  verder