terug  begin  verderprepost

91

Bergen-Op-Zoom, 3 Maart 1892

 

Amice, Wees, met je vrouw, zeer van mij gelukgewenscht. -

Ik dacht dat je boos op mij was om het zonderling gestelde van dien laatsten kaartbrief van mij, maar merk nu tot mijn plezier van nee. Sinds 26 Mei '91 ben ik hier niet vandaan geweest en heb ook niemant gesproken. Ik werk nog al veel maar produceer weinig. -

Met je Vondel ben ik, zelfs vóor de kennismaking, zeer ingenomen. Heel toevallig is dat letterlijk precies wat ik je al heel dikwijls had willen vragen: mij de mooie gedeelten te wijzen, die ik lezen moest. Ik had je werk al besteld maar ben nu blij dat ik het van je zelf krijg. - Je vertalingen van Shelley en Sidney236 heb ik ook gelezen en veel van genoten.

 

tt

K. Alb. Thijm

[p. 149]


illustratie
Omslag van ‘Dichters verdediging’

236Albert Verwey, Dichters verdediging, S.L. van Looy, Amsterdam, 1891, bevat vertalingen van Percy Bysshe Shelley, Defence of Poetry (1821) en Sir Philip Sidney, Apologie for Poetry (1580). Het boek werd besproken door Frederik van Eeden in De Nieuwe Gids, zevende jrg., deel I, aflev. 2, december 1891, p. 298-301.
prepostterug  begin  verder