Als de heer Averkamp nu ook nog harmonie in de keuze zijner stukken had gebracht, zou de uitvoering van dezen namiddag een heerlijkheid zijn geweest, in haar geheel zooals in hare deelen. De heer Averkamp voelt den geest der oude meesters en weet dien over te dragen op zijne voortreffelijke zangers. Dit is het voornaamste, dit is een heerlijkheid en een blijdschap, waarbij het heel niet te pas zou komen een woord te reppen van kleinigheden. Hier is een groote liefde, een groote piëteit werkzaam geweest om het groote van vroeger weer boven de hoofden der menschen te stellen.
Na Josquin des Prez, die alleen en eenzaam staat zonder bepaalde school te hebben gemaakt in het Vlaamsche tijdvak der toonkunst, na Josquin des Prez, den meester der liefelijke sereniteit of der klare opene grootheid, het Stabat Mater van Palestrina!
Zooals alle eeuwen der Christelijke litteratuur het materiaal hebben aangedragen voor deze cathedraal van woordgeworden smarten, die de bouwmeester Jacopone di Todi optrok, zooals de smart der Moeder in tragische starheid recht opgericht staat als het kruis van haar Goddelijken Zoon, - zoo schijnen ook alle krachten van leed, alle glorie van lijden, alle glorie van paradijsvisioenen uit de ziel van den Meester omhoog te hebben gestuwd de rechtstandige klankzuilen van dit onnoemelijk wonderbaar werk.
Dit is het gezongene lijdensepos. Hier bijna niet de suave stemmenverstrengelingen, maar als een echo van de massale kunst van Adriaan Willaert en de andere Venetianen de als luidende klokken den Dom doorgalmende responsies der beide koren, en alles wat er ooit leefde van geestelijke visie en lijdenservaring, van strenge ingetogenheid, zelfbedwang en ontzag voor de heilige teksten, aan plastische kracht van accoordverbindingen en fijnheid van expressie der melodielijnen, bloeide hier op tot een mystische passiebloem van geluid, opdat ook de Christelijke toonkunst bij de Christelijke woordkunst niet achter zou staan! Want waar deze stijl des extatischen ziens - die het type is van den echten Palestrina-stijl -, waar deze stijl in de Missa Papae Marcelli een element bevat van teeder geloovige of teeder betoogende dogmatiek, waar in het Canticum Canticorum een mystisch-spiritueele liefde gloeit vanwaar de stijl ‘alacrior’ (vuriger) wordt (zooals Pierluigi zich zelf uitdrukt in de opdracht), is het hier in het Stabat de smart van het goddelijk lijden die de accoorden strekte ten hemel als zuilen van kristal geworden tranen, en de weerstralende zaligheid
van het paradijsvisioen aan het einde, die over den koepel der klanken die bovenaardsche klaarheid spreidt en die verreinigde rust.
Aldus behoort dit werk - niet naar de techniek, maar naar den geest - tot de Middeleeuwen. Want het is als het gedicht van Jacopone di Todi de wedergeboorte in den klank van wat door de eeuwen der Christelijke mystiek de geloovigen leden in het gedenken van Christus' lijden.
Dat de overeenkomst van stijl van den psalm van Sweelinck niets anders is dan een uiterlijkheid van techniek, dat er niet de geringste spiritueele verwantschap bestaat tusschen den schepper van den 15 oen Psalm en dien van het Stabat, dat de Psalm een werk is van groote virtuositeit, maar van het Hollandsche realiteitssentiment der zeventiende eeuw (dit is: zooveel mogelijk anti-mystiek), dat er zelfs al eenige bizariteit en barokheid niet vreemd aan is, en deze muziek tot het Stabat eenigszins staat als de Barok-stijl der late Renaissanceperiode tot de Gothiek, - dit bedacht te hebben zou misschien den heer Averkamp hebben weerhouden om den Psalm nà het Stabat uit te voeren. Dit te doen dunkt mij tegen het stijlbegrip, en ik waag dit te zeggen, nu ik juist zoozeer het verlangen gevoel, den heer Averkamp luide en dankend te prijzen voor het edele en heerlijke werk dat hij doet. Want nu er met de werken der oude meesters wel eens wordt gehandeld als met curieuse antiquiteiten, of ook wel als met oude juweelen die de eer der familie moeten representeeren, nu ook de musici hier te lande doorgaans nog doorgaan met décadence te maken van reeds verouderde Duitsche lyriek, - nu dunkt het mij niet ongepast, op de groote beteekenis te wijzen van deze uitvoeringen van den heer Averkamp, - èn voor de toonkunst van vroeger, de groote, èn voor de mogelijke toonkunst der toekomst.