terug  begin  verderprepost
[p. 25]

2. Het debuut van Rasoel

Op maandag 6 maart 1989 verschijnt op de opiniepagina van NRC-Handelsblad een uitvoerig stuk, getekend door een op dat ogenblik onbekend schrijver: Mohamed Rasoel. Deze wordt door de redactie van de opiniepagina aan de lezers voorgesteld als een ‘in Iran geboren en in de islamitische wereld getogen’ auteur van een boek-in-wording De Ondergang van Nederland. Om alle twijfel aan zijn identiteit weg te nemen, stelt ook de auteur zichzelf keurig voor aan het begin van zijn stuk, getiteld ‘Agressie van islam vergt geen verklaring’:

Voordat ik begin aan dit artikel, een reactie op de dreigementen van Khomeiny - een artikel dat mij een plaats op de dezelfde dodenlijst zou kunnen bezorgen als Salman Rushdie -, kan ik me beter even voorstellen. Ik ben een moslim, geboren uit gewone islamitische ouders in een gewoon islamitisch land. Daar heb ik mijn eerste twintig gewone islamitische jaren doorgebracht voordat ik naar het westen ontsnapte en terechtkwam in het land der naïeve dwazen dat Nederland heet.

Ook de rest van het stuk - een artistieke schets uit het leven van de jonge Rasoel, een aanklacht tegen de ‘agressieve’ islam, en een dubbelzinnige lof voor het Westen en het ‘naïeve’ Nederland - was in hetzelfde, uitstekende Nederlands geschreven. Taalgebruik, beeldspraak, verteltrant, woordgrapjes en ironie verraden de hand van een geoefend schrijver. De oplettende lezer mag daaruit bovendien concluderen dat Rasoel een talenwonder moet zijn, gezien zijn perfecte beheersing van onze taal, of dat zijn stuk - overigens zonder de gebruikelijke vermelding van de naam van de vertaler - door de krant zelf was omgezet in Nederlands dat zo vlekkeloos en natuurlijk was dat daarin geen spoor van de oorspronkelijke taal te vinden was. Achteloos verwijst Rasoel ook naar een uitspraak van de Zweedse filosoof Therborn, zodat hem

[p. 26]

ook nog enige eruditie mag worden toegeschreven, zoals dat tenslotte ook blijkt uit zijn politieke en culturele kennis van de wereld, en niet in de laatste plaats van Nederland.

Kortom, in tegenstelling tot de gebruikelijke opinieartikelen in die krant, had NRC-Handelsblad met de plaatsing van dit stuk tegelijk een veelbelovende literaire debutant aan het Nederlandse volk voorgesteld. Rasoel's debuut in NRC-Handelsblad wordt immers gekenmerkt door een stijl die ook de rest van zijn aangekondigde boek De Ondergang van Nederland kenmerkt: Geen droog politiek betoog, geen journalistiek debat, niet de geborneerdheid van extreem-rechts, maar eerder de beeldende stijl van de literaire auteur:

We boffen overigens wel dat dit alles niet vijftig jaar later is gebeurd, als Rushdie misschien als vrij burger op Jupiter had gewoond, en Khomeiny een interplanetaire oorlog was begonnen. Arme Rushdie: dacht hij dat hij tienduizend kilometer weg van India veiliger was en nu moet hij Michael Jackson's plastisch chirurg laten komen eer hij weer door de Pakistaanse wijk in Londen kan lopen. De westerse wereld is geschokt door het vervaarlijke dreigement van Khomeiny. Ik heb die zin twee maal opgeschreven, omdat er iets mee is. ‘De westerse wereld is vervaarlijk geschokt door het dreigement van Khomeiny’ klopt volgens mij beter. Als je een kapot koffieapparaat aanraakt, kun je twee soorten schok krijgen: een elektrische schok en een schok van het onverwachte. Als je opzettelijk een stroomdraad aanraakt, krijg je alleen een elektrische schok. Welnu, ik zie groter gevaar in de schok die het Westen heeft gekregen dan in Khomeiny's dreigement. Van twee schakers verliest degenen die zich laat verrassen. Het Westen had dit moeten zien aankomen (...).

Zo ook is de ‘Iraanse’ auteur op de hoogte van het ‘onwaarachtige onderwijs’ op de Nederlandse scholen, waar de kinderen alleen maar luchtspiegelingen over de rest van de wereld zou worden aangeleerd, in plaats van de harde feiten, zoals de mogelijkheid om in Zuid-Amerika of Azië beroofd te worden. Hij kondigt verder aan dat hij in zijn boek zeven vormen van discriminatie zal onderscheiden, omdat volgens hem de Nederlanders zo bang zijn voor dat woord dat ze erin stikken, terwijl het ‘niet

[p. 27]

eens naar behoren is gedefinieerd’. Tenslotte gaat Rasoel in op het verschijnsel agressie. Hij heeft het dan niet zozeer over de moslims, als wel over de Nederlanders, zoals ook De Ondergang van Nederland eigenlijk niet alleen is gericht tegen de ‘buitenlanders’ maar vooral ook tegen die ‘dwaze’ Nederlanders:

De levensgrote fout die Nederlanders maken is dat zij maar niet snappen dat niet alle mensen een verklaring voor hun agressieve gedrag nodig hebben. Ze zijn gewoon agressief. Punt uit. Maar nee, Nederlanders willen altijd in achtergronden spitten om iemands optreden te kunnen rechtvaardigen.

Rasoel bleek in één opzicht gelijk te krijgen: De ‘naïeve Nederlandse dwazen’ zouden in eerste instantie zonder morren zijn scheldpartij op de ingeboren agressie van zijn ‘moslim-broeders’ slikken: Er komt geen commentaar op het stuk. Pas toen het jaar daarop De Ondergang van Nederland verscheen, barsten de protesten los, en kon de maskerade rond het auteurschap van het boek beginnen.

Komrij, Rushdie en de moslims

Is het toeval dat twee dagen later, op woensdag 8 maart 1989, Gerrit Komrij in zijn eigen column in dezelfde krant, NRC-Handelsblad, ook naar aanleiding van de Rushdie affaire, eveneens ondubbelzinnig de moslims op de korrel neemt, en daaruit de volgende conclusie trekt?

Het is allemaal vergeefs geweest, het welzijnswerk en het gebabbel over anti-racisme. Verspilde moeite. Weggegooid geld. Niet een spat van redelijkheid of tolerantie is aan die groep, die zo lang in een maatschappij heeft geleefd die haar waarachtig ook wel wat had te bieden, blijven kleven. (...).

Interessant voor de analyse op dit moment is dat Rasoel en Komrij min of meer tegelijkertijd in dezelfde krant afgeven op moslims en zich boos maken om de naïviteit van de Nederlanders,

[p. 28]

die alles zouden hebben gedaan om de ‘buitenlanders’ te verwennen, maar niet willen begrijpen wat daarvan terechtkomt. Komrij's conclusie is dan ook dat het multicultureel beleid heeft gefaald, dat anti-racisme allemaal onzin is, en dat de politici nu niet met krokodillentranen moeten komen, conclusies die we later met zoveel woorden ook in Rasoel's boek zullen aantreffen.

Ook is het opmerkelijk dat Rasoel met zijn verhaal kennelijk zonder problemen een prominente plaats wist te bemachtigen op de toch eerder voor de elites gereserveerde opiniepagina van de NRC. We zullen dadelijk zien dat dit geenszins verbazingwekkend is, en dat er tussen Rasoel en Komrij meer dan alleen deze ogenschijnlijk toevallige overeenkomsten bestaan.

prepostterug  begin  verder