Binnen twee dagen was de eerste oplage van Tien over Rood, 5000 stuks, geheel uitverkocht. Deze spontane reaktie van het publiek bewijst eens te meer, dat de analyse in het hoofdstuk ‘Het spook van de ontevredenheid’ juist is. Dr. N. Cramer zegt in Het Parool (5 okt.) dat wij, naar het voorbeeld van Groen van Prinsterer, in het isolement onze kracht zouden zoeken en dat een partij, die door ons wordt voorgestaan, nauwelijks 10 zetels zou behalen. Echter, wie zich ook in een isolement mogen bevinden, wij zeker niet. Het is veeleer de huidige PvdA, die door haar soms conservatieve, onduidelijke en ondemocratische wijze van optreden zich van het volk heeft vervreemd.
De ons opgedrongen keuze tussen een kleine socialistische partij of een grote verwaterde partij doet ons denken aan het alternatief: Mussert of Moskou. Wij willen een grote socialistische partij en wij menen dat de bewuste of onbewuste behoefte aan een duidelijker socialisme zo sterk toeneemt, dat dit een haalbare kaart is. Juist de centrumpolitiek van de PvdA zal haar doen ineenschrompelen tot een kleine splinterpartij.
In de buitenlandse pers heeft ons programma al grote aandacht gekregen. De met de SPD sympathiserende Neue Rhein- und Ruhr Zeitung heeft kolommen vol geschreven over de ‘konsciëntieuze linkervleugel’ die ‘ernstige kritiek heeft op de bleke kontouren van het huidige kader’. Het blad vermeldt enkele van onze standpunten, o.a. inzake de monarchie, en spreekt over ‘een werkelijk verontrustend programma’.
Onze keus voor een geleide loonpolitiek heeft in het binnenland negatieve reakties uitgelokt en wel bij De Groene (8 okt.), die vreest dat de arbeider daardoor minder bij de loonstrijd betrokken zal worden zodat zijn gevoel van machteloosheid wordt vergroot. Echter, zonder een verandering van de ekonomische orde zal loonstrijd in de bedrijven o.i. geen fundamentele resultaten boeken omdat een belangrijk deel van de loonstijgingen door prijsstijgingen ongedaan wordt gemaakt. Juist zo'n loonstrijd kan leiden tot een gevoel van machteloosheid en tot het besef misleid te zijn door beloften, die niet werden gehonoreerd. De frustratie, die door deze vorm van loonstrijd zal ontstaan, zou zich tegen hen kunnen keren, die tot deze strijd hebben opgeroepen.
Niettemin beseffen wij dat een geleide loonpolitiek eerst ingevoerd kan worden als daaraan vooraf is gegaan: a ontspanning op de arbeidsmarkt; b het aanpakken van de hoogste inkomens. Zeer veel verzet is gerezen tegen ons voorstel de successie- en schenkingsrechten vanaf honderdduizend gulden uiterst progressief te laten oplopen, bijvoorbeeld tot 99 pct. Men heeft niet begrepen, dat het onze bedoeling was elke Nederlander een ton belastingvrij te laten erven. Verder wordt de kwade kans op ‘kapitaalvlucht’ veel als argument tegen ons gehanteerd. Toen in 1911 een scherpe progressie in de successierechten werd ingevoerd (tot 54 pct. bij 4e graads bloedverwantschap) heeft men eveneens deze argumenten gebruikt. De wetgever heeft toen gebruik gemaakt van ‘fictiebepalingen’, d.w.z. bepalingen dat iemand, vele jaren na zijn vertrek buitenslands, toch bij overlijden door de fiscus wordt aangeslagen. Daardoor heeft zij kapitaalvlucht weten te voorkomen.
De successierechten bij een erfenis naar eigen kinderen zijn in Nederland bizonder laag, namelijk maximaal 17 pct. Volgens prof. Wemelsfelder lopen de daarmee vergelijkbare tarieven in de USA en Noorwegen op tot 34 pct. en in Engeland tot 65 pct. Het is nooit aangetoond, dat er, als gevolg van deze tarieven, een kapitaalvlucht naar Nederland is ontstaan. Hoezeer een drastische verhoging van de Nederlandse successierechten noodzakelijk is, blijkt uit het volgende. In
1913 bedroeg de opbrengst van de successiebelastingen 7,6 pct. van het totale overheidsbudget. In 1956 was deze opbrengst gedaald tot 2 pct. van het overheidsbudget, terwijl hij thans minder dan 1,5 pct. bedraagt. De regeringen na de Tweede Wereldoorlog hebben blijkbaar niet de moeite genomen om de successiebelastingen gelijke tred te laten houden met de stijging van de inkomsten- en omzetbelasting. Natuurlijk moeten de successierechten niet in één dag tot 99 pct. worden opgevoerd. Een wetswijziging, die voorziet in een trendmatige stijging met een zeker aantal percenten per jaar, zal de Nederlandse ekonomie o.i. geen merkbare schade berokkenen. Negenennegentig procent is en blijft echter het doel waarnaar wij streven.
De buitenlandse politiek, zoals wij die voorstaan, heeft eveneens kritiek uitgelokt. De principiële pacifisten achten onze keus voor handhaving van de NAVO ongemotiveerd. Wij willen evenwel niet onnodig onze instrumenten om vrede te kunnen maken uit handen geven en Nederland in een voortijdig isolement storten. Wij menen dat wij voor de landen van het Warschaupakt als gesprekspartner over de Europese veiligheid aanzienlijk meer gewicht hebben, wanneer wij in staat zijn om als lid van de NAVO ook in eigen bondgenootschappelijke kring invloed uit te oefenen.
Anderen menen, dat het inkonsekwent is, dat wij wèl de DDR willen erkennen maar Portugal uit de NAVO wensen te verwijderen. Dit argument kan wel heel gemakkelijk worden ontzenuwd. Wij zijn er voorstander van zowel de DDR als Portugal te erkennen. Wij willen echter niet met Portugal in de NAVO en wij willen evenmin met de DDR in de NAVO. Wij scheren Portugal en de DDR in dit opzicht over één kam. Niet onze visie, maar die van de PvdA is inkonsekwent.
8 oktober 1966
Hans van den Doel en Han Lammers, eindredactie
Adhesiebetuigingen worden gaarne ingewacht bij de redactiesecretaris André van der Louw, Spechtlaan 7, Hoevelaken, giro 1 15 43 77.