Refreynen int sot amoureus wijs

Jan van Doesborch

editie C. Kruyskamp

verantwoording

GEBRUIKT EXEMPLAAR

universiteitsbibliotheek Leiden, sign.: G 601 2

 

ALGEMENE OPMERKINGEN

Dit bestand is, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Refreynen int sot amoureus wijs van Jan van Doesborch uit ca. 1524, in 1940 onder de titel De refreinenbundel van Jan van Doesborch uitgegeven door C. Kruyskamp.

 

REDACTIONELE INGREPEN

Voor de publicatie in de dbnl zijn de twee delen samengevoegd. Omdat de paginanummering bij deel 2 opnieuw begint, is ter verduidelijking ‘[Eerste deel]’ en ‘[Tweede deel]’ aan het begin van de delen toegevoegd.

 

Ingrepen in het eerste deel:

De illustratie in het voorwerk is verplaatst naar het begin van de inleiding. De illustratie tussen pagina XVI en XVII is op pagina XV geplaatst waar hij behandeld wordt.

pag. XXI: de volgende gespatieerde tekstgedelten zijn ongespatieerd weergegeven: ‘dat het acrostichon Anna Bonaventura is weggewerkt’ en ‘opzettelijk’

pag. LXXXII: in de kop is ‘III’ toegevoegd, zoals in de inhoudsopgave staat

Het hoofdstuk ‘Aanteekeningen’ van pag. 3-52 bevat een korte inleiding en verder noten. De noten zijn naar de tekst, in deel 2, toegevoerd, waardoor in deel 1 pag. 4-52 zijn komen te vervallen.

pag. 54: het paginanummer ‘45’ → ‘54’

pag. 63-64: de correcties in het hoofdstuk ‘Aanvullingen en verbeteringen’ zijn doorgevoerd, maar in de volgende gevallen zijn de aanvullingen tot een noot met twee sterretjes gemaakt: de aanvulling op pag. XXI, regel 6 van boven ‘Behalve nr. L komt ook nr. IX in de Conste der Minnen voor; zie Aant., blz. 8’; de aanvulling op pag. XXIII op ‘dat Anna Bijns niet de dichteres, maar de bezongene was’; pag. XXVI de aanvulling op: ‘Door dissimilatie’; pag. XLVII de aanvulling op ‘ghi sijt doch icke’; pag. LXIV de aanvulling op ‘Het lijkt mij’
In deel 2 zijn de aanvullingen en verbeteringen ook doorgevoerd, behalve op pag. 129, in refrein LXX: ‘slaet lees staet’ omdat hier ook een noot naar verwijst, deze correctie is derhalve vervallen.

 

Ingrepen in het tweede deel:

De titels ‘[Refreynen in 't amoureus]’ ‘[Refreynen in 't wijs]’ en ‘[Refreynen in 't sot]’ zijn toegevoegd op pag. 9, 150 en 228, conform de inhoudsopgave van deel 2

pag. 104: nr. LIV → LIII

het nootnummer 28 bij CXLVI is veranderd in 38

 

Bij de omzetting van het oorspronkelijk tekstverwerkingsbestand naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen, maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[eerste deel, pagina ongenummerd (III)]

LEIDSCHE DRUKKEN EN HERDRUKKEN UITGEGEVEN VANWEGE DE MAATSCHAPPIJ DER NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE TE LEIDEN KLEINE REEKS II

DE REFREINENBUNDEL VAN JAN VAN DOESBORCH

UITGEGEVEN DOOR DR C. KRUYSKAMP

EERSTE DEEL INLEIDING EN AANTEEKENINGEN

 

[pagina ongenummerd (IV)]

[illustratie wel opgenomen, op pag. I]

 

[pagina ongenummerd (V)]

DE REFREINENBUNDEL VAN JAN VAN DOESBORCH

 

UITGEGEVEN DOOR DR C. KRUYSKAMP

EERSTE DEEL INLEIDING EN AANTEEKENINGEN

LEIDEN E.J. BRILL 1940

 

[pagina ongenummerd (VII)]

INHOUD blz.
INLEIDING I
I. DE TEKST
1. De oorspronkelijke uitgave en de herdrukken III
2. Overlevering van den tekst. Varianten XIX
3. Enkele opmerkingen over de taal XIV
II. DE INHOUD
1. Iets over het refrein in het algemeen XXXI
2. De refreinenbundel van Jan van Doesborch LXII
3. Literairhistorisch verband en aesthetische waardeering LXIX
III. VERANTWOORDING VAN DEN TEKST LXXXII
AANTEEKENINGEN 1
REGISTER OP DE AANTEEKENINGEN 53
AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN 63

 

[pagina 63]

AANVULLINGEN EN VERBETERINGEN

Inleiding

Blz. IV, reg. 13 v. o.         ‘90 × 130’, lees: 98 × 130.
Blz. V, reg. 8 v. o. ‘f. 2 v°’, lees: f. 2 r°.
Blz. XVIII, reg. 10 v. b. ‘wite’, lees: witte.
Blz. XVIII, reg. 13 v. o. ‘Liever den’, lees: Liever dan.
Blz. XXI, reg. 6 v. b. Behalve nr. L komt ook nr. IX in de Conste der Minnen voor; zie Aant., blz. 8.
Blz. XXI, reg. 6 v. o. Bijnns’, lees: Bijns.
Blz. XXI, reg. 3 v. d. noot ‘hkss.’, lees: hhss.
Blz. XXIII, reg. 18 v. b. ‘dat Anna Bijns niet de dichteres, maar de bezongene was’. Dit wordt minder waarschijnlijk wanneer wij zien dat het akrostichon ‘Bonaventura’ ook in de gedrukte bundels van Anna Bijns voorkomt, nl. in de nrs. XXII, XXVI en XXIX van den derden bundel voluit, en gedeeltelijk weggewerkt in nr. XXV van dien bundel en in nr. I van den eersten.
Blz. XXVI, reg. 9 v. o. ‘Door dissimilatie’ enz. Dit is natuurlijk een lapsus; de vorm helden is de oorspronkelijke, hellen uit de vervoegde vormen daarvan afgeleid.
Aan de paragraaf over de klankleer moge ik nog de opmerking toevoegen dat de met ij en ey gespelde klanken over het algemeen niet rijmen en ij niet voor ey gebezigd wordt, op enkele uitzonderingen na: in nr. XII, vs. 52/54 vindt men het rijm ‘beleyen: heerschapijen’ (hoewel in hetzelfde refr., vs. 23/24, ‘sijn’ en ‘gemeyn’ niet rijmen), en in nr. LI, vs. 40/42: ‘schrijen (flere): lijen (pati)’.
Blz. XXVII, reg. 9 v. o. ‘I. Vormleer’, lees: II. Vormleer.
Blz. XXXIV, laatste reg.: het tweede ‘het’ moet vervallen.
Blz. XXXVI, reg. 4 en 6 v. d. noten ‘kaner’, lees: kamer; reg. 5 ‘int’, lees: uit.
Blz. XLI, reg. 1 v. b. ‘ingefikkeld’, lees: ingewikkeld.
Blz. XLIV, reg. 6 v. o. ‘klink’, lees: klinkt.

 

[pagina 64]

Blz. XLVII, reg. 6 v. b.      ‘ghi sijt doch icke’ enz. Hierbij moet opgemerkt worden dat dit een ook in de Hd. minnelyriek zeer gewone figuur was.
Blz. LIII, reg. 6 v. b. ‘eentoonig’, lees: eentonig.
Blz. LV, reg. 3 v. b. ‘Peyst hoe tvolc’ enz., lees: Peyst hoe die priesters roepen en knielen.
Blz. LXIV, reg. 16 v. o. ‘Het lijkt mij’ enz. Aan de genoemde argumenten wil ik nog dit toevoegen: in vs. 100 leest men de verbinding ‘prelaten noch ondersaten’; het is opvallend hoe vaak deze rijmcombinatie bij Anna Bijns voorkomt: zie b.v. Ref., boek I, nr. XIX, f; boek III, nr. III, d; LXIX, e; ook N. Ref. VI, a; XXIV, c; XXVIII, b.
Blz. LXVII, reg. 3 v. o. en reg. 2 v. d. noot ‘Van Eeghen’, lees Van Eeghem.
Blz. LXXI, reg. 3 v. o. ‘rijmkust verstrikte’, lees: rijmkunst verstikte.
Blz. LXXX, reg. 10 v. b. De komma na ‘menschen’ moet vervallen.
Blz. LXXXII, reg. 15 v. o. ‘durkte’, lees: drukte.

Tekst

Nr. LXII, vs. 27: ‘en’, lees: eer.
Nr. LXX, vs. 24: ‘slaet’, lees: staet.
Nr. CIV, vs. 1: ‘houerdichyt’, lees: houerdicheyt.

 

[tweede deel, pagina ongenummerd (I)]

LEIDSCHE DRUKKEN EN HERDRUKKEN UITGEGEVEN VANWEGE DE MAATSCHAPPIJ DER NEDERLANDSCHE LETTERKUNDE TE LEIDEN KLEINE REEKS II

DE REFREINENBUNDEL VAN JAN VAN DOESBORCH

UITGEGEVEN DOOR DR C. KRUYSKAMP

TWEEDE DEEL

TEKST

 

[pagina ongenummerd (III)]

DE REFREINENBUNDEL VAN JAN VAN DOESBORCH

UITGEGEVEN DOOR DR C. KRUYSKAMP

TWEEDE DEEL

TEKST

LEIDEN

E.J. BRILL

1940

 

[pagina ongenummerd (V)]

INHOUD
Die regelen vanden Refreynen 4
Refreynen in 't amoureus 9
Refreynen in 't wijs 150
Refreynen in 't sot 228
Aanhangsel 279
Register van stokregels 286

 

copyright 2002 dbnl / erven C. Kruyskamp

 

DBNL-nr does003refr01_01

bron

Jan van Doesborch, Refreynen int sot amoureus wijs. (ed. C. Kruyskamp). E.J. Brill, Leiden 1940

 

codering DBNL-TEI 1

logboek

  • 2002-07-03 CB colofon toegevoegd