[Tweede deel]
[p. 1]
TEKST
[p. 2]
F. 21 ro
[p. 3]
*
|
* Tekst van den titel geheel in houtsnede, Refreynen in rood gedrukt, met lijnornamenten; Int horizontaal, sot amo reus wys ieder verticaal naast elkaar, in zwart.
|
[f. 1 r°] REFREYNEN
[houtsnede]
INT SOT AMO REUS WIJS
[f. 1 v°] [houtsnede: een naakte vrouwenfiguur in landschap, op den achtergrond een stad of kasteel; op een band bovenaan:]
Ic doel om dy.
[p. 4]
[f. 2 r°] DIE REGELEN VANDEN REFREYNEN
Int amoreus
- LAet ons te samen in liefden ghetrou zijn.
- wien dat spijt, ic en sal v niet begheuen
- Maer lasen nv ist al ghedaen
- Een vrolic lief is een vrolijck leuen
- 5
- Lieuer dan god, waert gheen sonde
- Gheen lieuer en mocht ic oyt bekinnen
- Als ic haer omtrent ben, isser een te vele
- Och wilt mi mijn lijden helpen draghen
- Ic en seyts haer om al die werelt niet
- 10
- Mer noyt so lief ten most gescheyden sijn
- Om datter maer een int herte mach
- *Bouen vrouwen gheen weerdigher present 1)
- Soudic niet treuren, ten mach mi niet gebueren
- *Heelt selue tsecreet, bidt niet om helen
- 15
- Gheen pijne voor onghetrou te sijne
- *wie cant solaes van vrouwen deruen
- want liefs deruen is grote pijne
- Noyt lieflijc lief en had lief so lief
- [f. 2 v°] Adieu mijn alder liefste die ic te minnen plach
- 20
- Liefs ogen connen liefs gesicht verblijen
- Het is om v
- Adieu het moet ghesceyden sijn
- Een hert vol trouwen voor een nieu iaer:
- Druck sonder troost is qualijc te lijden
- 25
- Die getrouwelic mint, moet dicwil suchten
- Dan .ij. gelieuen versaemt in eenen wille
- Want tis so oorboerlijc liefs liefde verweruen
- Ick sterue door haer die mijns en acht niet
|
1) De met een * gemerkte refreinen komen in den tekst niet voor; zie het Aanhangsel.
|
[p. 5]
-
- Och die mistroost is mach wel suchten
- 30
- Och mochtic vanghen dat ic iaghe
- *In trouwen sal ick volherden.
- Therte is daer dooghe niet sijn en mach
- Dit alder meest den amoreusen quelt.
- Liefde verwint daer si terherten geet.
- 35
- Ick sterue door haer diet noyt en rochte
- Al minnicse seer si achtes twint
- Sonder troost van haer therte breken moet.
- So hebic recht troost van liefde ghecregen
- Nochtans heeft mi de liefste begeuen
- 40
- Dan een stadich herte vol trouwen.
- [f. 3 r°] Wat ic begeere dat moet ghestolen sijn.
- *Mocht ic van haer noch troost gewinnen
- Lief heb ic v misseyt vergheuet mi
- Een ongherust herte slaept selden wel
- 45
- Daenschouwen der loueren maect melodye
- *Die sommighe is droue al claecht hijs niet
- Sonder begheuen gheduerich mijn leuen
- Want sonder haer prijsic de doot
- Soe houtse mi mijns dancx bedwongen.
- 50
- Nochtans en can icse niet ghelaten
- Adieu lief geprezen, alst emmers moet wezen
- Bedwanck van liefden is groote pijne
- Dan absent vander liefster te wesen
- Wat dienst ic doe tis cleen gheacht.
- 55
- *Mer tsop en is der colen niet weert
- Met recht bliuic v eyghen voort.
- want ghi sijt die werelt alleen
- Mer tgaet nv verre buten screuen
- Dus houdict versuchten van haer te leene
- 60
- *waer therteken is, thgesichte is daer
- Te liggen in armkens sonder mouwen
- Noyt geen volmaecter in liefden beuonden
[p. 6]
-
- [f. 3 v°] *waren si niet so loos van gronde.
- Der secreter liefden gheen so volmaect
Die regelen der Refreynen. Int wijs oft van versinnen
- *DIe wille is goet mochtet die burse verdraghen
- *Dit is dat salichste dat god oyt vrochte
- In teghenspoet isser menich salich worden
- Boter en case stoffiert die cuecken wel
- 5
- wie salt al verdragen dat sot willeken doet
- wat doetmen ter werelt ten wert benijt.
- Het moet al gheleden sijn
- Steruen steruen is een hart ghelach
- *waren gheen vrouwen twaer al niet.
- 10
- *Niemant en sal den cock verwercken
- Hi en derf altijt niet clagen die eens verhuecht
- Al' mindert ons goet, ons daghen die corten
- [f. 4 r°] Het is quaet arbeyden en water drincken
- Dlachen doet elcx herte verlichten.
- 15
- *Folle esperance ma bien trompee
- Ialousie mi lijf en siele duerknaecht
- Hey voorleden tijt waer sidi duere
- Bi wel betrouwen gheschiet veel quaets.
- *Stille niet claghen wil ic mijn lijden dragen
- 20
- want tegen een clappaert en is geen wachtere
- want al dat eertsch is dat is verganckelijck
- Tis al niet sonder god alleen
- Scheyden van gode, gheen dinck so swaer
- *Een herte datmen altijt getrou heeft vonden
- 25
- watmen doet duer den onbekenden
- Tis best om beters wille verdreghen
- Die vrientschap is dunne diemen copen moet
- Armoede dunct my doorboorlicst en minst geeert
- Sonder thout en can men niet gheleuen
- 30
- Vander mutsen Refreyn Rondeelwijs
[p. 7]
-
- *Tware goet dat elc op hem seluen saghe
- *Voren bewesen is na gheleert
- Hoe minlic is een schoon vrouken om sien
- Al sidi ghebeten, ghi en sijt niet gheten
- 35
- [f. 4 v°] Spieghelt v aen mi so doede wijselijc
- Twi soectmen wijsheyt daer gheen en si
- Gheselscap sal voor goet ghebreken.
- Niet voor een hertelijc vrient ter noot
- Dit duecht schijnt, en sonde voor gode is
- 40
- Tis wonder wat verdoelde herten lijden.
- Tgoet hoort der werelt tmoet dair bliuen
- *Ghi arbeyt al als cloester knapen
- Dronckenschap is sonde schade en schande
- want christus heeft ons so diere ghecocht.
- 45
- Eenen sack vol moren een stinckende prye
- Och god hoe sal ick die not gecraken
- *Dus doende moghen wij god behagen
- Men behoeft veel die huys sal houwen
- Om tghemeyn profijt waer iusticie nootlic
- 50
- *Oft god met ons wilt, wie sal ons deeren.
[loovertjes]
Die regelen der Refreynen. Int Sot.
- [f. 5 r°] NV segt mi wie heeft den prijs gewonnen.
- Proeft wat sulcke minne can maken
- So haddijt moghen seggen, ke siet doch siet
- Ist gheloghen, ist waer si saghent nochtans.
- 5
- Ic sey goet ront, ic en can niet prijken
- Die niet en wil horen en doech geen gabbaert
- Veel stoffen behoeft tot huerenners
- Neen daer me soudi mi verleen
- Tsmorgens vondic dat al gheloghen was
- 10
- Hebdi ghedaen nv, mi lust eerst spelens
- Die woorden en gaen int lijf niet
[p. 8]
-
- Ic loech ic en const mi niet bedwinghen.
- Die cock is goet te vriende gehouwen
- Ist goet alsmen v willeken doet
- 15
- Den drincpot maect den menigen geldeloes
- Van lachen en const ic mi niet bedwingen.
[loovertjes]
- Hier na volgen die Refreynen.
|